buurvrouwen, rucola en A F Th

IMG_1885Vorig jaar ben ik een keertje op visite geweest bij een kennis die een volkstuintje heeft. Vol trots werd ik door de eigenaar langs rijtjes wormstekige kromme wortels, doorgeschoten slakroppen en door rupsen aangevreten rode kolen geleid. Daarna dronken we een wijntje op het terrasje van een piepklein tuinhuisje dat hij op de tuin gebouwd had. Het huisje was voorzien van een koelkastje op gas, een boekenplankje, een butagaspitje en een luie stoel. Al die groente is niks voor mij, dat ik wist ik zeker, maar een stukje grond met een huisje er op waar verder niemand van de familie naar toe wil, dat is wel fantastisch. Nu snapte ik ook waarom die slakroppen doorgeschoten waren. Voor de man bij wie ik op visite was, was het tuinieren ook een dekmantel om even weg te zijn bij vrouw en kinderen. Even in alle rust te genieten van een boek en een borrel zonder gestoord te worden door gezeur om zakgeld en totaal oninteressante verhalen zonder einde van je vrouw. Thuis gekomen hield ik een enthousiast betoog over plukverse groenten en fruit uit eigen tuin en dat het misschien wel leuk zou zijn om ook een volkstuintje te hebben. Sinds wanneer heb jij groene vingers, zei mijn vrouw. Die heb je helmaal niet nodig, zei ik en vertelde verder over de prachtige boontjes, de schitterende kroppen sla en de keiharde rode zomerkooltjes. Weet je, zei ik, je stopt een zaadje in de grond en na een paar weken heb je al een rode kool. Het is een fluitje van een cent, dat tuinieren. Toen was mijn vrouw om en voortvarend als ze is belde ze naar de Vereniging van Nutstuinen. Ik had geluk, zei ze, er was nog een strookje grond vrij en dat had ze dus meteen maar gehuurd. Een paar weken later stond ik te zweten op mijn eigen 160 vierkante meter kleigrond. Het huisje dat er stond moest wat opgeknapt maar dat was van latere zorg, zei mijn vrouw. Eerst spitten en zaaien. Dat was niet helemaal wat ik voor ogen had, maar goed, soms moet je eerst even investeren voordat je krijgt wat je graag wilt hebben. Ik had geluk, na een paar weken hadden zowel mijn vrouw als de kinderen hun belangstelling voor de tuin verloren en werd de uitdrukking ‘papa is naar de tuin’ gemeengoed in het gezin Kasma. Ik had de hele tuin vol rucola en maïs gezaaid. Daar hoef je daarna niks meer aan te doen. Af en toe nam ik een bosje rucola mee voor mijn vrouw en zei dan met gespeelde trots , kijk eens meid uit onze eigen tuin’ en de rest maaide ik een keer in de veertien dagen kort met de grasmaaier van de tuinbuurvrouw aan mijn linkerkant. De buurvrouw had wel groene vingers, want ieder keer als ze me in mijn luie stoel op het terrasje van het tuinhuisje zag zitten, kwam ze met waarschuwingen dat ik nu toch wel wat aan het onkruid moest doen en dat de maïs bijgemest moest worden. Ze kwam ook met allerlei stekjes en zaadjes aan zetten die ik moest planten als ik eerst even een stuk van de rucola omspitte. Op de tuin aan de rechterkant stond geen huisje en werd bewerk door een struise blonde mevrouw die van alles verbouwde en mij daar lang en gedegen uitleg over gaf, zeker als ze de het geluid van een ploppende kurk van een wijnfles had gehoord. En als ik dan opstond om een glaasje voor haar te pakken ging ze in de enige stoel op mijn terrasje zitten. Af en toe hadden de buurvrouwen mij ook niet nodig en gingen ze met elkaar kletsen over hun overgangsproblemen en ander vrouwelijk ongemak. Dat deden ze dan wel ieder op hun eigen tuin. Met mij en een dik boek van A F Th van der Heijden er tussen. Ik wou dat ik een eindje verder op had gezeten met mijn tuintje, dacht ik vaak als ik een hoofdstuk voor de derde keer over moest lezen omdat ik de draad kwijt was geraakt door verhalen over opvliegers en dikke benen die heen en weer over mijn tuintje vlogen. Dit voorjaar heb ik de tuin weer opgezegd. Er had net in de krant gestaan dat zeven van de tien volkstuinen verhuurd worden aan vrouwen. Dat werd me te veel. Ik zei al dat je geen groene vingers hebt, zei mijn vrouw. Je hebt helemaal gelijk schat, antwoordde ik. Maar ik denk dat ik deze zomer onderzoek ga doen om een boek te schrijven over terrassen en stadscafés. Wel jammer dat we nu niet meer regelmatig verse rucola van je krijgen, zei mijn vrouw.

Advertenties

picknick kleedjes

Picknicken? Ik keek mijn vrouw, die broodjes aan het belegmeegen was, vol afgrijzen aan. Weet je wat picknicken is? Zand tussen je broodjes, honden die met hun poten in de kipsalade staan, een zwerm bijen om je kop en het allerergste: mensen die je aanstaren omdat we midden op de dag al aan de prosecco zitten. Stel je niet aan, zei mijn vrouw, terwijl ze een fles citroenwater in een grote tas duwde. De tas waar ik waarschijnlijk mee zou moeten sjouwen. Dat was in jou tijd misschien zo.  We gaan lekker een middagje naar de Prinsentuin. Gelukkig zei ik, daar zijn tenminste bankjes; dan hoef ik niet met mijn kont in het natte gras te zitten. Dat hoeft niet, zei mijn vrouw, want we lopen even door de Kleine Kerkstraat en daar kun je gratis picknickkleedjes ophalen. Gratis? Wie heeft dat geregeld. De gemeente, zei mijn vrouw. Hein de Haan van de PvdA heeft het bedacht en voorgesteld aan de gemeente en de wethouder Friso Douwstra was meteen enthousiast. Mijn god, kreunde ik. wat treffen wij Liwwadders het toch weer met zulke bestuurders. Ze weten wel boven te halen wat er in onze stad leeft onder de bevolking. Straks gaan ze net als in Utrecht nog bakkeleien over de vegetarische hapjes op de ambtenarenfeestjes. Jij bent altijd negatief, hou daar mee op, zei mijn vrouw. Maar gratis kleedjes, zei ik, als ze dat geld in het potje van City Jazz hadden gestopt had dat misschien wel door kunnen gaan. Dat is een ander potje, zei mijn vrouw en duwde me een zware tas in mijn handen. De fles citroenwater zag ik wel zitten, de prosecco niet. Die zou wel onderin zitten. Het gratis kleedje gingen we nog halen.

boerka’s en kilts

 

Met mijn vrouw heb ik een weddenschap over wat een boerkadraagster nou onder zo’n boerka aan heeft. Gewoon een rokje en bloesje en wat ondergoed, zegt mijn vrouw. Maar ik heb mijn twijfels. De meeste Boerkadragende vrouwen, een enkele daar gelaten, zijn afkomstig uit landen waar het gemiddeld een 20 graden warmer is dan bij ons. Al die kleren onder zo’n alles bedekkend gewaad is dan wel erg benauwd. Volgens mij doen ze net als de Schotse mannen die een rokje dragen, gewoon niets er onder. Maar mijn vrouw denkt dat die mannen gewoon een boxershort onder het geruite rokje aan hebben. Dus hebben we gewed. Als ik win mag ik een avondje met mijn laatste 2 vrienden die ik sinds mijn huwelijk nog heb, de kroeg in. Als zij wint moet ik stoppen met mijn online jodelcursus, waarvoor ik iedere ochtend en avond een half uurtje in de huiskamer oefen. Nu zitten we met het probleem, hoe komen we er achter wie gelijk heeft. Als ik een Schot in een rokje tegenkom vraag ik het hem, zei mijn vrouw. Dank je de koekoek, antwoordde ik. Je weet nooit of zo’n man de waarheid vertelt. Je zult moeten voelen. Dan moet jij dat bij zo’n boerka mevrouw doen, vond mijn vrouw. Maar dat vond ik wel een heel verschil. Nee dan doen we geen weddenschap, dan jodel ik wel gewoon door, zei ik. Ik zeker de gevangenis in wegens aanranding en waarschijnlijk wordt daar mijn keel afgesneden en die arme mevrouw wordt gestenigd. En zo’n Schot is misschien wel gecharmeerd van jou zoekende handen. Nee we moeten wat anders bedenken. Ik ben trouwens nog nooit iemand in een boerka tegengekomen en bovendien zijn de boerkas zo goed als verboden in ons gastvrije landje. De kans dat het lukt om onder een boerka te voelen is veel kleiner dan een greep onder een Schots rokje. We moeten wat anders proberen. Ga eens staan, zei ik. Uit een stapel was van het kookatelier die klaar lag om gestreken te worden haalde ik een zwarte statafel hoes. En even later stond mijn vrouw in de kamer van top tot teen gehuld in die zelfde statafel hoes. Ik zie niets, klonk er onder de hoes vandaan. Ik knip er wel even 2 gaatjes in voor je ogen. Maar aan het geproest onder de hoes begreep ik dat ik dat uit mijn kop moest laten. Ik stik hier, klonk het daarna, terwijl er van binnen uit lukraak aan de hoes getrokken werd. Zie je nou wel, zei ik, ik heb gewonnen. Zo’n gewaad is veel te warm om er wat onder te dragen. Met een rood hoofd kwam mijn vrouw weer te voorschijn en gooide het ding weer op de stapel was. Wacht even, je moet hem ook nog even op mijn manier proberen, zei ik. Maar bloot in een statafelhoes vond mijn vrouw wel wat erg veel huwelijksgeluk. Toch is het niet een raar kledingstuk, zei ik toen we aan een glaasje witte wijn zaten. Stel je voor dat je iets uitgehaald hebt dat eigenlijk niet door de beugel kan en je wilt niet herkent worden in de stad. Bijvoorbeeld iemand van het gemeentebestuur geeft een paar miljoen euro meer uit aan bijvoorbeeld een voetbalstadion, een Culturele Hoofdstad of een superrotonde dan dat hij aan de bevolking plechtig beloofd heeft. Dan kun je een hoop gezeik krijgen als je door de stad loopt. Maar sla je een boerka over je heen dan weet niemand op straat dat jij het bent. De burgemeester zou dan eigenlijk een kilt aan moeten, zei mijn vrouw die al aan haar tweede glaasje zat en dan vaak wat onzin uit begint te kramen. Nee dat doen we niet zei ik, want als er dan iemand wil weten of hij er wel wat onder draagt, dan jodelt hij misschien beter dan ik en dat moeten we niet hebben.

lust, liefde & corine koole

Het leukste van de zaterdagse Volkskrant vind ik de rubriek Lust & Liefde van Corine Koole. Zullen wij ons er ook voor opgeven, vroeg ik mijn vrouw. Er staat namelijk een e-mail adres onder waar je heen kunt mailen en dan komt Corine je interviewen. Daar zijn wij niet interessant genoeg voor, zei mijn vrouw, die wel fan is van deze rubriek. En waarschijnlijk verzint dit allemaal zelf. Nou, zei ik, deze aflevering gaat over een vrouw van wie de relatie bijna mislukte omdat haar man het aanrecht niet goed schoonmaakte en de vaatwasser niet volgens haar systeem inruimde. En dat vind ik wel heel herkenbaar. Als je wilt scheiden, dan kan dat, zei mijn vrouw. Nee, antwoordde ik, maar wij hebben toch ook wel iets in de relationele sfeer waardoor we in aanmerking komen om geïnterviewd te worden. Het gaat ook regelmatig over vrouwen die stiekem een keertje met hun beste vriendin vrijen en dan een paar weken lesbisch zijn voordat ze dat opbiechten. Of over mannen die een paar keer per week naar een homo-ontmoetingsplaats langs een snelweg gaan. En die stommelingen gaan dat dan opbiechten aan hun vrouw. Maar die heeft er meestal begrip voor en koopt een voorbinddildo. Wil jij dat, vroeg mijn vrouw. Nee, zei ik, jij toch ook niet? Maar als ik het zou doen en jij ook, komen we misschien wel in aanmerking voor een interview  in een serieuze krant. Misschien moet ik je tegen je zin meesleuren naar een parenclub, of ik doe perverse seks met een vriendin, wat jij dan ook wilt, als ik het je verteld heb. Maar je kunt natuurlijk ook er voor kiezen om verliefd te worden op de buurman en stiekem naar hem toe glippen als ik aan het werk ben. Jij werkt niet en de buurman houdt niet van vrouwen, zei mijn vrouw. Nou ja, dan doe je het op de keukentafel met de melkboer. Doe niet zo achterlijk, zei mijn vrouw.  Ik koop altijd melk bij de supermarkt en bovendien bestaan melkboeren niet eens meer. Nou dan de je een pizzakoerier of een de bezorger van Post.nl. Kappen nou, zei mijn vrouw. Ze raakte wat geïrriteerd merkt ik. Ja, maar het lijkt me zo leuk om eens geïnterviewd te worden door Corinne en dan onder een gefingeerde naam in een serieuze krant als de Volkskrant te staan. Corinne zuigt alles uit haar duim, zei mijn vrouw en ging naar bed.

over jongere vrouwen en hoe ze te houden

Heren, ik ga even een misverstand uit de weg helpen. Jullie hoeven beslist niet jaloers op me te zijn omdat ik een jongere vrouw getrouwd heb. Wees maar blij met de grijze permanentkrullen en de zwabbertieten. Ik kan me best voorstellen dat je, als je mij met mijn echtgenote ziet lopen, denkt van was mijn vrouw nog maar zo strak. Maar ik kan je verzekeren; het is hard werken een echtgenote of vriendin die een fiks aantal jaren jonger is. Zeker als de dame in kwestie merkt dat ze ook geen 20 meer is. Dan worden er dure abonnementen afgesloten voor sportscholen en yoga lessen. Niet zo erg allemaal, maar ze worden er wel ongelofelijk soepel en lenig van. En als je daar als oudere man niet in meegaat, krijg je op den duur opmerkingen in de trant van ‘jij bent al te oud’ en ‘als je niet beter kunt neem ik een minnaar’. Wat doe je dan in een geval als het mijne; je gaat een keertje mee naar yoga. Ik had van yoga een voorstelling van wat zweverig op je kop staan en andere onnatuurlijke houdingen, maar niets is minder waar. Dit was poweryoga en dat is hard werken. Na het proefuurtje in een studio aan het Vliet was ik blij dat ze die ooit gedempt hadden. Anders was ik er vast ingevallen toen ik helemaal krom van de spierpijn weer op mijn fiets klom. Yoga en sportscholen zijn geen optie voor mij. Gelukkig had buurman Jesse een zonnehemel over. Zo’n huidkankerverwekkend en energie vretend bruiningsmonster. Want als je lijf niet fit genoeg is voor een jongere vrouw, kun je er maar beter voor zorgen dat het er een beetje appetijtelijk uit ziet. Dus na 4 weken om de andere dag 2 uren bloot op bed onder de kunstzon, had mijn huid een dusdanige bruine kleur dat ik af en toe wel even bang was dat ik een inburgeringcursus zou moeten doen. Maar op dat poepbruine lijf staken de inmiddels grijs geworden borstharen wel erg af, vond mijn vrouw. Van mijn kapper Nan kreeg ik een goedje mee om de haren te kleuren. Het werkte perfect; het aantal borstharen dat ik heb is niet spectaculair groot, maar stuk voor stuk kleurden ze mooi donkerblond. Je moet het wel één keer in de twee weken bij werken, zei Nan. Het spul kleurde niet alleen de borstharen, maar ook de borst, zodat ik allemaal donkere vlekken op mijn mooi bruine vel kreeg. Zijn dat ouderdomsvlekken, vroeg mijn vrouw een beetje vals. Ik dus de volgende dag naar de bodyshop. Oudere mannen kunnen die borstharen beter wegharsen, vertelde de mevrouw me daar. Ze had er verstand van want ze zei er meteen achteraan dat het wel een beetje pijn deed, dat harsen. Maar ja, als oudere man heb je er alles voor over om je jongere vrouw te behagen. Maar toen ik het harslaagje er af trok heb ik wel even verlangd naar een vrouw van in de tachtig. Nou die rimpels nog weg, zei mijn vrouw toen ze me over mijn gladde borst aaide. Want de zonnehemel van Jesse had wel mijn lijf mooi gebruind, maar mijn hoofd zag er uit als of het uit eikenhout was gesneden. Een Botoxprikje, zei iemand en mijn tandarts beaamde dat. Je wordt van zo’n Botoxprikje ook minder depressief, vrolijker, zei hij. De tandarts werd er zelf ook vrolijk van, merkte ik wanneer hij me de rekening voor het prikje meegaf en ook mijn vrouw keek blij als ze even met haar vinger over mijn strakke wangen streek. Je bent mijn eigen mannelijke Marijke Helwegen, vond ze. Ik weet nog steeds niet hoe blij ik met die opmerking moet zijn. Ondanks de Botox werd ik er toch redelijk neerslachtig van. Zeker toen ik mevrouw Helwegen weer een keertje op de televisie zag. Mijn ontbijt van gevulde koeken heb ik ook opgegeven in het kader van het wegwerken van buikvet. Want die dikke oude mannenbuik is het laatste waar mijn vrouw zich af en toe nog aan stoort. Iedere ochtend zit ik met een bak yoghurt met droge havermout voor mijn neus. Jullie zien dus heren, een jongere vrouw trouwen is één ding, maar haar ook houden is verdomd hard werken en afzien.

plastuitjes

Natuurlijk zou ik na 4 of 5 biertjes ook kunnen stoppen, maar meestal is het daarvoor te gezellig. Dan moet ik ruimte maken zodat de volgende biertjes ook nog passen en de goede gesprekken, want daarvoor ga je toch naar een café, kunnen doorgaan. Nu is dat in een café nooit zo’n probleem, daar heeft de cafébaas wel voor gezorgd. Meer bier is meer omzet. Daarom onderbrak ik het geouwehoer dat ik met wat vage kennissen had en liep naar het toilet. Heu, zei ik tegen de persoon die daar al bezig was in de roestvrijstalen bak overtollige drank te lozen. Terwijl ik naast deze persoon ging staan en mijn gulp open knoopte, zag ik ineens dat het geen man was. Het was een vrouw. En ook nog eentje die er verdomd goed uitzag. Ben jij hier niet verkeerd, vroeg ik vriendelijk. Niet vriendelijk genoeg overigens want ze antwoordde een beetje kort: ik plas waar ik wil. Bemoei je er niet mee. Ja, maar ze hebben hier ook een heel leuk damestoilet, zei ik. Daar was het druk en bovendien als jij hier kunt staan pissen, waarom zou ik dat dan niet doen. Ineens drong het tot me door, ze stond rechtop net als ik en het klaterde ook in de bak aan de andere kant van het schaamschotje. Maar jullie zitten toch altijd en wij mannen staan, stamelde ik een beetje ontzet. Ik gebruik altijd een plastuitje als ik opstap ben. Dan kunnen ook vrouwen staande plassen. Het moet maar eens uit zijn; mannen en vrouwen zijn gelijk. Het vervelende aan jullie toiletten is alleen dat er nooit afvalbakjes zijn voor maandverband en gebruikte plastuitjes. Misschien moet je daarvoor dan toch even naar het damestoilet, zei ik, nog steeds wat overdonderd. Maar als mannen en vrouwen gelijk zijn, zou ik ook een damestoilet kunnen binnenstappen. Alleen zou ik er door aanwezige dames meteen uitgegooid worden, zei ik, en anders wel door de gealarmeerde kroegbaas. Flauwekul, toiletten horen genderneutraal te zijn. Haar klateren was gestopt, het mijne nog niet. Nou, zei ik, terwijl ik achter me de kraan van het wasbakje hoorde, ik heb thuis een genderneutraal toilet, maar de drie dames waar ik mee samenwoon willen wel persé dat ik er op ga zitten en niet voor blijf staan. Dat komt omdat jullie mannen van die viezeriken zijn en overal druppelen. Maar jij wilt wel net als een man zijn, met je plastuit, reageerde ik. Helemaal niet, het is gewoon gemakkelijk als je op stap bent om te kunnen plassen zonder de billen bloot. Nou afknijpen ouwe, dan koop ik een genderneutraal biertje voor je. Ik liep met haar mee, langs de kennissen waar ik eerder mee had zitten kletsen. Ik ga even met haar op niveau praten, zei ik in het voorbijlopen. Na nog veel biertjes en voor haar ook nog een plastuitje, moesten we er uit omdat het café dicht ging. Was het gezellig, vroeg mijn vrouw me de volgende ochtend. Jawel, zei ik. Ik ga voortaan ook weer staande pissen. Als je dat maar uit je hoofd laat, zei ze.

kraan dicht bij het inzepen

Vanochtend heb ik alles fout gedaan, maar dat komt doordat de tips om spaarzaam met water om te gaan tijdens deze ongekende extreme droogte waarmee we te maken hebben, pas op pagina 23 van de krant stonden. Voordat ik ze las had ik dus al lekker 10 minuten onder een warme douche gestaan. Fout dus! Kort douchen had gemoeten en ik had het eerste, voor mijn lijf te koude, water moeten opvangen in een emmer. Met dat opgevangen water had ik de auto kunnen wassen, de vaat kunnen doen en de bloemen water geven. De douchekraan had dicht gemoeten tijdens het inzepen en haren wassen, maar ook dat heb ik tot mijn grote spijt niet gedaan. Nu stelt het haren wassen in mijn geval niet veel voor aangezien er alleen aan de zijkanten nog wat groeit. Ik had voor het douchen ook al gepoept en doorgespoeld, maar dat had eigenlijk niet eerder gemoeten dan wanneer de hele familie geweest was. Ook had ik de afwasmachine laten draaien omdat er geen schoon kopje voor mijn ochtendkoffie was. Gelukkig drink ik wel altijd kleine kopjes espresso en dan gebruik je dus wel minder water dan wanneer je cappuccino’s drinkt. Maar ik ga het goed maken. Het weerbericht een paar bladzijden verder meldde dat het ook morgen nog extreem droog is. Morgen ga ik niet poepen, niet douchen en bijna zeker ook geen auto wassen. Ook drink ik morgen geen koffie maar offer me op zodat andere mensen dat wel kunnen doen en begin de dag met een paar glazen wijn. Alles om water te besparen zodat Vitens druk op de kraan kan blijven houden.

Death over Drachten

Onrust in Drachten, stond in de Leeuwarder Courant. Ik kon me er niks bij voorstellen, Zou het carillon in elkaar gestort zijn, iets waar waarschijnlijk iedereen blij van geworden zou zijn, of het beeldje van Drachtens meest beroemde muzikant Peye Rasp onthoofd door een terrorist, wat wel een beetje erg zou zijn, of is per ongeluk de Drachtster vaart weer gedempt; wat lullig zou zijn, maar wel veel parkeerplekken zou opleveren. Nieuwsgierig geworden heb ik het hele artikel maar gelezen. Maar het ging over Metalmuziek in poppodium Iduna. Verdomd, dat heb ik gemist, dacht ik. Niet dat ik zo gek ben op metalmuziek, maar mijn dochter had vorige week in de verkleedkist mijn leren armbandjes met spikes en mijn leren pet met de roestvrijstalen klep opgevist, die ik vroeger in de jaren dat ik nog haar had en te veel bier dronk, droeg. En dit metalfestival in Drachten was dus een mooie gelegenheid geweest om ze even aan kunnen trekken. Nu moet ik wachten tot ze vlak bij mijn huis Into the Grave organiseren. Maar in Drachten bleken ze minder blij van het festival te zijn. Kwetsend, zeggen ze bij monde van CU frontman Pieter van der Zwan. Vooral de namen van de bands en de teksten van de nummers die de bands spelen vielen niet in goede aarde. Ik zat me eens onder mijn leren pet met de roestvrijstalen klep te krabben, die ik op verzoek van mijn dochter had opgezet en waardoor zij in een deuk lag van het lachen. Hoe kunnen die teksten nou kwetsend zijn? Ik heb nog nooit een woord kunnen verstaan van een tekst van een metal band. Geschreeuw hoor je en keiharde gitaren, maar nooit heb ik een metalzanger kunnen betrappen op een keurig uitgesproken en verstaanbare tekst. Dat is ook niet nodig. Als het maar hard is en veel bier voorhanden. Laat je niet voor het karretje spannen Van der Zwan, dacht ik. Iets is pas kwetsend als je er tegen je wil mee geconfronteerd wordt. Niet als je er een kaartje voor moet kopen. Vrijheid, blijheid toch?  Op het festival zingen ze nummers met de titel ‘Youth against Christ, las ik in de krant en als je het daar niet mee eens bent dan zou je kunnen gaan biddentegen het evenement, net als de Vrije Baptisten gedaan hebben. . Maar het college van b. en w. van Drachten vragen grenzen te stellen aan een muziekfestival? Is tolerantie niet één van de pijlers van het Christelijk geloof? Mijn dochter legde mijn leren riem met doodskoppen naast de krant op tafel. Die zat ook in de verkleedkist, zei ze en of ze die om mocht naar school. Ik zei dat ik daar nog even over na wilde denken. Je kunt daar mensen mee kwetsen.

ik schaam me

Mijn jongste dochter houdt van Dylanhaegens, een youtuber. Een youtuber is iemand die onnozele filmpjes op youtube zet, die door duizenden onnozelaars of te jonge meisjes, zoals in het geval van mijn dochtertje, worden bekeken. En door de advertenties die er omheen geplakt worden, loopt zo’n youtuber financieel dan binnen. Ik heb er geen moeite mee. Als je op deze manier veel geld kan verdienen met je dat zeker gaan doen. En omdat ik in het kader van familie en vaderschap ook eens wat leuks met mijn dochtertje moet doen, zit ik af en toe ook weleens met verbijstering naar de verrichtingen van youtubers te kijken. Uiteraard probeer ik wel eens mijn dochtertje naar andere filmpjes te laten kijken, bijvoorbeeld hoe eekhoorntjes hun wintervoorraad aanleggen of de TED talk van Jamie Oliver over de hoeveelheid suiker kinderen door de voedselindustrie te verstouwen krijgen, maar dat lukt niet echt. Geeft niet. Maar ze schrok wel toen ik op een gegeven moment hartgrondig vloekte terwijl ze naast me op de bank zat met haar tabletje en ik vanuit mijn ooghoek Jimmy zag. Jullie kennen Jimmy wel. Een stakker in de mist. Loopt de hele dag als een malloot door de stad en vraagt om een euro. Toen ik vorige week op een avond met de familie een ijsje bij La Venezia haalde kwam Jimmy aanlopen en vragen om een euro, of liever nog twee. Nu loop ik altijd met losse euro’s in mijn zak. Er zwalken nogal wat mensen door de stad die je aanklampen voor een euro. Ik geef ze ook altijd wat. Soms moet ik zelfs het wisselgeldbakje van mijn vrouw plunderen om te zorgen dat ik muntjes in mijn broekzak heb. De mevrouw die achter ons in de rij stond voor een ijsje gaf niks en verkondigde luidkeels dat de euro’s die Jimmy kreeg toch maar aan drugs op zouden gaan. Dat de staat maar voor deze mensen moest zorgen, waarop mijn vrouw achterom keek en zei dat wij toch met zijn allen de staat in dit land vormen. Wat natuurlijk een waarheid als een koe is maar bij deze mevrouw niet helemaal landde. Toen we later voor het raam van de ijssalon van ons ijsje zaten te genieten, kwam Jimmy weer terug. De meisjes die naast ons van hun ijsje zaten te likken wilden Jimmy wel geld geven, maar alleen als hij een liedje ging zingen. Ons eigen ijsje smaakte meteen niet meer. Gelukkig had ik de mijne bijna op. ‘Deze man is ziek, die heeft hulp nodig. Het kan je zelf ook gebeuren dat je dakloos en aan de drugs raakt.’ De dames waren niet onder de indruk van onze argumenten. Jimmy kreeg ook geen euro van ze. En daarom vloekte ik toen ik de dag daarna samen met mijn dochtertje het filmpje zag van een of andere klootzak in een jasje met de emblemen van onze hoofdstedelijke voetbalclub, die Jimmy laat zingen, dansjes doen en zijn kale hoofd wil scratchen. Jimmy vindt het niet erg, zie ik, die krijgt euro’s. Maar ik werd er redelijk onpasselijk van en daarna pissig. Ben je boos Heitie, vroeg mijn dochter. Nee lieverd, zei ik, ik ga alleen die lul die Jimmy pest op zijn bek slaan. Dat is er niet van gekomen, want mijn vrouw kent me en kwam snel met een glaasje rode wijn aan. En ik wordt van niks zo kalm als een glas rode wijn. En daarna schaamde ik me. Ik schaamde me in een stad te wonen waarvan de bewoners en het gemeentebestuur niet in staat zijn voor deze paar mensen te zorgen. Het kan best dat het hun eigen schuld is dat ze in een situatie als deze terecht zijn gekomen, misschien hebben ze vroeger veel rottigheid uitgehaald. Het kan ook dat ze gewoon ziek zijn. Maar in een stad waar honderden mensen achter het kruis van de Passion hebben aanlopen; toch wel het symbool van barmhartigheid voor wie het wil geloven, moet er toch wel een acceptabele oplossing voor deze mensen bedacht kunnen worden. En als ik weer in de stad loop en Jimmy of één van zijn collega’s een euro geef, gestolen uit het wisselgeldpotje van mijn vrouw, dan ga ik wel even vloeken, binnensmonds beloof ik, want in een stad waar miljoenen worden uitgegeven aan voetbalstadions en cultuurfeestjes voor de happy few van de stad, is er vast ook wel een wisselgeldpotje voor de Jimmy’s

MOOI DIK

IMG_2607[1]Ik ben niet dik, want ik eet. En ik eet alles waarvan voedseldeskundigen, dieetgoeroes en gezondheidsfundamentalisten vinden dat het eigenlijk niet kan. ’s Nachts een patatje pinda met een frikandel na een avondje stappen komt regelmatig voor. Ik ben dol op gebakken eieren met veel spek. Op een paar sneetjes witbrood met veel roomboter uiteraard. En de rand vet aan de boerenkarbonade laat ik zitten en eet hem ook op. En al is mijn sixpack door de glaasjes rode wijn wel een beetje verdwenen, mijn vrouw koopt nog steeds getailleerde overhemden voor me en ik pas er nog altijd in. Heb ik mazzel? Natuurlijk. Maar ik weet ook dat je van normaal eten niet dik wordt. Dik wordt je van het regematig eten van voedsel waar firma’s als Unilever een dikke vinger in hebben. De multinationals die ondanks hun mooie reclame slogans over gezond en duurzaam de produkten nog steeds volstoppen met vreemde stoffen die eigenlijk niet in voedsel horen. Alles voor de houdbaarheid en de winst. En niet tegengehouden worden door de politiek, want  politieke loopbanen zijn tijdelijk en dan is het mooi als er nog een commissariaat wacht bij een multinational. Waarom dit verhaal? Ik ben gek op vrouwen met een maatje meer. Nu niet meteen zeggen van: dan zit jij wel goed. Dat is namelijk niet zo. Rond en rolletjes zie ik graag, inderdaad! Maar het moet ook een beetje stralen. En dat doet het in veel gevallen niet, Stralen ga je van lekker en goed eten en misschien word je dan ook een beetje dik. En fabrikanten als Unilever en Lu verpesten het voor me. Die zorgen met hun gemaksvoeding alleen voor dik. Niet voor stralend.