ook een koningin moet wel eens poepen

Misschien kunnen we Maxima nog naar de wc zien gaan, zei ik tegen Udo, de barman van het oranje Bierhuis. Koninginnen poepen alleen thuis, in het paleis, zei Udo. Op een gouden bril en die vegen hun billen af met fluwelen toiletpapier.
Het kan toch zijn dat ze hoge nood heeft, zei ik, met vrouwen weet je het nooit. Als die moeten, dan kunnen ze het meestal niet langer dan een minuut ophouden; mijn vrouw tenminste niet. Maar dat is geen koningin, zei Udo. Onderschat mijn vrouw niet, maatje, antwoordde ik.
We keken met zijn tweeën door de ramen van het Bierhuis waar we in plaats van het uitzicht op het mooiste plein van de stad uitkeken op een foeilelijke gestreepte tent en een toiletwagen van Hessel. Culturele Hoofdstad, zuchtte ik en het oudste stukje cultuur van de stad stoppen ze weg achter hekken, pisbakken en een rare tent. En van al die duizenden mensen die naar de opening komen kijken komt er niet eentje bij ons omdat wij verstopt zijn door hekken, pisbakken en plastic zeilen, zuchtte Udo. Jullie moeten dat ook anders aanpakken, zei ik. Het is iedere keer gelazer als er iets cultureels in de stad gebeurd. En zeker nu met de Culturele Hoofdstad moet je wat regelen. Op het gemeentebestuur hoef je niet te rekenen, Crone heeft het beste voor met de stad maar zeker niet met de kleine ondernemers die soms wat dwars liggen. Die zijn lastig. En dit jaar wordt de stad geregeerd door niets ontziende subsidieslurpers en culturele pommeranten die zich zelf belangrijk vinden. Vooral de subsidieslurpers hebben geen enkele consideratie met de kleine ondernemers die het hele jaar door de stad levendig houden van hun eigen geld. Je moet zorgen dat je dit volk in je café krijgt, vriendjes worden met de mensen die in de subsidiepotten graaien. En als je dat lukt wordt het Oranje Bierhuis nooit meer achter hekken, toiletwagens en plastic zeilen weggestopt.
De deur ging open en Jaap kwam binnen. Staat die pisbak hier al voor de opening van de Culturele Hoofdstad volgende week voor de deur, vroeg hij. Klaas zegt dat we maxima daar kunnen zien poepen, zei Udo. En hij hield mijn glas nog maar even onder de kraan.

Advertenties

ook een koningin moet wel eens poepen

Misschien kunnen we Maxima nog naar de wc zien gaan, zei ik tegen Udo, de barman van het oranje Bierhuis. Koninginnen poepen alleen thuis, in het paleis, zei Udo. Op een gouden bril en die vegen hun billen af met fluwelen toiletpapier.
Het kan toch zijn dat ze hoge nood heeft, zei ik, met vrouwen weet je het nooit. Als die moeten, dan kunnen ze het meestal niet langer dan een minuut ophouden; mijn vrouw tenminste niet. Maar dat is geen koningin, zei Udo. Onderschat mijn vrouw niet, maatje, antwoordde ik.
We keken met zijn tweeën door de ramen van het Bierhuis waar we in plaats van het uitzicht op het mooiste plein van de stad uitkeken op een foeilelijke gestreepte tent en een toiletwagen van Hessel. Culturele Hoofdstad, zuchtte ik en het oudste stukje cultuur van de stad stoppen ze weg achter hekken, pisbakken en een rare tent. En van al die duizenden mensen die naar de opening komen kijken komt er niet eentje bij ons omdat wij verstopt zijn door hekken, pisbakken en plastic zeilen, zuchtte Udo. Jullie moeten dat ook anders aanpakken, zei ik. Het is iedere keer gelazer als er iets cultureels in de stad gebeurd. En zeker nu met de Culturele Hoofdstad moet je wat regelen. Op het gemeentebestuur hoef je niet te rekenen, Crone heeft het beste voor met de stad maar zeker niet met de kleine ondernemers die soms wat dwars liggen. Die zijn lastig. En dit jaar wordt de stad geregeerd door niets ontziende subsidieslurpers en culturele pommeranten die zich zelf belangrijk vinden. Vooral de subsidieslurpers hebben geen enkele consideratie met de kleine ondernemers die het hele jaar door de stad levendig houden van hun eigen geld. Je moet zorgen dat je dit volk in je café krijgt, vriendjes worden met de mensen die in de subsidiepotten graaien. En als je dat lukt wordt het Oranje Bierhuis nooit meer achter hekken, toiletwagens en plastic zeilen weggestopt.
De deur ging open en Jaap kwam binnen. Staat die pisbak hier al voor de opening van de Culturele Hoofdstad volgende week voor de deur, vroeg hij. Klaas zegt dat we Maxima daar kunnen zien poepen, zei Udo. En hij hield mijn glas nog maar even onder de kraan. IMG_5297[1]

SABIENTJE

 

 hondje Als ik alle culinaire decemberglossy’s door heb gebladerd, heb ik meestal wel weer genoeg van uitgebreide recepten, feestelijk gedekte tafels, tuthola’s met schortjes die iets gezelligs doen met gourmetten of fonduen en foto’s van serieus kijkende koks die in het begeleidend artikel adviseren alles vooral op lage temperatuur te garen. In december koop deze glossy’s ook nooit, maar kijk ze licht walgend door in de bladenwinkel. Zelf duw ik met de kerst meestal een kalkoen in de oven. Of eigenlijk twee, ook eentje voor Jan.

 

 

 

  Jan kom ik af en toe in de kroeg tegen en een paar jaar geleden is door toedoen van ettelijke glaasjes overeengekomen dat ik zijn kerstkalkoen  mag vullen en braden. Als tegenprestatie drinken we dan rond de Paasdagen een flesje berenburg leeg en vertelt hij me, als de bodem van deze fles in zicht is, hoe de kerstkalkoen was; te droog, niet gaar genoeg  te weinig vulling en één keer is het voorgekomen dat de kalkoen wel te eten was. Toch brengt hij ieder jaar een nieuwe kalkoen die ik braaf samen met mijn eigen gevogelte in de oven stop.

 

 

 

 Vorig jaar kwam Jan met rode ogen en hangende schouders mijn keuken binnen, de kalkoen in een plastic tasje.  Waar is de hond vroeg ik, want normaliter doet Jan geen stap zonder zijn volvette dwergpincher. Sabientje is dood, zei Jan en ik meende een snik in zijn stem te bespeuren. Ze heeft een hartaanval gehad vanmorgen. Ze ligt nu in een doosje achter in de auto want de vrouw zegt dat ik haar op een rustig plekje in het park moet begraven als het donker is. Ze speelde daar zo graag. Ik zag nu echt een traan langs zijn wang lopen. Maar ik kan het niet, ik kan dat arme beestje niet in die koude grond stoppen, snikte Jan nu echt. Zal ik het voor je doen, vroeg ik. Het scheen de oplossing te zijn. Jan snoot zijn neus nog een keer en haalde het doosje met het dooie hondje uit de auto. Toen nam hij, terwijl hij zich tegen mij verontschuldigde voor zijn tranen, afscheid van Sabientje en vertrok. Mij achterlatend met een dooie kalkoen en een dooie hond. Nu heb ik mijn leven lang nog maar van weinig dingen die ik heb gedaan spijt gehad, maar het volgende is niet goed te praten. Ik keek eens naar die geplukte kalkoen en de dode hond, haalde mijn eigen kalkoen er bij en het gehakt voor de vulling en kwam toen tot de slotsom dat ik wel erg weinig vulling had voor twee kalkoenen. Toen keek ik nog eens naar het dode Sabientje.

 

 

 

 Nu is het stropen van een hond niet wezenlijk anders dan van een haas of een konijn, dus enkele minuten later hing Sabientje met haar achterpootjes aan een haak, bloot aan de afzuigkap. De hoeveelheid vlees viel voor zo’n vet mormel wel wat tegen toen de botjes er uit waren, maar samen met een beetje gehakt was het juist genoeg om de kalkoen van Jan te vullen en kon ik de rest van het gehakt in mijn eigen exemplaar duwen. En behalve dat ik niet naar de slager hoefde voor meer gehakt, hoefde ik ook niet in het donker in het park illegaal een gat te graven om die dooie Sabientje in te stoppen.

 

 

 

 Tegen de paasdagen dronken Jan en ik traditioneel ons flesje berenburg. Je moet me toch nog eens de plek laten zien waar je Sabientje hebt begraven zei Jan. Dat komt nog wel eens, zei ik wat afwijzend.  Hoe was de kalkoen trouwens? Fantastisch zei Jan, deze was de beste ooit, vooral de vulling was goed Was dat ook kalkoen?. Kijk en toen had ik moeten liegen, maar alcohol en vooral berenburg maakt mensen eerlijk. Dat was Sabientje flapte ik er uit. Er viel een vol glas berenburg kapot op de grond. Jan zijn gezicht werd afwisselend rood en wit en even leek het alsof hij me wilde wurgen. Toen beende hij zonder te betalen het café uit.  Wat was dat, vroeg de barman die aankwam met een stoffer en blik om de scherven op te vegen. Een soort van Kerstverhaal, zei ik. Maar ik denk dat ik de kerstkalkoen van Jan dit jaar niet weer hoef te vullen. 

 

 

 

DE ZWAAIENDE KAT, DE DIKBUIKIGE BOEDDHA EN DE GOD MET DE SLURF

IMG_5126

 

 

Het komt een beetje door de yogalessen die ik volg. Niet dat ik daar door erg zweverig ben geworden, als nuchter Liwwadder moet daarvoor meer gebeuren dan een paar keer per week met je ogen dicht in lotushouding op een meditatiekussen te zitten. Maar toch. Er staat een Hindoestaanse god met een olifantenslurf en een rat aan zijn voeten op mijn bureau, er zwaait vanuit de vensterbank een Chinese kat vierentwintig uur per dag met zijn linker pootje geluk naar me toe en uit de buik van een dikbuikige Boeddha steekt vaak een wierookstokje. De yoga heeft er ook voor gezorgd dat ik iedere ochtend online een orakelkaart trek. En die vertelt me dan het antwoord op de vraag die ik aan me zelf stel: hoe ga ik mijn dag leven.
Vorige week vertelden de kaarten me op een ochtend dat ik voor een grote verandering stond en dat mijn naasten me daarin zouden steunen. De hele ochtend zat ik mijn hersenen te pijnigen wat die verandering in kon houden. Wat zo’n kaart vertelt is één ding, maar ik wil natuurlijk wel zelf de regie houden. Maar zoals altijd bij de orakelkaarten, komt de oplossing vanzelf. Mijn vrouw keek tijdens een gezamenlijk kopje koffie op van haar telefoon en zei #MeToo. Wat bedoel je, vroeg ik, terwijl ik een hap uit mijn gevulde koek nam. Nou van die berichtjes op Twitter over seksuele intimidatie en aanranding, zei ze. #MeToo. Hoe zo, heeft iemand jou seksueel geïntimideerd? Vertel me wie het geweest is, dan sla ik hem op zijn bek. Jij, zei ze. Maar jij bent mijn vrouw, zei ik en Harry de trouwambtenaar heeft ons verteld dat jij aan je echtelijke verplichtingen jegens je man moet voldoen. Dat is dus geen seksuele intimidatie als ik ’s nachts eens tegen je aankruip. Nee, zuchtte mijn vrouw, dat lukt ook niet binnen die tien minuten waar jij genoeg aan hebt. Moet je luisteren, ik heb net gelezen dat de gemiddelde vrijpartij in Nederland 11 minuten duurt. En in België is dat een minuutje langer, zei ik. Kunnen we niet naar België emigreren, vroeg mijn nog steeds zuchtende echtgenote? Maar dat is natuurlijk niet aan de orde. In België hebben ze geen Liwwadden.

Toch zette het me aan het denken, verandering met steun van je naaste, had de orakelkaart vanochtend belooft. Ik keek nog eens naar de kat met de zwaaiende arm, de god met de slurf en de rat en de dikbuikige boeddha met een wierookstokje in zijn navel. Andere seks, dat is de grote verandering. En mijn vrouw is dan de naaste die me er mee helpt, bedacht ik me ineens. Het moet wat langer duren dan tien minuten, maar ik moet er natuurlijk ook niet bekaf van worden. Tantraseks, was mijn volgende gedachte. Daar had ik een keer een paar filmpjes van op youtube gezien, toen ik Jordaanliedjes van Tante Leen opzocht maar het per ongeluk verkeerd intikte. In de filmpjes lieten ze zien hoe het moest, zulke Tantraseks. Je moest vooral geen haast hebben vertelden ze er in het Engels nog bij. Tantraseks kan wel een paar uur duren. Dit was net wat ik nodig had. De kaarten hadden het weer eens bij het rechte eind. Gelukkig had ik de filmpjes opgeslagen samen met die met liedjes van Tante Leen. Ik ging meteen de filmpjes nog een keertje bekijken.
Later die avond sjouwde ik de kat, de god en de boeddha naar de slaapkamer en plaatste 30 waxinelichtjes rond het echtelijke bed. Een dikke stompkaars op de nachtkastjes met de geur van vallende lotusblaadjes en een grandfoulard over het bed. Ik was klaar voor een paar uren seks.
Mijn vrouw wat minder. Wat ben jij van plan, zei ze toen ze in haar nachtpon over de waxinelichtjes heen in bed kroop. En wat stinkt hier zo. Dat zijn vallende lotusblaadjes, zei ik en trok wat aan haar nachtpon. Ik ga je lekker strelen en masseren met olie en dan moet jij dat met mij doen. Geen olie in bed, zei mijn vrouw, dat heb ik vanochtend net verschoond. Ze kroop onder het dekbed. Ik liet zonder dat ze het zag een straaltje olie in mijn handpalmen lopen en begon haar benen te masseren. Kevin Spacey is ook al aangeklaagd wegens seksuele intimidatie, zei mijn vrouw die op haar telefoon haar twitteraccount checkte. Ik ging wat hoger op strelen en mijn vrouw legde haar telefoon neer. Toen het klaar was, zei mijn vrouw: twaalf minuten, je gaat vooruit. Blaas jij de waxinelichtjes even uit? Toen ik in het donker het raam van de slaapkamer openzette om de geur van de vallende lotusblaadjes weg te krijgen, dacht ik, goddank, dan hoeven we tenminste niet naar België.

 

 

 

SLECHTS GEKLEED IN HOGE HAKKEN EN EEN GLAS RODE WIJN

Brandmelder

 

 

Het is een heerlijke en behaaglijke warmte, zei de man van de kachelwinkel waar mijn vrouw en ik op een trieste donderdagmiddag een houtkachel uitzochten. Ik had de aanschaf van zo’n kachel een paar jaar kunnen uitstellen, maar mijn vrouw is een doorzetter.

Ik had ooit, toen ze een keertje over de romantische gevoelens die de vlammen in zo’n kachel oproepen begon, een dvd’tje gekocht waardoor je anderhalf uur lang naar een haardvuur op de tv kon staren. Maar dat scheen niet het zelfde te zijn, volgens mijn vrouw. De man van de kachelwinkel legde ons alle ins en outs van het branden van een houtkachel uit en ik begreep er steeds minder van waarom iemand in vredesnaam een houtkachel wil aanschaffen als je toch met één slinger aan de knop van de thermostaat, de cv je hele huis behaaglijk warm maakt. Bovendien woont de familie Kasma op een bovenhuis en als enige man in huis ben ik dus de aangewezen persoon om met blokken hout de trap op te sjouwen.

Weet je, zei mijn vrouw, toen de kachel was geïnstalleerd, we hebben nog die leuke schapenvacht van de Ikea. Als de kinderen vanavond naar bed zijn, leggen we die voor de kachel, jij maakt een flesje rode wijn open, ik doe iets spannends aan en dan stoken we de kachel hoog op. Eigenlijk had ik plannen om even de stag in te gaan voor een biertje, maar zo vaak krijg ik mijn vrouw ook niet in iets spannends te zien en dus gebeurde het zoals zij het bedacht had. Om 10 uur stond de nieuwe kachel roodgloeiend, had ik de fles wijn ontkurkt en stond mijn vrouw voor me zoals ik haar het liefst zie; slechts gekleed in hoge hakken en een glas rode wijn. Het Ikea schapenvachtje lag stijf tegen de kachel

Het is wel wat warm hier in de kamer, zei ik toen ik, ongemakkelijk op het vachtje zittend, een slok van mijn wijn nam. Doe iets uit dan, zei mijn vrouw. En zoals altijd gehoorzaam ik haar als ze zoiets vraagt. Weet jij hoe je dit ding moet temperen, vroeg ik nog, maar mijn vrouw was, waarschijnlijk of door de aanblik van haar echtgenoot in onderbroek, of door de rode wijn niet meer aanspreekbaar. Misschien moet ik alle schuifjes dicht doen, bedacht ik me in eens. Tussen twee zoenen van mijn vrouw en een slok rode wijn lukte me dat zonder mijn vingers te verbranden. Het hielp niet echt merkte ik 10 minuten later terwijl het zweet me in mijn ogen prikte. De combinatie van hitte en een spannende echtgenote was klaarblijkelijk slecht voor mijn gezonde denkvermogen want ik trok zomaar ineens het deurtje van de kachel open in de hoop dat het vuur dan uit zou gaan. Er bleek door de dichte schuifjes niet eens zoveel vuur meer in de kachel te zijn, maar wel veel rook en vonken. De rook bereikte meteen de rookmelder aan het plafond, die verschrikkelijk begon te loeien en van de vonken kwamen er een paar op het Ikea schapenvachtje terecht dat onder onze billen weg begon te smelten omdat het van nylon kunststof gemaakt was. Zet dat ding uit, schreeuwde mijn vrouw, straks zijn de kinderen wakker. Maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ten eerste kon ik er niet bij zonder een trapje en ten tweede zijn de brandmelders bij ons op de netstroom aangesloten zodat je niet, wat iedereen doet die een brandmelder in huis heeft, de batterij er uit kan halen. Een paar minuten later had ik hoestend op een trapje het knopje gevonden om de melder uit te zetten. Mijn vrouw had inmiddels het kacheldeurtje weer dicht gedaan en de buitendeuren open zodat de rook de kamer uittrok.

Terwijl we op het dakterras naar frisse lucht stonden te happen kwam het hoofd van de achterbuurvrouw over de schutting. Wat een herrie daar bij jullie! Ik liep naar de schutting om haar te vertellen dat mijn vrouw en ik een romantische avond hadden maar dat het zo heet geworden was dat het brandalarm was afgegaan. En dat met je onderbroek nog aan, vroeg ze ongelovig. Ik was vergeten dat ik alleen mijn onderbroek maar aan had. Ik ga bij de kinderen kijken, riep mijn vrouw vanuit de openstaande deur, gooi jij het vachtje weg? Tijdens het laatste rondje met de hond propte ik de resten van het schapenvachtje op de Nieuwestad in een vuilnisbak. Toen ik daarna de slaapkamer binnenkwam lag mijn vrouw al te slapen met een hele grote pyjama aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HARDLOPEN

IMG_5051

De mevrouw van het VNN schrok bijna net zo erg als de dokter die mij naar haar toe had gestuurd toen ik vertelde dat ik al 40 jaar lang iedere dag een fles wijn drink.

Mijnheer Kasma, zei ze, dat is veel te veel, dan drinkt u 56 glazen per week. Nu kan ik heel goed rekenen en kwam eigenlijk niet verder dan 35, misschien 40 als ik een beetje zuinig schenk. U was rijk geworden als u in de horeca had gewerkt, zei ik. Maar ze had niets met horeca en had na het glaasje appelsap op haar zeventiende tijdens het dorpsfeest van Tytsjerk ook geen horecagelegenheid meer bezocht. Als u nog gezond ouder wilt worden moet u stoppen met de wijn, zei ze nog steeds een beetje overstuur. Maar van bier moet ik zo vaak pissen en van sterke drank wordt ik vervelend, zei ik lichtelijk protesterend. Maar ze bedoelde dat ik helemaal met alcohol moest stoppen, wilde ik nog een beetje gelukkig oud worden. Minimaal een half jaar. Dat leek me een beetje drastisch, maar een weekje kon ik het altijd proberen.

Ga hardlopen, zei de VNNmevrouw, daar krijg je op een gegeven moment het zelfde gevoel van als van alcohol, maar zonder de negatieve gevolgen. Het leek me een redelijk omslachtige manier, maar alla, soms moet je eens iets nieuws proberen. Toen mijn vrouw de volgende dag uitgelachen was nadat ze me in mijn nieuwe hardloop outfit had gezien, je kunt blijkbaar niet in spijkerbroek en westernlaarzen hardlopen, vertrok ik vanaf het Herenwaltje in een sukkeldrafje richting Eewal. De rokers die buiten bij het Oranje Bierhuis stonden gingen spontaan voor me klappen en op het terras van de Toeter vielen de gesprekken stil toen ik in sukkeldraf voorbij kwam. Je moet het langzaam opbouwen, dacht ik redelijk buiten adem, toen de Strohoed in zicht kwam. Op dat moment struikelde ik over een scheefliggende stoeptegel. Nu gebeurt dat wel eens vaker, maar nooit als ik naar een kroeg toe loop. Gelukkig zag iemand bij de Strohoed het gebeuren en hielp me weer overeind. Ik kreeg een biertje voor de schrik en een doekje tegen het bloeden van mijn neus, wenkbrauw en knie van de barman. Eigenlijk drink ik niet meer, zei ik en gaf het doekje terug aan de man die me overeind geholpen had. De barman had mijn lege bierglas al weer onder de tap. Je moet niet zo hard lopen zei hij, dat is niet gezond. Van sporten wordt je sowieso niet gezonder. Nou, zei ik, jij weet dat, ik weet het ook en hier in de kroeg zijn vast nog wel een paar mensen die dat weten, maar alle andere mensen vinden dat je moet bewegen, gezond eten, niet roken, niet drinken en alleen neuken als je je voort wil planten. Van dat laatste krijg je overbevolking, zei de barman. Want neuken doen ze toch. Dat moeten we niet hebben. Ik denk dat die overbevolking wel mee gaat vallen, zei ik, want al die ouderen die niet meer aan het werk komen of hoeven, gaan onder druk van de huidige gezondheidswaanzin die er heerst naar de sportschool. Of ze gaan hardlopen, zoals ik, of zoals sommige malloten, iedere dag zwemmen of 100 kilometer fietsen. Dat is slecht voor het hart en dus vallen ze bij bosjes dood neer. 10 jaar te vroeg. Alleen omdat de maatschappij wil dat je gezond oud bent. Nou oud wordt je niet als je sport. Ze zeggen wel dat je minder snel dement wordt als je beweegt, zei de barman. Ja, ook zo’n oplichterij om ouderen snel de pijp uit te krijgen. Een goed sociaal leven, regelmatig een goed gesprek met mensen, bijvoorbeeld in het café, daar kun je misschien dementie mee voorkomen. Daar nemen we nog eentje op, zei de barman. Dan ga ik nog even bewegen, als dat wil met mijn dikke knie, ik moet altijd snel pissen van bier, en ik strompelde richting wc.
Je zult wel bekaf zijn van dat geren, zei mijn vrouw toen ik naar huis kwam en haar mijn gehavende gezicht en knie liet zien. Het is levensgevaarlijk ook nog, zei ik. Als ik niet uitkijk ga ik gezond dood omdat ik mijn nek breek van al dat sporten. Vaag zag ik een hoopvolle blik in de ogen van mijn vrouw. Ga je morgen weer, vroeg ze. Nog één keertje dan maar ik neem weer dezelfde route.

MANNEN WEG ACHTER DE GERANIUMS

geranium-10-in-premNu ik niet meer werk en het reilen en zeilen van het huishouden op me genomen heb, merk ik ook de discriminatie waar huismannen tegenaanlopen. De schampere lachjes van mannen met een betaalde baan en vooral van werkende echtgenotes. Daarom heb ik de stichting ‘Mannen weg achter de Geraniums’ opgericht, met als doel deze discriminatie uit te bannen. Ik wil lotgenoten oproepen samen met mij de strijd aan te gaan.

De strijd die wij huismannen gaan strijden om aan het juk van onze werkende vrouwen te ontsnappen.

Wij willen niet langer door hen gekoeioneerd worden. Altijd als eerste opstaan om ontbijtbordjes en lunchtrommeltjes te vullen en te zorgen dat de kinderen op tijd op school zijn en de vrouw in de auto, zodat ze voor de files uit naar haar werk kan. Ik kan je verzekeren dat dat niet echt leuk is. Zelfs in het weekend moet je als huisman als eerste opstaan om croissantjes te bakken en koffie te zetten, want de vrouw des huizes is doodop van haar vermoeiende baan. Ja, ja, doodop van dat kontgedraai op torenhoge naaldhakken in een te nauw rokje voor haar baas! Als ze thuiskomt is het eerste wat ze doet haar schoenen uit schoppen en languit op de bank gaan liggen en wordt er van een huisman verwacht dat die met een drankje aan kom zetten en haar nek masseert. De kinderen zijn dan al een paar uurtjes naar bed, dus daar hoeft ze niet meer naar toe. Die zakelijke etentjes in dure restaurants zijn zo verschrikkelijk saai, wordt vanaf de bank gezucht terwijl de huissloof extra ijsklontjes voor haar maltwhisky uit de keuken haalt.

En hoe was jou dag, klinkt het van de bank, maar als je haar dan als liefhebbende echtgenoot wilt antwoorden hoeveel manden was er weggewerkt zijn, hoeveel afwas er was, dat de kinderen eerder uit school kwamen en dat de ettertjes daarom mee moesten naar de supermarkt, heeft zij het al weer over de interessante mensen die ze op haar werk is tegen gekomen. Maar vanaf nu is dat afgelopen!. Wij huismannen gaan tegengas geven. Misschien ontmoet ik in mijn bestaan als huisman dan niet zulke leuke mensen als zij op haar werk, maar als ik wil vertellen hoe mijn dag was, dan heeft ze maar te luisteren.

Op het schoolplein heb ik al vaders die in dezelfde situatie verkeren aangesproken om zich bij de stichting ‘Mannen weg achter de Geraniums’ aan te sluiten en de situatie van ons huismannen op een voor ons acceptabel niveau te brengen. Voortaan zullen onze vrouwen na het werk zelf hun drankjes moeten inschenken. Er wordt door ons geen maaltijd in de magnetron geschoven omdat vrouwlief niet op tijd voor het eten was door een uitgelopen vergadering. Deze zelfde vergaderingen zijn ook geen reden voor ons meer om niet of veel later naar de kroeg te gaan. Bovendien moet het huishoudgeld omhoog want zo’n kroeg kost toch nog wel wat geld en dat mag natuurlijk niet ten koste gaan van de kids. Hoofdpijn, vermoeidheid en chagrijnigheid mag voortaan ook geen reden zijn om ons huismannen seks te weigeren op de avonden dat we niet in de kroeg zitten. En mocht het ’s avonds om wat voor reden dan ook niet lukken, dan zet mevrouw de wekker maar een half uurtje vroeger en zodat het bed ’s ochtends voor kantoortijd even flink kan schudden. ’s Ochtends lukt het bij ons mannen, zeker als je zoals ik wat op leeftijd bent, meestal beter dan ’s avonds. Bovendien is meer seks ook goed voor de lijn las ik in de Margriet die ik van de buurvrouw geleend heb en kan de sportschool wel afgezegd worden. Als ze iets met sport wil doen dan gaat ze maar in mijn plaats op zaterdagochtend met de oudste naar het voetbalveld om hem aan te moedigen. Uiteraard kan ze ook gewoon op de fiets naar haar werk om slank voor haar baas te blijven. Dan kan ik de kinderen mooi met die lease-bak van haar uit school halen. Let maar eens op de komende tijd. Als je ergens een wat verschrikte en een beetje angstig kijkende vrouw ziet, dan is ze zo goed als zeker getrouwd met een huisman die is aangesloten bij de stichting ‘Mannen Weg achter de Geraniums’.

 

VRAAG EN ANTWOORD

th politie

 

-Mijnheer agent mag ik u iets vragen?
Goedemiddag, ja zeker, vraagt u maar.
-Is het waar dat u met een politieauto overal mag parkeren?
Ja hoor, wij mogen de auto in principe overal neer zetten.
-En wordt dan nooit bekeurd door uw collega’s van de parkeerbeheer of van de motorbrigade?
Nou nee, die zien dat het een politieauto is natuurlijk en als er niemand in zit dan betekent dat wij ergens aan het werk zijn.
-Bent u nu ook aan het werk?
Ja zeker.
-Werken ze bij de politie altijd met een boeket bloemen en een fles wijn in de hand?
Mijnheer we moeten naar een receptie op het stadhuis en daarom hebben we de auto hier geparkeerd.
-Naar recepties gaan is ook werk bij de politie?
Mijnheer daar laat ik me niet over uit, wat wilt u eigenlijk van mij.
-Nou, eigenlijk zijn deze parkeerplaatsen voor vergunninghouders
Ja in principe parkeren we de auto zoveel mogelijk in een parkeervak
-Maar wij betalen nogal wat geld voor zo’n parkeerplek terwijl we niet eens verzekerd zijn van een plek omdat Parkeerbeheer veel meer vergunningen uitgeeft dan dat er beschikbare parkeerplekken zijn. Bovendien zijn er ook altijd nog mensen die hun auto neerzetten omdat ze in de coffeeshop zitten of snel een boodschap gaan halen.
Ja parkeren in de binnenstad is altijd lastig.
-Maar als mijn vrouw zo terugkomt met van de groothandel met de spullen die we vanavond in ons bedrijf hier nodig hebben, kan ze nergens staan, ook mee omdat uw auto er staat.
Dat is heel vervelend voor uw vrouw, maar daar kunnen wij niets aan doen.
-Het is vooral heel vervelend voor mij, want nu moet ik een heel eind met al die zware kratten sjouwen. Bovendien, waar laat ze de auto daarna?
Mijnheer ik moet nu naar de receptie
-Maar mijnheer agent, ik heb nog een vraagje. Als politiemensen overal mogen staan, waarom zet u dan nu niet uw auto voor het Stadhuis? Dan hoeft u voor uw werk niet 20 meter te lopen met een fles wijn en een bos bloemen en dan kan mijn vrouw hier zo meteen gewoon parkeren en hoef ik niet zo ver te sjouwen me zware kratten.
Voor klachten moet u op het bureau zijn mijnheer en nu……..
_Ik heb geen klacht, ik probeer alleen de beweegreden te snappen waarom een politieauto een schaarse vergunninghoudersplek in de binnenstad inneemt zodat een binnenstadsondernemer zijn spulletjes niet in de buurt kan uitladen. Ik snap best dat wanneer ik een melding maak van overlast hier door vervelende coffeeshopjongetjes jullie anderhalf uur later komen aanscheuren en dan op een lege plek gaan staan. Maar een receptie is toch niet zo dringend. Bovendien wist u wel dat er op vijf minuten lopen vanaf deze plek twee fantastische mooie parkeergarages zijn? En die zijn zo ruim opgezet dat er ook wel politieauto’s in passen.
Mijnheer ik ga nu naar het Stadhuis.
_Och mijnheer agent, zou u nog even iets voor me willen doen en het bureau bellen dat het witte busje op het Raadhuisplein van mijn vrouw is, dat er geen parkeerplek of vergunninghoudersplek vrij is, maar dat het meteen zal worden verplaatst zodra u van de receptie terug bent. En dat uw collega’s dus geen bekeuring achter de ruitenwisser moeten stoppen.
Mijnheer op dit soort verzoeken mogen wij niet ingaan.
-Maar zou u het voor me willen doen als het wel mocht?
Ik moet nu naar de receptie.
-Ik zou het toch wel fijn vinden als u toch even voor me zou kunnen bellen. U weet het misschien niet, maar ik wel uit meerdere ervaringen. Zo’n bekeuring is toch maar weer een hoop euro’s en als kleine middenstander moet ik daar hard voor sappelen.. Mijnheer agent loop u nou niet weg!
Mijnheer ik heb geen zin om langer naar uw praatjes te luisteren, ik moet nu…
-Ja, dat weet ik, u moet voor uw werk naar een receptie, ik hoop dat het feestvarken blij is met de wijn en de bloemen. Is het een persoonlijk geschenk of is het uit de algemene middelen betaald?
Mijnheer ik groet u.
-Ja tot ziens en een fijne receptie gewenst. Oh kijk, daar komt mijn vrouw ook net aangereden. Nou dan zal ik maar beginnen te sjouwen. Kunt u echt dat telefoontje niet even doen?

ZWANGERE VROUWEN, HUN VRIENDINNEN EN IK

kinderwagenIk heb geen hekel aan vrouwen, integendeel. Af en toe hoor ik wel eens dat ik veel te gek op vrouwen ben. Tenminste, dat zegt mijn vrouw als er een van mijn vriendinnen aan de telefoon hangt. Rustig, lieverd, zeg ik dan, er is er maar een zo als jij. En dat stelt haar dan weer gerust. Nee ik zou me zonder vrouwen geen raad weten. Alleen aan de vriendinnen van zwangere vrouwen heb ik een pleurishekel.
Toen mijn vrouw de laatste keer zwanger was heb ik structureel al haar vriendinnen verboden haar op te zoeken. Soms was er eentje die het wel lukte, bijvoorbeeld omdat ik even om een boodschapje was, maar die gaf ik dan, als ik thuis kwam, de keus om of door mij door het raam van één hoog naar beneden gedonderd te worden, of vrijwillig binnen 3 seconden door de voordeur te vertrekken. Ik zal uitleggen waarom.
Vriendinnen van zwangere vrouwen komen altijd met goede raad. Zelfs die vriendinnen die nog nooit zwanger zijn geweest en waarvan sommigen het ook nooit zullen worden tenzij ze een stiekem bezoekje aan het gorillahok in de dierentuin gaan brengen, weten precies wat goed voor een zwangere vrouw is. En dat goede bestaat vooral uit het ontberen van dingen die het leven aangenaam maken. Geen glaasje wijn, geen Franse kaas, geen rauwe vis, geen rood vlees, geen kip, geen suiker, geen harde muziek, geen katten in de buurt en zeker geen seks na de zesde maand. Terwijl wij mannen vinden dat juist al deze dingen tot onze eerste levensbehoeftes behoren. Voor een man is er immers geen bal aan als hij niet een glaasje wijn samen met zijn zwangere vrouw kan drinken. Een man eet niet in zijn eentje een Frans kaasje of een lekkere rauwe biefstuk. Dat wil hij doen met de vrouw die voor zijn nageslacht zorgt. Maar zwangere vrouwen zijn vaak een beetje labiel en geloven alles wat die bitches, die zich vriendinnen noemen zeggen. Het is heel slecht voor de baby zeggen ze dan. En dat illustreren ze met de meest gruwelijke voorbeelden uit hun kennissen-, vrienden- of familiekring. En als man moet ja dan weer een paar dagen lullen als Brugman om je vrouw of vriendin weer zover te krijgen dat ze weer gezellig doet.
En als het kind dan eindelijk geboren is, gaan diezelfde vriendinnen weer goede raad geven. Dan moet het kind zo snel mogelijk aan de fles, want van borstvoeding krijg je hangtieten, dan wordt de jonge moeder voor gek verklaart als de staafmixer in een portie vers gekookte groenten zet om een babyhapje te maken; mens waarom al die moeite, koop toch gewoon potjes. Dat die vol E-nummers en andere viezigheid zitten, dondert niet. En als het kind de eerste twee jaar overleefd heeft, wordt het volgepropt met de drie P’s, Pasta Pizza en Patat. Dan hoeft het geen groente te eten die het niet lust, maar krijgen het een Happy Meal van McDondalds of knakworstjes uit blik. Want de vriendinnen zeiden dat ze dat zelf ook af en toe doen. En hun kinderen zijn toch ook groot geworden. Over dat die kinderen door alle viezigheid waarmee ze groot geworden zijn, op hun achtste al tietjes en zwembandjes hebben, hoor je de vriendinnen niet. Waar je ze wel over hoort is dat ze zich zo veel ontzegd hebben toen ze zwanger waren en dat ze hun kinderen daardoor gezond op de wereld hebben gezet.

Vrouwen, ik vind ze geweldig, zwangere vrouwen ook. Als ze maar geen vriendinnen hebben.
 

 

 

 

 

ADAM, EVA EN DE GÊNANTE LIJVEN

 

Nadat ik was afgewezen als deelnemer voor het televisieprogramma Adam zoekt Eva, liep ik een beetje met mijn ziel onder de arm door de stad. Ga maar even een eindje om, had mijn vrouw gezegd toen ik haar vertelde over het teleurstellende telefoontje van de secretaresse van de programmamaker.
Ik had er erg veel zin in gehad; een paar weken in mijn blootje op een tropisch strand met een mediageile blote mevrouw die ik dan zou moeten versieren. Dat was net iets voor me geweest. Versieren is immers mijn tweede natuur. Mijn vrouw had het ook nog aangemoedigd. Je bent hartstikke bruin van de zonnebank, zei ze, en als je je buik, je kalende kruin en je ietwat verschrompelde jongeheer negeert, ben je volgens mij de ideale kandidaat voor dit programma. Maar ze had het mis dus. Ze wilden me niet, ik was te oud. Ze hadden ook de foto’s, die mijn vrouw van me had genomen toen we deze zomer een dagje naar het naaktstrand waren, teruggestuurd. Vind jij dat nou ook, had ik mijn vrouw gevraagd, dat ik te oud ben om op televisie te komen. Nee hoor lieverd, bij Omrop Fryslân hebben ze heel veel oude mannetjes die andere oude en soms mallotige mannetjes interviewen. Misschien kun je daar die foto’s heen sturen. Kijk jij naar de Omrop, was mijn reactie, maar dat was al jaren geleden voor het laatst gebeurd, begreep ik toen. Zelf kijk ik wel eens, als ik aan het zappen ben, maar over hoe mijn blootfoto’s mij aan deelname aan een programma van Omrop Fryslân zouden kunnen helpen, had ik zo een twee drie geen idee. Bovendien zie ik niet veel mallotige oude mannetjes meer bij de Omrop. Die hebben ze waarschijnlijk allemaal al gehad.

Misschien is dat televisiegedoe helemaal geen goed idee, bedacht ik me, toen ik na mijn wandeling neerstreek op het terras van Fire Café. Het zou beter voor me zijn als ik ophield met dat carrière najagen. Misschien moet ik gewoon tevreden zijn met mijn leventje. Ik hoef niet te werken, eten en vooral drinken is er altijd genoeg en mijn vrouw, die bij ons de kostwinner is, zorgt royaal voor mijn zakgeld. Zeker als ze weer eens met de jongen die voor haar werkt ergens in een hotel zit voor de maandelijkse teambuilding. Eigenlijk was het nergens voor nodig dat ik op televisie zou komen en beroemd worden. Iedereen kent me immers al. Zeker in de cafés en op de terrassen in de stad.

Toch liet dat televisiegedoe me niet los en na veel bier heb ik ook veel ideeën. En ineens wist ik het. ‘Gênante Lijven’, dacht ik. Dat is een programma waar ik prima aan mee zou kunnen doen. Ik rekende af want ik wilde het magistrale idee meteen aan mijn vrouw vertellen. En als ik daar te lang mee wacht ben ik zo’n idee tegenwoordig zo weer vergeten. Toch moest ik mijn verhaal even uitstellen omdat er op de tafel een briefje lag dat ze een nachtje weg was voor een onverwachte tussenteambuilding met haar werknemer. Maar dit idee, beroemd worden met het programma Gênante Lijven, heb ik op geschreven. Voor het geval dat.

IMG_4972