STICHTING AAP HAD TOCH OOK GEKUND

Stadhuis_Leeuwarden_001

huren of zo.

Stichting AAP, zwerfhonden uit Roemenië en de opvang van overbodig geworden circusdieren bij Fileda in Nijerberkoop, ze verdienen allemaal onze steun vind ik. Daar mogen best wat euro’tjes heen. Net als naar projecten in Afrika waardoor kinderen naar school kunnen en een kans op een beter toekomst krijgen. Giro 555 waar je geld kunt storten bij grote natuurrampen moet zeker gesteund worden. En dichter bij huis zou ik willen dat zeehondenopvangen, bejaarde koeientehuizen en rusthuizen voor pensioen gerechtigde manegepaarden en pony’s met enige regelmaat een financiële injectie krijgen. En dan heb ik het nog niet over de laatste zelfslachtende slagers die failliet gegaan zijn omdat er steeds meer vegetariërs komen. Bovendien moet buitendijks ook nog het Wad beschermt worden en zo’n beschermende Waddenvereniging kan best wat centjes gebruiken. Daarom beste bestuurders van het Sint Anthonie Gasthuis jullie hadden je geld best wel ergens goed kunnen besteden. En waar voor hebben jullie gekozen? De Stadsbeiaardier.

Ieder vrijdag bespeelt deze door het Gasthuis gefinancierde musicus een uur lang de klokken van het Leeuwarder Stadhuis. Nu was dit aanvankelijk bedoeld om de Culturele Hoofdstad luister bij te zetten. Maar vorige week stond in de krant dat de beiaardier ook in 2019 iedere vrijdag een uur op de klokken gaat pingelen. Toen ik het las dacht ik, ze hadden toch wel iets anders kunnen bedenken, een zigeunerorkestje of wat blowende jongeren met een hangdrum op de trappen van het stadhuis. Maar nee, beste Gasthuisbestuurders, jullie wilden de beiaardier terug. Ik snap het ook wel. Jullie zitten op vrijdag middag lekker in de bestuurskamer en uit de verte klinken zachte carillongeluiden door de dichte ramen. Variaties op preludes van Bach, Johann Sebastiaan, schatten jullie zo in met een glaasje port in de hand.
Zelf meen ik meer Wagner te herkennen in het klokgeluid. Maar ook ik hoor dat natuurlijk door potdichte ramen, dus ik weet het niet zeker. Ik heb het daarvoor ook te druk als de beiaardier aan het spelen is. Eerst moet ik een rondje huis doen om alle deuren en ramen dicht te trekken, ouwe kranten in kieren en scheuren te stoppen en het kattenluik op slot te doen. Een van mijn lievelingskatten is hem namelijk al gepeerd na het eerste half uurtje door jullie gesponsorde carillionpreludes. En als ik dat dan gedaan heb moet ik mijn vrouw vastbinden. Meestal aan haar bureaustoel, maar soms ook wel eens aan ons 600 kilo zware AGAfornuis. De laatste tijd raakt ze van het carilliongeklingel regelmatig buitenzinnen en wil ze daar een eind aan maken. Niets kan haar stoppen om zo’n klokkenprelude te stoppen. Zelf niet als ik zeg dat al haar oplossingen zoals een bom op, in of onder het stadhuis op praktische bezwaren stuiten. Ze heeft ook al op het Darkweb geneusd hoeveel euro’s er met de aanschaf van een granaatwerper gemoeid zijn.
Maar goed, voor een fijne Culturele Hoofdstad had ik al deze kleine ongemakken nog wel over. Maar ik weet niet of ik dit nog een jaar red. Het zware fornuis heeft ze al een eindje van haar plek getrokken toen ik mijn vrouw daar de laatste keer aan vastgemaakt had. En nu gaat onze burgervader ons ook nog verlaten omdat hij gek werd van dat getingel. Daar heb ik dus ook geen steun meer aan. En hij regelde het nog vaak op vrijdag in Den Haag te zijn. Ik denk ook dat de raadsleden en de vertrouwenscommissie moeten vragen om een slechthorende tot dove nieuwe burgemeester.
En alsjeblieft beste Sint Anthoniebestuurders, sponsor 1n 2020 alsjeblieft zielige zeehondjes of vergeten pony’s. En uit ervaring weet ik dat zo’n zigeunerorkestje op de trappen van het stadhuis het ook heel goed doet.
.

Advertenties

Niet Klagen Maar Dragen

Lieve mensen, als jullie na het eten van bepaalde voedingsmiddelen jeuk, uitslag, galbulten, ophoping van vocht in lippen, mond of oogleden, een prikkelend gevoel in de mond, misselijkheid, buikpijn, diarree of juist verstoppingen krijgen, jullie bloeddruk daalt, duizelig worden, flauwvallen of een anafylactische shock krijgen, hoofdpijn, gedragsklachten, vermoeidheid of concentratieproblemen ondervinden, dan is de kans groot dat jullie een voedselallergie hebben. Dat is heel vervelend. Dan moet je bepaalde dingen laten staan. Je voedingspatroon aanpassen en een diëtiste in de arm nemen. Er valt mee te leven, maar ik geef het toe, wel op bepaalde voorwaarden. En dat is natuurlijk knap stom als je met vrienden uit eten bent en die bijvoorbeeld lekker aan de oesters en garnalen zitten terwijl jij dan je moet behelpen met een chipolataworstje, je weet wel, zo’n nietszeggend en naar niets smakend velletje met onbestemde inhoud. Maar je waagt je niet aan schaal en schelpdieren omdat je weet dat je er ziek van wordt want dat is na die eerste keer ook vastgesteld door de huisarts.

Thuis is leven met een allergie onhandig, misschien zelfs knap lastig, maar als je een keer in een restaurant wilt eten, ronduit beroerd. Dat weet ik als kok. Ik weet ook dat er steeds meer mensen en dan vooral, sorry dames, vrouwen met een of meerdere allergieën te maken krijgen.

Lieve mensen, ik zal jullie uitleggen hoe dat komt. Het is allemaal begonnen een jaar of 10 geleden met de glutenintolerantie. Daar kun je verschrikkelijk ziek van worden. Maar nadat een of andere kuttekop in de Libelle, Margriet of een ander blad had geschreven dat je door geen gluten te eten slank wordt, was het hek van de dam. Duizenden vrouwen en meisjes met een te dikke reet hadden ineens als ze uit eten gingen een glutenallergie. Daarna is er een tsunami van allergieën ontstaan. Mensen die ooit een keertje dun gepoept hebben omdat ze in een slechte tent een verkeerde mossel gegeten hebben, zijn voor de rest van hun leven allergisch voor mosselen. Vrouwen bij wie na het eten van een stuk kiloknallervarkensvlees een pukkel op de wang verschijnt zijn tot hun dood allergisch voor varkensvlees. Dan zijn er ook nog mensen die dingen als kreeften, kikkers en varkensstaartjes griezelig vinden en dus niet durven eten en vervolgens daar een allergie voor ontwikkeld hebben als ze in een restaurant eten. Niet te vergeten ook degenen die geen pastinaken, schorseneren, bloemkool, spruitjes, spinazie, alle soorten vis, kalfslever, linzen en kruidkoek lusten en daar nu allergisch voor zijn. En dat is allemaal begonnen met die trut die in de Libelle schreef dat je door geen gluten te eten, slank wordt. Maar gelukkig, en dat maakt het leven van deze mensen met een fake-allergie toch wel een stukje aangenamer, hebben ze bijna nooit een allergie gekregen voor chips, hamburgers van McDonalds, kipnuggets van de KFC, cola, kant-en-klare spaghettisaus, bouillonblokjes, frikandellen, fristi, stukjes smeltkaas van vache qui rit, vlammetjes, voorgedraaide gehaktballen, lapjes vlees met gekleurd paneermeel en kipfilet van een twee maanden oud kuiken. Maar lieve mensen, wie echt een allergie heeft zal ook deze dingen niet eten.

En ik? Nou ja, ik heb een klein allergietje. Het stelt eigenlijk niet zoveel voor maar ik wil het toch wel even kwijt in dit stukje. Ik ben allergisch voor bier. En die allergie speelt meestal aan het einde van de middag of het begin van de avond op. Als ik veel bier drink, dan krijg ik last van mijn blaas. Die zit dan continu vol. Dus moet ik telkens pissen. En naarmate de avond vordert en ik meer bier drink, moet ik steeds vaker pissen. Aan het eind van de avond soms al na ieder glas. En het ergste is dat ook het lopen steeds moeilijker wordt. Daarbij ga ik er ook nog onsamenhangend van praten. Dat zeggen ze dan de volgende dag. Maar goed, mijn vader zei vroeger al, Klaas, niet klagen maar dragen. En gelukkig heb ik niet iedere dag last van deze allergie.

Ik heb nog wel een euro

Stadhuis_Leeuwarden_001

Er moet gehandhaafd worden in deze stad, vertelde onze burgervader en sloot weer een drugspand omdat de bewoner een minieme voorraad van een halve gram drugs in bezit had. Er komen zo wel veel daklozen, zei ik. Man ik ben nu al iedere dag bijna een tientje kwijt aan mensen die euro’s vragen om in de daklozenopvang te kunnen slapen. Als je nog meer mensen die af en toe een pilletje of een blowtje op straat zet, kan ik straks mijn hypotheek niet meer betalen en moet ik ook naar de daklozenopvang. Misschien kun je beter advies geven om een kastje aan de muur te bevestigen of een hokje op de stoep waar ze hun voorraadje drugs kunnen bewaren. Dan hoeven zij hun huis niet uit, ben ik niet zoveel geld kwijt als ik op straat loop en hoef jij niet altijd in touw te komen om voordeuren dicht te timmeren. Ook op de stoep mag het niet, dan gaat ook het pand dicht. Een stoep is onderdeel van het pand of van de gemeente. Deze burgemeester is een man uit 1 stuk, bleek wel door dit gesprek. Een paar dagen later zag ik veel mensen met dozen het prachtige oude stadhuis uit komen. Wat is er aan de hand vroeg ik aan een van de bodes die ook aan het sjouwen was en waar ik in de kroeg wel eens een biertje mee had gedronken. Ja de burgemeester heeft het pand gesloten. Ik geloofde mijn oren niet. Het stadhuis dicht? Waarom? Drugs, zei mijn kroegkennis. Al meer dan een half jaar zitten er iedere middag blowende minderjarigen op het bordes van het stadhuis. Wij zien dat niet, want we komen niet achter onze balie vandaan. Maar de burgemeester heeft het gisteren vanuit het raam van de burgemeesterskamer gezien en nu wordt ook dit pand dicht getimmerd. Maar die kinderen zijn toch geen bewoners, zei ik. Nee maar de gebruiker van het pand, en dat is in dit geval de gemeente, is verantwoordelijk en daarom gaat het stadhuis op last van de gemeente enkele maanden dicht. Het is wel een man uit één stuk, vond ik. Als ik hem zwervend op straat tegen kom, krijgt hij ook een euro van me. Om een vergaderruimte te huren of zo.

 

Dankbaarheid en schapenkeutels

Ik heb een onaangenaam trekje in mijn karakter. Nu niet meteen reageren van je hebt er veel meer, dat weet ik zelf ook wel. Maar wat ik niet leuk van mezelf vind is dat ik veel vage kennissen en soms ook vage vrienden op straat voor bij loop zonder ze te groeten. Soms reageer ik wel, maar pas nadat ze mij gegroet hebben. En vaak weet ik niet wie de persoon in kwestie is.
Ik ben slecht in het herkennen van mensen en soms vinden mensen je dan onaangenaam of arrogant. Maar ik mezelf dus ook. Vorige week had ik nog een bloedhekel aan mezelf, toen onze burgemeester over het Herenwaltje liep, terwijl ik buiten de illegale geveltuintjes water gaf. Ik had hem zo graag de hand geschud om te groeten, maar hij was al tientallen meters verder voordat ik er erg in had dat het onze burgervader was. Nu had ik er achteraan kunnen rennen, maar daar heeft zo’n man natuurlijk geen enkele behoeft aan; mensen die hem achterna rennen. Maar ik had hem graag willen bedanken dat hij zo goed voor onze stad en haar inwoners zorgt.
Wanneer iedereen, de pers incluis, zeurt dat het bezoek van de reuzen een paar ton duurder uitvalt dan begroot was, stelt hij ons gerust dat hij er wel rekening mee had gehouden en dat dat geld er heus wel is. Dat wij daar beslist niet over in hoeven te zitten. Wat ik ook fijn vind is dat wanneer de raad vergadert over ernstige tekorten in het gemeentelijk huishoudboekje, onze burgervader er voor zorgt dat ze dat in het geheim doen. Besloten vergadering dus. Waar niemand iets van naar buiten mag brengen. Want het is niet de bedoeling dat wij Liwwadders daar ongerust over worden.
Nu weet ik dat er ook Liwwadders zijn die vinden dat dat niet mag, zo’n besloten vergadering. Maar ik vind het juist fijn. Ik ben ook altijd vol bewondering als ik lees dat er enorm door de gemeente op jeugdzorg bespaart wordt en dat ik dan zie dat onze burgemeester er voor gezorgd heeft dat ontspoorde jongeren nu een leuke en veilige hangplek hebben op het bordes van het stad huis. Daar kunnen ze in alle rust drinken en blowen, zonder dat ze lastig gevallen worden. Zeg nou zelf, in welke stad vind je een burgemeester die blowende kinderen figuurlijk omarmt bij hem op de stoep.
Vanmiddag dacht ik ook nog met warme gevoelens aan onze eerste burger toen er een stuk of veertig schapen voor het stadhuis liepen. Toen ik het zag, wist ik dat ik over al die schapenkeutels op het plein niet in hoefde te zitten. Ik wist eigenlijk wel zeker dat als de schapen weer weg waren de burgemeester vast met een bezem en een vuilniszak alle drollen op ging vegen.

En daarom vind ik het zo rot als ik hem dan te laat herken als hij langsloopt. Wat moet hij wel niet van me denken.

LIEVE BUUF

hendrik
Natuurlijk heb ik een oplossing voor je slaapproblemen. Jij houdt van rust zeg je en wilt vroeg naar bed. Maar lieverd, als je tussen 3 horecabedrijven in gaat wonen en om half 11 wilt gaan slapen, is de enige oplossing oordopjes. Wilde seks wil ook eens helpen, maar dan slaap je weer niet natuurlijk. Het is ook kloten dat al die mensen op straat staan te roken en te praten als jij alleen in je bedje ligt. Het komt ook een beetje door dat huis waar je woont. Stichting Hendrick de Keyser heeft veel historisch besef, maar weinig mededogen met de mensen die hun huizen huren. Slecht geïsoleerd en zo gehorig als de pest. Maar dat weet je pas als je er eenmaal woont. Nee, als je vroeg wilt gaan slapen lieve buuf en je wordt wakker gehouden door pratende en lachende mensen aan alle kanten van je huis, zijn oordopjes de beste oplossing. Ze hebben ze wel bij de Etos te koop. Of, zoals ik al voorstelde, dampende en uitputtende seks vroeg op de avond. Dat slaapt ook heerlijk. Een fles wijn en een Beerenburgje als afzakkertje wil ook wel eens helpen weet ik uit ervaring, maar dan loop je de kans dat je al in dromenland bent voordat je überhaupt in je bed ligt. En het is ook niet verstandig als je ‘s ochtends weer vroeg op moet met die drukke baan van je. Je zou ook nog hier in de straat naar de coffeeshop kunnen lopen voor een blowtje, niet dat je daar eerder van slaapt maar je wordt er wel lekker relaxed van. Ik heb er verder geen ervaring mee, maar misschien ga je wel van mooie dingen dromen. Bijvoorbeeld dat er een gemeenteambtenaar met een decibellenmetertje op de rand van je bed zit. Leuk toch. En dat die jou door je haren streelt en in je oor fluistert dat hij al die klote bedrijven om je heen voor jou gaat sluiten. Ik kan je op een briefje geven dat je dan lekker slaapt. Zelf droom ik eigenlijk nooit. Ik lig ’s nachts wel eens wakker, omdat mijn vrouw dan heel luid snurkt, maar dan denk ik aan de mooi dingen die we hier in Leeuwarden gekregen hebben. Ik hou bijvoorbeeld veel van bling bling en kitsch; de beide reusachtige kinderhoofdjes bij het station vind ik dan ook fantastisch. Ik ben ook heel blij dat ze die niet helemaal in de nevel hebben gezet maar dat er gewoon een sliertje nevel ter grootte van wat sigarettenrook omheen dwarrelt. Uiteraard gaat er dan ook wel eens een vervelende gedachte door me heen als ik mijn vrouw aan haar arm heb getrokken om het snurken te stoppen, vaak tevergeefs overigens. Dan denk ik aan het sopje waar ik de kots van de straat mee weg moet spoelen, aan de plantjes die ik allemaal terug in mijn geveltuintje moet zetten omdat dronken stappers ze er uit gescheurd hebben. En een aantal keren per jaar denk ik aan de mogelijkheid dat ik de volgende dag fysieke overredingskracht moet gaan gebruiken omdat ik niet met de auto een cateringklusje weg kan brengen omdat alles met dranghekken is afgezet vanwege Loop Leeuwarden, Fries Straatfestival of iets van de Culturele Hoofdstad op het Gouverneursplein is. Maar daarna schiet meteen weer door mijn hoofd: wat woon ik hier toch fantastisch in deze prachtige binnenstad en af en toe wat overlast neem ik graag op de koop toe. Lieve buuf, luister alsjeblieft naar me voor je eigen bestwil en woongenot. Oordopjes helpen, wijn helpt, zeker als je een glaasje in één van die gezellige cafés naast je drinkt. Een blowtje doet ook wonderen, of, zoals ik zei uitputtende seks op de vroege avond. Overigens, ik hoor net van mijn vrouw dat ik me hier niet voor mag opofferen.

we doen het omdat je het niet iedere dag ziet

zwarteneushoornHallelujah, het Urker mannenkoor gaat zingen in Poppodium De Neushoorn! Overigens, het koor heet Halleluja, het is niet zo dat ik halleluja roep omdat ik er zo enthousiast over ben. Helemaal niet eigenlijk. Wat doet een mannenkoor dat louter psalmen en gezangen zingt in een poppodium. Maar dat leggen de mensen van de Neushoorn even uit in het persbericht: het is niet elke dag dat je een mannenkoor in een poppodium ziet staan en daarom komen ze juist. Duidelijk toch? Het is zoiets als: als gemeente gaan we bijna failliet en daarom plakken we bladgoud op de hekken bij het Stadhuis.
Ik heb de Urker zangers overigens wel even op youtube opgezocht. Er zijn in mijn omgeving namelijk nogal wat vage kennissen die van koren en samenzang houden en er zelf ook in zingen. Stel je voor dat ze vragen of ik er mee heen wil, dan weet ik graag wat ik kan verwachten. Het viel mee. Eigenlijk was het precies wat ik verwachtte. Na eindeloos gefröbel van een man die een kerkorgel mishandelde zetten meer dan 60 mannen met serieuze koppen een lied in. De geluidsinstallatie stond nogal hard zodat mijn vrouw geschrokken de kamer inkwam stuiven en mijn jongste dochter begon te huilen. De laatst vond het zulke zielige muziek en daardoor kwamen haar tranen vanzelf, zei ze. Mijn vrouw heeft een moeilijke jeugd gehad en houdt daarom niet van koormuziek. Daar krijgt ze nachtmerries van en gaat ze wild om haar heen slaan.
Lid van een zangkoor zijn tast denk ik wel je geheugen aan. Popkoren, binnenstadkoren, Schotse liedjeskoren, Shanty koren, allemaal staan ze terwijl ze zingen met een opengeslagen boek in de handen en ook deze Urker Sängerknaben keken niet gezellig het publiek in maar stonden moeilijk in het grote boek te turen. Waarschijnlijk stond daar de tekst in, maar dat leek me redelijk overbodig, aangezien er toch geen woord van te verstaan was.
Ze komen zingen in ons mooie poppodium, zei ik tegen mijn vrouw die de geluidsinstallatie het zwijgen had opgelegd. Je wou er toch niet heen hoop ik, zei ze. Ik heb er over gedacht, antwoordde ik, maar ze hebben ook het lied ‘Jezus roept zondaars’ op het programma. Dat wordt me te link.

CHRISTINA, NYNKE EN DE MEM VAN DOUTZEN

 

IMG_5513
De mensen die vroeger naar deze kerk gingen moeten wel verschrikkelijke zondaars zijn geweest, dacht ik toen ik een  kwartiertje in een kerkbank van het Koepelkerktheater gezeten had. Maar anders dan de gelovigen van vroeger hoefde ik niet naar een dominee te luisteren die verdoemenis en hel predikte, nu klonk de fantastische stem van Christina Branco door de voormalige kerk. Niet dat de kerkbank waar ik in zat daar door comfortabeler werd, maar met gedragen liederen uit de bundel van Johannes de Heer was het zeer zeker erger geweest.
Wat me wel opviel wat het compleet ontbreken van de vlaggen en stickertjes van LF2018. De jongens van deze organisatie zijn er meestal als de kippen bij om op ieder dorpshuis, theater of sportzaal hun stickers te plakken als er een concertje wordt gegeven. Maar ik denk dat ze deze fabelachtige Portugese zangeres over het hoofd hebben gezien. Hindert niet, cultuur gaat ook wel door zonder de blijmoedige zendelingen die mienskip verkondigen en meteen ook maar het culturele kerkezakje plunderen.
Hoe zou het met Nynke zijn, fluisterde ik halverwege het concert tegen mijn vrouw, die aandachtig zat te luisteren. Hou je kop, siste die geërgerd terug. Zij had klaarblijkelijk geen last van de harde kerkbanken, maar ze heeft dan ook veel dikkere billen dan ik. Wie is Nynke, vroeg ze na het concert toen we in de rij stonden om een cd te laten signeren. Nynke Laverman natuurlijk, zei ik. Ik moest aan haar denken omdat ze ook fado’s heeft gezongen, in het Fries. Waar ken ik haar van, vroeg mijn vrouw, terwijl Christina haar handtekening op het hoesje van de cd zette. Obrigado, zei ik. Wat zeg je, mijn vrouw klonk wat verwonderd. Dat is Portugees voor dankjewel en zij zat op dat paard te zingen tijdens de opening van LF2018, antwoordde ik. Wie, Christina Branco? Nee Nynke, die zong op dat paard het lied waar jij zo om moest schelden, omdat de jongste die het op de basisschool moest zingen, de melodie en de tekst niet kon onthouden. Je hebt voor zo’n lied een conservatoriumopleiding nodig, foeterde jij toen. Mijn vrouw wist het weer. Jij kon het ook niet, zei ze. Nee, gaf ik toe, op één of andere manier ligt het niet zo lekker in het gehoor. Ik denk dat het ook leuker was geweest als ze een liedje hadden gekozen als bijvoorbeeld ‘de mem fan Doutzen’ van Strawelte. Ik zie dat al voor me, een hossende massa’s op de Leeuwarder pleinen die allemaal dat liedje meebrullen. Zulke liedjes horen niet thuis bij cultuur, vond mijn vrouw. Trouwens hoe laat was dochter nummer 1 thuis vannacht? Ja, dat ligt een beetje moeilijk, zei ik. Ik had gezegd dat ik 1 uur wel een mooie tijd vond om uit de kroeg te komen, maar ze zei dat ze in het kader van de Culturele Hoofdstad dit jaar ‘seis oere thús’ komt als ze op stap is. Gelukkig duurt een Culturele Hoofdstad jaar maar 8 maanden, 2 maanden na de opening met Nynke en het paard stond immers al in de krant dat LF2018 al een kwartaal lang een succes is. Dat is dan wel weer een geruststelling, zei mijn vrouw en pakte me bij mijn arm, stel je voor dat het nog langer zou duren. Tevreden liepen we van de Koepelkerk richting Herenwaltje, onderweg nog even stilstaan om de schitterend verlichte Blokhuispoort te bewonderen.

 

 

ONEIGENLIJK GEBRUIK

tandem

Gelukkig heeft behalve ik, niemand het gezien. Twee tandems in LF2018 uitmonstering voor het stadhuis. Met enige moeite stapten er vier heren van middelbare leeftijd op en deden een moeizaam rondje rond de boom op het lege Raadhuisplein. Leuk dacht ik, eindelijk is er iets anders te doen in de stad voor de Culturele Hoofdstad toeristen behalve geveltjes kijken. Maar toen ze voorbij kwamen, zag ik dat het promotie was voor de Cultureel Hoofdstedelijke  makelaars. Onze burgemeester fietste op de voorste tandem en daarachter zijn vroegere collega die nu LF2018directeur is. Is dat geen oneigenlijk gebruik, dacht ik, cultuur gebruiken om makelaars meer huizen te laten verkopen en zo meer geld te laten verdienen? Maar nee, ik had het mis, merkte ik. De burgemeester twitterde vrolijk dat makelaars als geen ander door hebben dat Leeuwarden door LF2018 nu nog aantrekkelijker is om te wonen. En toen ik daaronder het bericht van Ger Jaarsma, de voorzitter van de makelaars vereniging las dat makelaars hun klanten nu duurzaam mee op huizenjacht konden nemen, moest ik mijn broek even opsjorren. Die was tot op mijn knieën afgezakt. Bij een makelaar achter op de tandem naar Zuiderburen om een huis van een paar ton te kopen, dat moet wel duurzaam zijn en heeft zeker met ‘iepen mienskip’ te maken. Benieuwd wacht ik nu op de twitter van onze burgervader met een foto waarop hij in het nieuwe slachthuis van Vion in een witte jas met bebloede handen een koe, die voor de gelegenheid het logo van LF2018 heeft opgeplakt gekregen, eigenhandig uitbeent. uiteraard met de tekst: Slachters weten als geen ander dat door een koe in de Culturele Hoofdstad te slachten, de biefstukken nog lekkerder worden.

 

 

 

ZULLEN WE EEN PITBULL KOPEN?

cucciola-pitbull-w

Misschien moet ik een pitbull kopen, zei ik tegen mijn vrouw. Maar die was niet voor. Dan weet ik precies wie al die hondenkeutels op ons dakterras moet opruimen, zei ze. Maar met een pitbull aan de lijn kunnen we de stad wel in, die hoeven we niet op het dakterras te houden, probeerde ik opnieuw. Veel mensen lopen met een grote boog om een pitbull heen. Dan komen we ook weer eens buiten. Ik zag de ogen van mijn vrouw oplichten.

Het was waar, nu het voorjaar begonnen was kwamen we nauwelijks nog buiten. Terwijl we anders bij de eerste warme zonnestralen al onderweg waren naar een of ander terras.
Maar dit jaar is daar geen lol meer aan. Het komt een beetje doordat we in het centrum wonen. Zodra ik de voordeur uitstap wordt ik aangeklampt door toeristen die me in een Engels, Duits of Rotterdams dialect vragen waar het Prinsessenhof, Fries Museum of Obe, het land van taal, is. Sommigen vragen ook waar de Cultuur hier in de stad is. Die laatsten stuur ik altijd naar de Sint Anthonystraat waar de kreet van Anton Feddema, Kultuur kan dat oek in de Frituur, in het kader van de LF2018 opnieuw op een muur gekalkt is. Maar zo vaak kom ik de voordeur niet meer uit. Je kunt je op Nieuwestad eigenlijk niet meer begeven, zonder onder de voet te worden gelopen door hordes toeristen die allemaal met de kop naar boven gericht over de straat lopen om onze schilderachtige geveltjes te bekijken en er op hun iphones filmpjes van te maken. Toen ik vorige week mijn laarzen bij Bats ging halen, die er nieuwe hakken onder had gezet, kwam ik maar met één laars thuis. De andere was ik verloren in het gedrang van buitenlanders die allemaal bij Bats een culturele klomp wilden kopen.
En dit is nog maar het begin, er schijnen nog vele miljoenen toeristen aan te komen om de Culturele Hoofdstad mee te maken. En dat terwijl je als fervente terrasbezoeker nu al geen plekje op een zonnig terras kunt vinden. Nou ja, laatst heb ik op een stoeltje voor het oude waterleidinggebouw gezeten, waar nu ook horeca in zit, maar daar zit je op ieder moment van de dag in de schaduw en heb je uitzicht op rijen cultuurtoeristen die het Fries Museum in willen. Ik zag zelfs, toen ik daar zat, een paar Chinezen die mij de weg gevraagd hadden naar het museum en die ik toen naar het Berenburg museum van Boomsma had gestuurd. Aan hun rooie koppen te zien hadden ze dat ook nog gevonden. Maar een uurtje op een zonnige voorjaarsmiddag op een terras op mijn geliefde Gouverneursplein is nog niet gelukt; die zitten continu tjokvol met gasten van LF2018. Daar kom je als bewoner van deze stad niet tussen. Voorop gesteld dat je door de mensenmenigte heen kunt komen die op het plein staan te luisteren naar de gratis concerten van onze tijdelijke beiaardier. Vorige week vrijdag had ik nog ruzie met mijn vrouw omdat ze zei dat ik niet naar haar luisterde, maar toen was ik vergeten de oordopjes uit te doen nadat de beiaardier uitgespeeld was.

Zo’n pitbull aan de lijn geeft je ook wel een gevoel van veiligheid, begon ik nog maar eens tegen mijn vrouw. Met al die mensen in de stad weet je het maar nooit. Laatst zag ik er nog tientallen buitenlanders met elkaar op de vuist gaan in de Sacramentstraat. Nee toch, zei mijn vrouw. Jawel, de helft deed een stadswandeling met iemand van het HCL en de rest de Mata Hari tour vanaf het Fries Museum en die kwamen elkaar daar tegen voor de synagoge. De gidsen wilden allebei niet met hun groep aan de kant gaan om de ander door te laten en toen ging het hele spul meppen. Ik heb het van een afstandje bekeken, maar met een pitbull bij me had ik ze uit elkaar kunnen halen. Zo’n vechtpartij is natuurlijk geen reclame voor onze stad in dit culturele jaar. Het is misschien toch niet zo’n raar idee, een hond; mijn vrouw was om. Maar ze zou mijn vrouw niet zijn als ze geen probleem zag. Hoe komen we met al die drukte bij het asiel om een hond te halen, vroeg ze. Daar denk ik even over na, zei ik.

 

EEN MUZIEKKORPS EN MENSEN MET EEN GROTE BEK

IMG_5374[1]

 

 

Wir sind ja auch Friese, zei Günther en nam nog een slok van zijn biertje. Lang geleden had ik met hem op een Groninger kustvaarder gevaren. Hij als machinist en ik als kok. Twee buitenstaanders. Günther kwam van Borkum en ik uit Friesland, tussen een verdere Groninger bemanning. Kwait nait en súnich an met de verf, waren de meest gebezigde woorden op het schip. We hadden altijd een spaarzaam contact gehouden en nu was Günther naar Leeuwarden gekomen voor de opening van LF2018.
Weet je, zei ik tegen Günther die aan zijn vierde biertje toe was terwijl ik aan mijn tweede begon, aan boord dronken we vroeger ook altijd één op twee, ik denk op het ogenblik regelmatig aan de opmerking die je ooit maakte over Duitsers. Als Borkumer eilandbewoner had Günther nooit veel op met zijn landgenoten die aan de vaste wal woonden. Geef Duitsers een vent met een grote bek en een muziekkorps en ze sjouwen er zo weer achter aan, zei hij ooit toen we een gesprek over de Tweede wereldoorlog hadden. Friezen zijn net als Duitsers, zei ik toen en kon het nu herhalen. Vier jaar geleden, toen Leeuwarden uitverkoren werd was het enthousiasme voor de Culturele Hoofdstad maar mondjesmaat bij het gros van de Friezen. Alleen op het Gouverneursplein stonden een honderdtal mensen uitzinnig blij te zijn. Voornamelijk cultuurbobo’s die hun kans zagen toenemen de komende jaren flink te graaien in subsidiepotten om zo een riant inkomen voor de komende jaren te genereren en provinciale en gemeentelijke bestuurders die hoopten belangrijk te worden. Und die leute von die Sperrschränke, zei Günther. Ja de dranghekken- en tentenverhuurders waren ook heel blij, die verheugden zich al op de vette jaren die er aan kwamen, antwoordde ik.
En toen hebben ze het voor elkaar gekregen. Gewoon heel hard schreeuwen en een muziekkorps. Vier jaar lang zijn de Friezen murw gebeukt door pommeranten die in de media vertelden hoe geweldig de Culturele Hoofdstad voor de stad zou zijn. Volgens mij heeft de burgemeester nog nooit zo veel getwitterd als de laatste 4 jaar over de Culturele Hoofdstad. Ach der Julius war schon so schlau, zei Günthter. Julius Caesar, meine ich. Brood en Spelen, zo hou je je onderdanen rustig. Ja dat is hier ook zo, zei ik. Und Herr Burgemeister ist in zwei Jahren verschwunden wenn die Stadt Bankrott ist, meende Günther. Failliet valt hier wel mee, zei ik, want wij hebben Artikel 12. Dan komt de stad onder curatele van de regering. Und jetzt sind alle Leute begeistert? Ja, zei ik, ze hebben met veel geschreeuw en gelobby alle muziekkorpsen, shanty- en popkoren en amateur toneelverenigingen zo ver gekregen dat ze gratis optreden. Die hebben waarschijnlijk nog niet door dat ze de komende jaren geen subsidie krijgen omdat die al opgesoupeerd is door alle directeuren en artistiek leiders van LF2018. Maar iedereen in Friesland is nu enthousiast.
Günthter bestelde nog 3 biertjes. Of ik nog een voorstelling ging bij wonen, vroeg hij terwijl hij in het schuim van zijn tweede verse biertje hapte. Nou ja, zei ik, ik heb net voor 200 euro 4 kaartjes voor de Stormruiter gekocht. Even dacht ik dat Günther zich ging verslikken toen hij het bedrag hoorde, maar als routineuze bierdrinker herpakte hij zich. Ja habe ich gehört, zei hij, Der Schimmelreiter, eine uralte Deutsche Geschichte. Die Friesen und die Deutscher, wir sind gleich. Bij ons noemen ze dat Mienskip, zei ik. Maar eigenlijk is het dus net als bij Duitsers, geef Friezen een muziekkorps en een paar mensen met een grote bek en ze sjouwen er meteen achteraan. Kultur ist Krieg, hikte Günther en toen was het mijn beurt om drie biertjes te bestellen. We moesten het immers ook nog over de vele vrouwen hebben die we vroeger in de havens tegenkwamen.