CHRISTINA, NYNKE EN DE MEM VAN DOUTZEN

 

IMG_5513
De mensen die vroeger naar deze kerk gingen moeten wel verschrikkelijke zondaars zijn geweest, dacht ik toen ik een  kwartiertje in een kerkbank van het Koepelkerktheater gezeten had. Maar anders dan de gelovigen van vroeger hoefde ik niet naar een dominee te luisteren die verdoemenis en hel predikte, nu klonk de fantastische stem van Christina Branco door de voormalige kerk. Niet dat de kerkbank waar ik in zat daar door comfortabeler werd, maar met gedragen liederen uit de bundel van Johannes de Heer was het zeer zeker erger geweest.
Wat me wel opviel wat het compleet ontbreken van de vlaggen en stickertjes van LF2018. De jongens van deze organisatie zijn er meestal als de kippen bij om op ieder dorpshuis, theater of sportzaal hun stickers te plakken als er een concertje wordt gegeven. Maar ik denk dat ze deze fabelachtige Portugese zangeres over het hoofd hebben gezien. Hindert niet, cultuur gaat ook wel door zonder de blijmoedige zendelingen die mienskip verkondigen en meteen ook maar het culturele kerkezakje plunderen.
Hoe zou het met Nynke zijn, fluisterde ik halverwege het concert tegen mijn vrouw, die aandachtig zat te luisteren. Hou je kop, siste die geërgerd terug. Zij had klaarblijkelijk geen last van de harde kerkbanken, maar ze heeft dan ook veel dikkere billen dan ik. Wie is Nynke, vroeg ze na het concert toen we in de rij stonden om een cd te laten signeren. Nynke Laverman natuurlijk, zei ik. Ik moest aan haar denken omdat ze ook fado’s heeft gezongen, in het Fries. Waar ken ik haar van, vroeg mijn vrouw, terwijl Christina haar handtekening op het hoesje van de cd zette. Obrigado, zei ik. Wat zeg je, mijn vrouw klonk wat verwonderd. Dat is Portugees voor dankjewel en zij zat op dat paard te zingen tijdens de opening van LF2018, antwoordde ik. Wie, Christina Branco? Nee Nynke, die zong op dat paard het lied waar jij zo om moest schelden, omdat de jongste die het op de basisschool moest zingen, de melodie en de tekst niet kon onthouden. Je hebt voor zo’n lied een conservatoriumopleiding nodig, foeterde jij toen. Mijn vrouw wist het weer. Jij kon het ook niet, zei ze. Nee, gaf ik toe, op één of andere manier ligt het niet zo lekker in het gehoor. Ik denk dat het ook leuker was geweest als ze een liedje hadden gekozen als bijvoorbeeld ‘de mem fan Doutzen’ van Strawelte. Ik zie dat al voor me, een hossende massa’s op de Leeuwarder pleinen die allemaal dat liedje meebrullen. Zulke liedjes horen niet thuis bij cultuur, vond mijn vrouw. Trouwens hoe laat was dochter nummer 1 thuis vannacht? Ja, dat ligt een beetje moeilijk, zei ik. Ik had gezegd dat ik 1 uur wel een mooie tijd vond om uit de kroeg te komen, maar ze zei dat ze in het kader van de Culturele Hoofdstad dit jaar ‘seis oere thús’ komt als ze op stap is. Gelukkig duurt een Culturele Hoofdstad jaar maar 8 maanden, 2 maanden na de opening met Nynke en het paard stond immers al in de krant dat LF2018 al een kwartaal lang een succes is. Dat is dan wel weer een geruststelling, zei mijn vrouw en pakte me bij mijn arm, stel je voor dat het nog langer zou duren. Tevreden liepen we van de Koepelkerk richting Herenwaltje, onderweg nog even stilstaan om de schitterend verlichte Blokhuispoort te bewonderen.

 

 

Advertenties

ONEIGENLIJK GEBRUIK

tandem

Gelukkig heeft behalve ik, niemand het gezien. Twee tandems in LF2018 uitmonstering voor het stadhuis. Met enige moeite stapten er vier heren van middelbare leeftijd op en deden een moeizaam rondje rond de boom op het lege Raadhuisplein. Leuk dacht ik, eindelijk is er iets anders te doen in de stad voor de Culturele Hoofdstad toeristen behalve geveltjes kijken. Maar toen ze voorbij kwamen, zag ik dat het promotie was voor de Cultureel Hoofdstedelijke  makelaars. Onze burgemeester fietste op de voorste tandem en daarachter zijn vroegere collega die nu LF2018directeur is. Is dat geen oneigenlijk gebruik, dacht ik, cultuur gebruiken om makelaars meer huizen te laten verkopen en zo meer geld te laten verdienen? Maar nee, ik had het mis, merkte ik. De burgemeester twitterde vrolijk dat makelaars als geen ander door hebben dat Leeuwarden door LF2018 nu nog aantrekkelijker is om te wonen. En toen ik daaronder het bericht van Ger Jaarsma, de voorzitter van de makelaars vereniging las dat makelaars hun klanten nu duurzaam mee op huizenjacht konden nemen, moest ik mijn broek even opsjorren. Die was tot op mijn knieën afgezakt. Bij een makelaar achter op de tandem naar Zuiderburen om een huis van een paar ton te kopen, dat moet wel duurzaam zijn en heeft zeker met ‘iepen mienskip’ te maken. Benieuwd wacht ik nu op de twitter van onze burgervader met een foto waarop hij in het nieuwe slachthuis van Vion in een witte jas met bebloede handen een koe, die voor de gelegenheid het logo van LF2018 heeft opgeplakt gekregen, eigenhandig uitbeent. uiteraard met de tekst: Slachters weten als geen ander dat door een koe in de Culturele Hoofdstad te slachten, de biefstukken nog lekkerder worden.

 

 

 

ZULLEN WE EEN PITBULL KOPEN?

cucciola-pitbull-w

Misschien moet ik een pitbull kopen, zei ik tegen mijn vrouw. Maar die was niet voor. Dan weet ik precies wie al die hondenkeutels op ons dakterras moet opruimen, zei ze. Maar met een pitbull aan de lijn kunnen we de stad wel in, die hoeven we niet op het dakterras te houden, probeerde ik opnieuw. Veel mensen lopen met een grote boog om een pitbull heen. Dan komen we ook weer eens buiten. Ik zag de ogen van mijn vrouw oplichten.

Het was waar, nu het voorjaar begonnen was kwamen we nauwelijks nog buiten. Terwijl we anders bij de eerste warme zonnestralen al onderweg waren naar een of ander terras.
Maar dit jaar is daar geen lol meer aan. Het komt een beetje doordat we in het centrum wonen. Zodra ik de voordeur uitstap wordt ik aangeklampt door toeristen die me in een Engels, Duits of Rotterdams dialect vragen waar het Prinsessenhof, Fries Museum of Obe, het land van taal, is. Sommigen vragen ook waar de Cultuur hier in de stad is. Die laatsten stuur ik altijd naar de Sint Anthonystraat waar de kreet van Anton Feddema, Kultuur kan dat oek in de Frituur, in het kader van de LF2018 opnieuw op een muur gekalkt is. Maar zo vaak kom ik de voordeur niet meer uit. Je kunt je op Nieuwestad eigenlijk niet meer begeven, zonder onder de voet te worden gelopen door hordes toeristen die allemaal met de kop naar boven gericht over de straat lopen om onze schilderachtige geveltjes te bekijken en er op hun iphones filmpjes van te maken. Toen ik vorige week mijn laarzen bij Bats ging halen, die er nieuwe hakken onder had gezet, kwam ik maar met één laars thuis. De andere was ik verloren in het gedrang van buitenlanders die allemaal bij Bats een culturele klomp wilden kopen.
En dit is nog maar het begin, er schijnen nog vele miljoenen toeristen aan te komen om de Culturele Hoofdstad mee te maken. En dat terwijl je als fervente terrasbezoeker nu al geen plekje op een zonnig terras kunt vinden. Nou ja, laatst heb ik op een stoeltje voor het oude waterleidinggebouw gezeten, waar nu ook horeca in zit, maar daar zit je op ieder moment van de dag in de schaduw en heb je uitzicht op rijen cultuurtoeristen die het Fries Museum in willen. Ik zag zelfs, toen ik daar zat, een paar Chinezen die mij de weg gevraagd hadden naar het museum en die ik toen naar het Berenburg museum van Boomsma had gestuurd. Aan hun rooie koppen te zien hadden ze dat ook nog gevonden. Maar een uurtje op een zonnige voorjaarsmiddag op een terras op mijn geliefde Gouverneursplein is nog niet gelukt; die zitten continu tjokvol met gasten van LF2018. Daar kom je als bewoner van deze stad niet tussen. Voorop gesteld dat je door de mensenmenigte heen kunt komen die op het plein staan te luisteren naar de gratis concerten van onze tijdelijke beiaardier. Vorige week vrijdag had ik nog ruzie met mijn vrouw omdat ze zei dat ik niet naar haar luisterde, maar toen was ik vergeten de oordopjes uit te doen nadat de beiaardier uitgespeeld was.

Zo’n pitbull aan de lijn geeft je ook wel een gevoel van veiligheid, begon ik nog maar eens tegen mijn vrouw. Met al die mensen in de stad weet je het maar nooit. Laatst zag ik er nog tientallen buitenlanders met elkaar op de vuist gaan in de Sacramentstraat. Nee toch, zei mijn vrouw. Jawel, de helft deed een stadswandeling met iemand van het HCL en de rest de Mata Hari tour vanaf het Fries Museum en die kwamen elkaar daar tegen voor de synagoge. De gidsen wilden allebei niet met hun groep aan de kant gaan om de ander door te laten en toen ging het hele spul meppen. Ik heb het van een afstandje bekeken, maar met een pitbull bij me had ik ze uit elkaar kunnen halen. Zo’n vechtpartij is natuurlijk geen reclame voor onze stad in dit culturele jaar. Het is misschien toch niet zo’n raar idee, een hond; mijn vrouw was om. Maar ze zou mijn vrouw niet zijn als ze geen probleem zag. Hoe komen we met al die drukte bij het asiel om een hond te halen, vroeg ze. Daar denk ik even over na, zei ik.

 

EEN MUZIEKKORPS EN MENSEN MET EEN GROTE BEK

IMG_5374[1]

 

 

Wir sind ja auch Friese, zei Günther en nam nog een slok van zijn biertje. Lang geleden had ik met hem op een Groninger kustvaarder gevaren. Hij als machinist en ik als kok. Twee buitenstaanders. Günther kwam van Borkum en ik uit Friesland, tussen een verdere Groninger bemanning. Kwait nait en súnich an met de verf, waren de meest gebezigde woorden op het schip. We hadden altijd een spaarzaam contact gehouden en nu was Günther naar Leeuwarden gekomen voor de opening van LF2018.
Weet je, zei ik tegen Günther die aan zijn vierde biertje toe was terwijl ik aan mijn tweede begon, aan boord dronken we vroeger ook altijd één op twee, ik denk op het ogenblik regelmatig aan de opmerking die je ooit maakte over Duitsers. Als Borkumer eilandbewoner had Günther nooit veel op met zijn landgenoten die aan de vaste wal woonden. Geef Duitsers een vent met een grote bek en een muziekkorps en ze sjouwen er zo weer achter aan, zei hij ooit toen we een gesprek over de Tweede wereldoorlog hadden. Friezen zijn net als Duitsers, zei ik toen en kon het nu herhalen. Vier jaar geleden, toen Leeuwarden uitverkoren werd was het enthousiasme voor de Culturele Hoofdstad maar mondjesmaat bij het gros van de Friezen. Alleen op het Gouverneursplein stonden een honderdtal mensen uitzinnig blij te zijn. Voornamelijk cultuurbobo’s die hun kans zagen toenemen de komende jaren flink te graaien in subsidiepotten om zo een riant inkomen voor de komende jaren te genereren en provinciale en gemeentelijke bestuurders die hoopten belangrijk te worden. Und die leute von die Sperrschränke, zei Günther. Ja de dranghekken- en tentenverhuurders waren ook heel blij, die verheugden zich al op de vette jaren die er aan kwamen, antwoordde ik.
En toen hebben ze het voor elkaar gekregen. Gewoon heel hard schreeuwen en een muziekkorps. Vier jaar lang zijn de Friezen murw gebeukt door pommeranten die in de media vertelden hoe geweldig de Culturele Hoofdstad voor de stad zou zijn. Volgens mij heeft de burgemeester nog nooit zo veel getwitterd als de laatste 4 jaar over de Culturele Hoofdstad. Ach der Julius war schon so schlau, zei Günthter. Julius Caesar, meine ich. Brood en Spelen, zo hou je je onderdanen rustig. Ja dat is hier ook zo, zei ik. Und Herr Burgemeister ist in zwei Jahren verschwunden wenn die Stadt Bankrott ist, meende Günther. Failliet valt hier wel mee, zei ik, want wij hebben Artikel 12. Dan komt de stad onder curatele van de regering. Und jetzt sind alle Leute begeistert? Ja, zei ik, ze hebben met veel geschreeuw en gelobby alle muziekkorpsen, shanty- en popkoren en amateur toneelverenigingen zo ver gekregen dat ze gratis optreden. Die hebben waarschijnlijk nog niet door dat ze de komende jaren geen subsidie krijgen omdat die al opgesoupeerd is door alle directeuren en artistiek leiders van LF2018. Maar iedereen in Friesland is nu enthousiast.
Günthter bestelde nog 3 biertjes. Of ik nog een voorstelling ging bij wonen, vroeg hij terwijl hij in het schuim van zijn tweede verse biertje hapte. Nou ja, zei ik, ik heb net voor 200 euro 4 kaartjes voor de Stormruiter gekocht. Even dacht ik dat Günther zich ging verslikken toen hij het bedrag hoorde, maar als routineuze bierdrinker herpakte hij zich. Ja habe ich gehört, zei hij, Der Schimmelreiter, eine uralte Deutsche Geschichte. Die Friesen und die Deutscher, wir sind gleich. Bij ons noemen ze dat Mienskip, zei ik. Maar eigenlijk is het dus net als bij Duitsers, geef Friezen een muziekkorps en een paar mensen met een grote bek en ze sjouwen er meteen achteraan. Kultur ist Krieg, hikte Günther en toen was het mijn beurt om drie biertjes te bestellen. We moesten het immers ook nog over de vele vrouwen hebben die we vroeger in de havens tegenkwamen.

DE UNIEKE FRIES

0004073-der-schimmelreiter-1934

Meneer Kasma, wat heeft u bewogen zo’n bijzondere Fries te worden?

Nou, u noemt het zo, maar zelf vind ik het niet zo bijzonder wat ik gedaan  heb, of eigenlijk, ha ha, juist gelaten heb.

Maar u bent nu wel een uniek persoon in Friesland geworden

Ja dat is misschien wel zo, maar het was beslist niet mijn bedoeling

Vindt u zich zelf nu niet een beetje al te bescheiden?

Nee, dat geloof ik niet, ik heb altijd dingen in mijn eentje gedaan en me nooit iets aangetrokken wat de mensen van me vonden. Vroeger toen ik nog als kok werkte deed ik ook unieke dingen. Ik was bijvoorbeeld de eerste die in Friesland de paneerlaag om een schnitzel weg liet. Maar bescheiden als  ik  ben heb ik daar nooit mee te koop gelopen. Ook omdat het eigenlijk per ongeluk was omdat ik vergeten was paneermeel te bestellen

Maar dat is lang geleden. Nu, tijdens het jaar van de Culturele Hoofdstad bent u echt een uniek persoon geworden. Zijn er eigenlijk al mensen van de landelijke pers langs geweest?
Nee, niet van de landelijke pers, maar die schrijven, heb ik begrepen                sowieso niet over Cultuur met een hoofdletter in Friesland. Maar er heeft wel een stagiaire van omroep LEO gebeld. Maar toen was ik even een rondje om met de hond. Mijn vrouw heeft het aangenomen, maar die dacht dat het één van mijn vriendinnen was en toen de hoorn er opgegooid. Dat werd nog een heel trammelant op het Herenwaltje. Dat kunt u begrijpen.

Geniet u eigenlijk van uw bijzondere status?

Ach dat soort dingen wennen. Bovendien heb ik er niet erg mijn best voor        gedaan. Eigenlijk was ik gewoon vergeten een kaartje te bestellen. Net als toen met het paneermeel voor de schnitzels.

Maar nu bent u wel de enige Fries, die niet de voorstelling van De Stormruiter heeft gezien. Houdt u misschien niet zo van paarden?

Nou, een lekker paardenbiefstukje op zijn tijd gaat er wel in. Maar verder heb ik inderdaad niet veel met paarden.

Haha, leuke grap, maar u bent nu tussen alle andere Friezen wel uniek
Ja, als u dat zegt zal het wel zo zijn, misschien is het wel uniek. Ik heb                trouwens wel gehoord dat er ergens bij Sexbierum in de buurt ook iemand woont die de Stormruiter niet gezien heeft.

Dat hebben wij ook gehoord en uiteraard gecheckt. Maar dat ging om een man die nog al wat Berenburg had gedronken en daardoor de hele voorstelling heeft geslapen. Hij heeft dus de voorstelling niet gezien, maar wel een kaartje gekocht. Nee, meneer Kasma, u bent echt de enige Fries die de Stormtuiter niet gezien heeft. Gefeliciteerd!
Ja als u het zo ziet, nou bedankt dan maar.

 

ALS JE SOKKEN GAAT KOPEN KAN TOCH METEEN EVEN DIE BRIEF DOOR MIJN BRIEVENBUS?

Logo_rood_v5

 

Je ego is te groot, zei mijn vrouw, toen ik vol zelfbeklag haar vertelde dat ik hunkerde naar een beetje erkenning. Man laat het los. Maar mijn hele leven heb ik mijn stinkende best gedaan, zei ik. De sterren van de hemel gekookt in de jaren dat ik een restaurant had, maar een echt sterretje van Michelin heeft er nooit ingezeten. Ik ben toen als ondernemer ook nooit gevraagd voor een serviceclubje of zo. Dat had ik ook graag gewild, maar ze konden me alleen maar vinden als ze bijna voor nop uit eten wilden. Hou op te zeuren, zei mijn vrouw, van klagen wordt je niet aantrekkelijker. Maar luister nou even, zei ik, de burgemeester wil graag weten hoe goed het in de stad gaat en heeft daarvoor naar 8000 mensen een brief geschreven met vragen. Nou, ik heb hem niet gekregen en dan woon ik ook nog pal naast het Stadhuis. Hij had niet eens een postzegel hoeven plakken. Die vragenlijst had de burgemeester zo, als hij bijvoorbeeld onderweg was naar de Zeeman voor nieuwe sokken, bij ons in de bus kunnen gooien. Maar kennelijk was ik niet belangrijk genoeg. Ik ken zelfs niemand ken die die brief heeft gekregen. Burgemeesters bezorgen geen brieven, zei mijn vrouw. Bovendien als jij wilt laten weten hoe jij de stad vindt, dan schrijf je dat maar een keer in je stukje in de Liwwadders. Nou ja dat is ook zo iets, die hele Liwwadders schijnt niet eens voor te komen bij de vraag van de burgemeester waar je kon aanvinken waar je het plaatselijke nieuws vandaan haalde. Ook al heeft het Stadsblad een oplage van 15 duizend en nog veel meer lezers, die krant is nog minder belangrijk dan een lokale zender die al maanden uit de lucht is zoals GPTV. En daar schrijf ik dan voor. Klaas, zei mijn vrouw, ik zag dat ze er genoeg van begon te krijgen, de burgemeester houdt niet van kritiek en zijn vriendjes en vriendinnetjes in de gemeenteraad ook niet. En daarom is de Liwwadders in deze lijst niet genoemd. De burgemeester wil alleen tevreden stadsbewoners. Daarom heb jij geen brief met vragen gekregen en komt de Liwwadders niet in zijn lijstje van populaire media voor. De burgemeester wil dat we onvoorwaardelijk tevreden zijn. En ga nu maar hiernaast een biertje halen bij het Bierhuis, zei mijn vrouw. Dan kun je daar verder zeuren. Ze klonk wat geërgerd. Ja, dat ga ik doen, zei ik van de gelegenheid gebruik makend, want zo vaak zegt ze niet dat ik een biertje moet gaan halen. En ze had gelijk, de kans was groot dat ik daar wel een slachtoffer zou vinden om tegen te klagen. En ik kon ook mooi even vragen of zij wel een brief van de burgemeester gekregen hadden.

 

BRENDA

LF2018-LWD2018_3dot_NL_RGB

 

 

 

Lieve Brenda de Zwaan, bijna had ik je wijze raadgevingen hoe ons tegenover bezoekers van de Culturele Hoofdstad te gedragen, gemist. Ik moest het weekend gewoon werken, net als veel ondernemers en daarbij ook nog zorgen dat ik mijn spullen in huis had zodat ik voor onze gasten kon koken, omdat de binnenstad waar ik woon, helemaal afgesloten werd. Daarom kon ik er helaas ook niet bij zijn op de overvolle pleinen. Maar toen ik vanochtend eindelijk even tijd had om op de fantastische site van Liwwadders.nl te kijken, was het stukje met jou raadgevingen het eerste dat mij opviel. Ik ga ze zeker gebruiken. Iedereen die ik in onze straat, het Herenwaltje, zie aarzelen of hulpeloos rondkijken ga ik, zoals jij adviseert, pro actief benaderen en aan zijn of haar arm naar het Gouverneurs plein of naar de koffieshop sleuren. Het zal mij niet gebeuren dat ik zulke arme donders laat dwalen. En uiteraard ga ik ze aanspreken in de taal die ze maar wensen. Mijn Chinees, Japans, Russisch, Spaans, Italiaans en Grieks is niet zo best, daar ga ik aan werken, maar in het Portugees, Frans, Duits en Engels, kan ik iedereen behulpzaam, zoals jij voorstelt, de weg wijzen. En ik ga me zeker inleven in al deze, door onze mooie stad dolende zielen. Ik heb gisteren al diverse leuke toeristes gezien waar ik me wel even wil inleven. Ook jou wijze raad om geen Fries te spreken zal ik opvolgen. Zelf al zijn het diepfriezen die me de weg vragen, uit mijn mond zal geen woord Fries klinken. Ik heb het woord Mienskip, dat jij in je adviserend stukje gebruikt al even opgezocht in het woordenboek en daardoor vanmiddag al een vrouwelijk toerist in het Nederlands gevraagd of ze misschien op zoek was naar Gemeenschap. Dat was ze niet, heb ik begrepen, ze wilde naar de Hema. Uiteraard ben ik even met haar meegelopen daar heen. Lieve Brenda, ik zal jou stukje zeker met al mijn vrienden delen zoals je vroeg. Vriendelijke groeten Klaas Kasma

ook een koningin moet wel eens poepen

Misschien kunnen we Maxima nog naar de wc zien gaan, zei ik tegen Udo, de barman van het oranje Bierhuis. Koninginnen poepen alleen thuis, in het paleis, zei Udo. Op een gouden bril en die vegen hun billen af met fluwelen toiletpapier.
Het kan toch zijn dat ze hoge nood heeft, zei ik, met vrouwen weet je het nooit. Als die moeten, dan kunnen ze het meestal niet langer dan een minuut ophouden; mijn vrouw tenminste niet. Maar dat is geen koningin, zei Udo. Onderschat mijn vrouw niet, maatje, antwoordde ik.
We keken met zijn tweeën door de ramen van het Bierhuis waar we in plaats van het uitzicht op het mooiste plein van de stad uitkeken op een foeilelijke gestreepte tent en een toiletwagen van Hessel. Culturele Hoofdstad, zuchtte ik en het oudste stukje cultuur van de stad stoppen ze weg achter hekken, pisbakken en een rare tent. En van al die duizenden mensen die naar de opening komen kijken komt er niet eentje bij ons omdat wij verstopt zijn door hekken, pisbakken en plastic zeilen, zuchtte Udo. Jullie moeten dat ook anders aanpakken, zei ik. Het is iedere keer gelazer als er iets cultureels in de stad gebeurd. En zeker nu met de Culturele Hoofdstad moet je wat regelen. Op het gemeentebestuur hoef je niet te rekenen, Crone heeft het beste voor met de stad maar zeker niet met de kleine ondernemers die soms wat dwars liggen. Die zijn lastig. En dit jaar wordt de stad geregeerd door niets ontziende subsidieslurpers en culturele pommeranten die zich zelf belangrijk vinden. Vooral de subsidieslurpers hebben geen enkele consideratie met de kleine ondernemers die het hele jaar door de stad levendig houden van hun eigen geld. Je moet zorgen dat je dit volk in je café krijgt, vriendjes worden met de mensen die in de subsidiepotten graaien. En als je dat lukt wordt het Oranje Bierhuis nooit meer achter hekken, toiletwagens en plastic zeilen weggestopt.
De deur ging open en Jaap kwam binnen. Staat die pisbak hier al voor de opening van de Culturele Hoofdstad volgende week voor de deur, vroeg hij. Klaas zegt dat we maxima daar kunnen zien poepen, zei Udo. En hij hield mijn glas nog maar even onder de kraan.

ook een koningin moet wel eens poepen

Misschien kunnen we Maxima nog naar de wc zien gaan, zei ik tegen Udo, de barman van het oranje Bierhuis. Koninginnen poepen alleen thuis, in het paleis, zei Udo. Op een gouden bril en die vegen hun billen af met fluwelen toiletpapier.
Het kan toch zijn dat ze hoge nood heeft, zei ik, met vrouwen weet je het nooit. Als die moeten, dan kunnen ze het meestal niet langer dan een minuut ophouden; mijn vrouw tenminste niet. Maar dat is geen koningin, zei Udo. Onderschat mijn vrouw niet, maatje, antwoordde ik.
We keken met zijn tweeën door de ramen van het Bierhuis waar we in plaats van het uitzicht op het mooiste plein van de stad uitkeken op een foeilelijke gestreepte tent en een toiletwagen van Hessel. Culturele Hoofdstad, zuchtte ik en het oudste stukje cultuur van de stad stoppen ze weg achter hekken, pisbakken en een rare tent. En van al die duizenden mensen die naar de opening komen kijken komt er niet eentje bij ons omdat wij verstopt zijn door hekken, pisbakken en plastic zeilen, zuchtte Udo. Jullie moeten dat ook anders aanpakken, zei ik. Het is iedere keer gelazer als er iets cultureels in de stad gebeurd. En zeker nu met de Culturele Hoofdstad moet je wat regelen. Op het gemeentebestuur hoef je niet te rekenen, Crone heeft het beste voor met de stad maar zeker niet met de kleine ondernemers die soms wat dwars liggen. Die zijn lastig. En dit jaar wordt de stad geregeerd door niets ontziende subsidieslurpers en culturele pommeranten die zich zelf belangrijk vinden. Vooral de subsidieslurpers hebben geen enkele consideratie met de kleine ondernemers die het hele jaar door de stad levendig houden van hun eigen geld. Je moet zorgen dat je dit volk in je café krijgt, vriendjes worden met de mensen die in de subsidiepotten graaien. En als je dat lukt wordt het Oranje Bierhuis nooit meer achter hekken, toiletwagens en plastic zeilen weggestopt.
De deur ging open en Jaap kwam binnen. Staat die pisbak hier al voor de opening van de Culturele Hoofdstad volgende week voor de deur, vroeg hij. Klaas zegt dat we Maxima daar kunnen zien poepen, zei Udo. En hij hield mijn glas nog maar even onder de kraan. IMG_5297[1]

SABIENTJE

 

 hondje Als ik alle culinaire decemberglossy’s door heb gebladerd, heb ik meestal wel weer genoeg van uitgebreide recepten, feestelijk gedekte tafels, tuthola’s met schortjes die iets gezelligs doen met gourmetten of fonduen en foto’s van serieus kijkende koks die in het begeleidend artikel adviseren alles vooral op lage temperatuur te garen. In december koop deze glossy’s ook nooit, maar kijk ze licht walgend door in de bladenwinkel. Zelf duw ik met de kerst meestal een kalkoen in de oven. Of eigenlijk twee, ook eentje voor Jan.

 

 

 

  Jan kom ik af en toe in de kroeg tegen en een paar jaar geleden is door toedoen van ettelijke glaasjes overeengekomen dat ik zijn kerstkalkoen  mag vullen en braden. Als tegenprestatie drinken we dan rond de Paasdagen een flesje berenburg leeg en vertelt hij me, als de bodem van deze fles in zicht is, hoe de kerstkalkoen was; te droog, niet gaar genoeg  te weinig vulling en één keer is het voorgekomen dat de kalkoen wel te eten was. Toch brengt hij ieder jaar een nieuwe kalkoen die ik braaf samen met mijn eigen gevogelte in de oven stop.

 

 

 

 Vorig jaar kwam Jan met rode ogen en hangende schouders mijn keuken binnen, de kalkoen in een plastic tasje.  Waar is de hond vroeg ik, want normaliter doet Jan geen stap zonder zijn volvette dwergpincher. Sabientje is dood, zei Jan en ik meende een snik in zijn stem te bespeuren. Ze heeft een hartaanval gehad vanmorgen. Ze ligt nu in een doosje achter in de auto want de vrouw zegt dat ik haar op een rustig plekje in het park moet begraven als het donker is. Ze speelde daar zo graag. Ik zag nu echt een traan langs zijn wang lopen. Maar ik kan het niet, ik kan dat arme beestje niet in die koude grond stoppen, snikte Jan nu echt. Zal ik het voor je doen, vroeg ik. Het scheen de oplossing te zijn. Jan snoot zijn neus nog een keer en haalde het doosje met het dooie hondje uit de auto. Toen nam hij, terwijl hij zich tegen mij verontschuldigde voor zijn tranen, afscheid van Sabientje en vertrok. Mij achterlatend met een dooie kalkoen en een dooie hond. Nu heb ik mijn leven lang nog maar van weinig dingen die ik heb gedaan spijt gehad, maar het volgende is niet goed te praten. Ik keek eens naar die geplukte kalkoen en de dode hond, haalde mijn eigen kalkoen er bij en het gehakt voor de vulling en kwam toen tot de slotsom dat ik wel erg weinig vulling had voor twee kalkoenen. Toen keek ik nog eens naar het dode Sabientje.

 

 

 

 Nu is het stropen van een hond niet wezenlijk anders dan van een haas of een konijn, dus enkele minuten later hing Sabientje met haar achterpootjes aan een haak, bloot aan de afzuigkap. De hoeveelheid vlees viel voor zo’n vet mormel wel wat tegen toen de botjes er uit waren, maar samen met een beetje gehakt was het juist genoeg om de kalkoen van Jan te vullen en kon ik de rest van het gehakt in mijn eigen exemplaar duwen. En behalve dat ik niet naar de slager hoefde voor meer gehakt, hoefde ik ook niet in het donker in het park illegaal een gat te graven om die dooie Sabientje in te stoppen.

 

 

 

 Tegen de paasdagen dronken Jan en ik traditioneel ons flesje berenburg. Je moet me toch nog eens de plek laten zien waar je Sabientje hebt begraven zei Jan. Dat komt nog wel eens, zei ik wat afwijzend.  Hoe was de kalkoen trouwens? Fantastisch zei Jan, deze was de beste ooit, vooral de vulling was goed Was dat ook kalkoen?. Kijk en toen had ik moeten liegen, maar alcohol en vooral berenburg maakt mensen eerlijk. Dat was Sabientje flapte ik er uit. Er viel een vol glas berenburg kapot op de grond. Jan zijn gezicht werd afwisselend rood en wit en even leek het alsof hij me wilde wurgen. Toen beende hij zonder te betalen het café uit.  Wat was dat, vroeg de barman die aankwam met een stoffer en blik om de scherven op te vegen. Een soort van Kerstverhaal, zei ik. Maar ik denk dat ik de kerstkalkoen van Jan dit jaar niet weer hoef te vullen.