Dankbaarheid en schapenkeutels

Ik heb een onaangenaam trekje in mijn karakter. Nu niet meteen reageren van je hebt er veel meer, dat weet ik zelf ook wel. Maar wat ik niet leuk van mezelf vind is dat ik veel vage kennissen en soms ook vage vrienden op straat voor bij loop zonder ze te groeten. Soms reageer ik wel, maar pas nadat ze mij gegroet hebben. En vaak weet ik niet wie de persoon in kwestie is.
Ik ben slecht in het herkennen van mensen en soms vinden mensen je dan onaangenaam of arrogant. Maar ik mezelf dus ook. Vorige week had ik nog een bloedhekel aan mezelf, toen onze burgemeester over het Herenwaltje liep, terwijl ik buiten de illegale geveltuintjes water gaf. Ik had hem zo graag de hand geschud om te groeten, maar hij was al tientallen meters verder voordat ik er erg in had dat het onze burgervader was. Nu had ik er achteraan kunnen rennen, maar daar heeft zo’n man natuurlijk geen enkele behoeft aan; mensen die hem achterna rennen. Maar ik had hem graag willen bedanken dat hij zo goed voor onze stad en haar inwoners zorgt.
Wanneer iedereen, de pers incluis, zeurt dat het bezoek van de reuzen een paar ton duurder uitvalt dan begroot was, stelt hij ons gerust dat hij er wel rekening mee had gehouden en dat dat geld er heus wel is. Dat wij daar beslist niet over in hoeven te zitten. Wat ik ook fijn vind is dat wanneer de raad vergadert over ernstige tekorten in het gemeentelijk huishoudboekje, onze burgervader er voor zorgt dat ze dat in het geheim doen. Besloten vergadering dus. Waar niemand iets van naar buiten mag brengen. Want het is niet de bedoeling dat wij Liwwadders daar ongerust over worden.
Nu weet ik dat er ook Liwwadders zijn die vinden dat dat niet mag, zo’n besloten vergadering. Maar ik vind het juist fijn. Ik ben ook altijd vol bewondering als ik lees dat er enorm door de gemeente op jeugdzorg bespaart wordt en dat ik dan zie dat onze burgemeester er voor gezorgd heeft dat ontspoorde jongeren nu een leuke en veilige hangplek hebben op het bordes van het stad huis. Daar kunnen ze in alle rust drinken en blowen, zonder dat ze lastig gevallen worden. Zeg nou zelf, in welke stad vind je een burgemeester die blowende kinderen figuurlijk omarmt bij hem op de stoep.
Vanmiddag dacht ik ook nog met warme gevoelens aan onze eerste burger toen er een stuk of veertig schapen voor het stadhuis liepen. Toen ik het zag, wist ik dat ik over al die schapenkeutels op het plein niet in hoefde te zitten. Ik wist eigenlijk wel zeker dat als de schapen weer weg waren de burgemeester vast met een bezem en een vuilniszak alle drollen op ging vegen.

En daarom vind ik het zo rot als ik hem dan te laat herken als hij langsloopt. Wat moet hij wel niet van me denken.

Advertenties