Rollen en potten

IMG_4851  Het begint ‘s ochtends vroeg al, als ik met een emmer in de nacht verzamelde familiepies richting toiletgebouw loopt. Ik wens de buren goedemorgen die al lekker aan de koffie zitten en ga in de rij staan bij al die andere mannen die ook een emmer komen legen. Het legen van de toiletemmer schijnt een karweitje te zijn dat alleen door mannen kan worden gedaan. Nooit zie ik een vrouw met een emmer ontlasting over de camping zien lopen.

Mijn vrouw heeft het te druk met bedden, ontbijt en nog wat vage dingen die op een camping moeten gebeuren meteen nadat je wakker geworden bent. Dus ben ik de aangewezen persoon om de piesemmer te legen. Mijn voorstel om in de nacht gewoon achter de tent te ontladen heeft het bij de drie vrouwen waar ik mee op vakantie ben niet gehaald. Ook mag de emmer overdag niet gebruikt worden, dan moet ik met een wc-rol onder mijn arm een gênante wandeling over de camping naar dat zelfde toiletgebouw maken. De camping voorziet namelijk niet in toiletpapier. Af en toe loop ik om, soms met krampen in mijn lijf, zodat de mensen in de tenten om ons heen niet kunnen vragen af ik last van mijn darmen heb omdat ik die ochtend al voor de derde keer ga poepen. Drie keer is ook vaak, maar poepen op een camping is geen sinecure.

Gelukkig heb ik door schade en schande het toiletbezoek op de camping redelijk onder de knie gekregen, zodat ik niet meer zonder wc-rol op een campingtoilet mijn behoefte doe. Iets dat voor een schier onoplosbaar probleem zorgt. Wel moet ik de rol goed in de gaten houden, want heel vaak valt hij van het ieniemienie trespa plankje en rolt dan onder de deur door. Op campings zijn de wc-deuren nooit helemaal tot aan boven gesloten en ook aan de onderkant is heel veel ruimte om een rol wc-papier weg te laten rollen. Soms kan ik dan nog net, met mijn broek op de enkels onder de deur door grijpen en een puntje van het papier pakken. Niet dat ik dan de rol te pakken krijg, die ligt altijd te ver weg, maar ik kan er wel afgerold papier aftrekken. Die rol blijft om een of andere reden gewoon liggen. Het papier is wel een beetje nat van de vloer geworden, omdat er continu gedweild wordt, maar ik kan in ieder geval mijn billen afvegen. Nooit is er overigens iemand die die rol even onder de deur door terug duwt.
Misschien is dat een geluk bij een ongeluk want eigenlijk wil ik niet dat iemand weet dat ik in dat hokje zit. Een reutelende scheet kan dus ook niet, vind ik. Het moet ook niet stinken, want straks word ik daar op aangekeken en zegt een mede tentbewoner iets in de trant van: jij zat lekker te bouten vanochtend. Helaas is de tijd dat mijn ontlasting naar viooltjes rook al een poosje voorbij. Opvallend is trouwens wel dat de mensen in de wc’s naast me er vaak helemaal geen last van hebben dat iemand ze hoort of ruikt. Maar ik zit daar een beetje mijn billen bij elkaar te knijpen en moet luisteren naar gesprekken over moeilijke relaties, dikke benen en echtgenoten die altijd als ze veel bier gedronken hebben, naar het naaktstrand willen terwijl de dames die deze gesprekken voeren in de toiletten achter de heren afdeling, daar persé niet heen willen. Zelf wil ik altijd iemand graag in de ogen kunnen zien als ik er een gesprek mee voer, maar voor poepende en piesende vrouwen hoeft dat klaarblijkelijk niet. Die laten zich qua kletsen niet door een trespa wandje tegen houden. Zelfs als ik een plons hoor, het doortrekken van de stortbak en ik denk dat ze klaar zijn, kletsen ze gewoon door in hun hokje.
Over een week mag ik weer lekker thuis op mijn eigen pot klinkende scheten laten terwijl ik de krant lees, Facebook even check en tegen mijn vrouw kan roepen dat ze een rol wc-papier moet brengen omdat er niks meer ligt.

 

 

Advertenties

buffelmozzarella en niet te doneren organen*

mozzarella-latte-bufala

Sinds ik me aangemeld heb als orgaandonor ben ik een stuk vrolijker geworden. Niet omdat ik nu officieel donor ben. Maar ik vind dat ik de ontvanger van één van mijn organen niet met mijn zwaarmoedigheden op kan zadelen. Het kan niet anders dan dat zoiets door werkt op de nieuwe bezitter.

 

Dus ga ik op level 3, dat is met een continue glimlach op mijn gezicht, want dan is er geen plaats voor negatieve gedachten zoals mijn yogaleraar beweert. Ik moet zeggen dat ik wel een beetje moeite heb met die glimlach. Als ik af en toe in de spiegel kijk denk ik, stoppen Klaas. Dit lijkt meer op de grijns van een krankzinnige. Ook toen mijn vrouw ging opnoemen welke organen door mijn levensstijl sowieso niet meer te doneren vielen, had ik wel even moeite met mijn glimlach.

 

 Er blijf nog wel een beetje over mompelde ik, toen ze klaar was met haar lijst van mijn niet te doneren lichaamsdelen, bovendien ben jij straks verplicht donor omdat die ene man van de Partij voor de Dieren toen te laat was voor de stemming in de Tweede Kamer. Die partij is voor de vrijheid van het individu, zei mijn vrouw, ook als je zo goed als dood bent. Ik heb afgelopen maart op ze gestemd.  Op slag kwam mijn level 3 yoga glimlach terug. Weet je waar die partij ook mee voor gezorgd heeft, vroeg ik. Onder meer dat er nu zoveel wilde ganzen in ons land zijn dat er 200.000 moeten worden afgeschoten of vergast. En omdat ze ook tegen de jacht op vossen zijn, zie je nu veel minder vogels in de weilanden.

 

 Mijn vrouw had even geen weerwoord. Van dat moment moest ik gebruik maken want dat komt niet vaak voor. Weet je dat er door het gelobby van de PvdD   veel meer mensen vegetariër zijn geworden, ging ik door. Die eten allemaal geitenkaas in plaats van vlees. Voor kaas heb je melk nodig en dus worden er veel geitjes geboren waarvan de helft overtollige bokjes zijn die na een lange autorit in Spanje worden opgegeten. Ik eet nooit geitenkaas, zei mijn vrouw. Nee maar wel buffelmozzarella. Dat is ongeveer hetzelfde verhaal, alleen worden de jonge buffelstiertjes  daar in Italië niet opgegeten. Bij mijn vrouw kwam ook even een glimlach op het gezicht. Daar worden ze met een hamer de kop ingeslagen na de geboorte, ging ik treiterend door. En soms doen ze niks en dan gaan die beestjes na 2 dagen vanzelf dood door dorst en honger. De glimlach van mijn vrouw was alweer verdwenen. Je overdrijft zeker, zei ze. Natuurlijk, zei ik. Ik probeer je alleen er van te overtuigen dat ze bij die partij wereldvreemde ideeën hebben over dierenwelzijn. Wat zullen we eten, vroeg mijn vrouw, die genoeg had van het gesprek. Ik ga even bij de slager kijken of die nog een stukje lever te doneren heeft zei ik.

 

 

 

 

 

lovehandles en hoe er mee om te gaan

love_handles_belly_fat_gut_main[1]Lovehandels? Inderdaad ik heb ze, dacht ik toen ik mezelf in de spiegel bekeek. Tot een paar dagen geleden wist ik nog niet wat het waren, maar het was me uitgelegd door een vriendin van mijn vrouw die ik tegenkwam in de kroeg. Je krijgt een buikje Klaas, zei ze en ik kon nog net voorkomen dat ze met haar wijsvinger in mijn zij prikte waar ook een vetrolletje over mijn broekriem bubbelde. Dan heeft je vrouw wat om vast te pakken, grinnikte ze. Lovehandles dus.

 

En nu ik in de beslotenheid van mijn slaapkamer in de spiegel keek, moest ik wel erkennen, het goddelijke lijf van vroeger begon wat tekenen van verval te tonen. Vooral rond mijn middel. ik trok de nieuwe zwembroek aan die mijn vrouw voor me gekocht had. Zo’n broekje waar Olympische wedstrijd zwemmers zich in vertonen, maar  waar ik niet in gezien wilde worden op een zomers Waddenstrand. Het is te klein, zei ik tegen mijn vrouw, die de slaapkamer in kwam om te kijken hoe mijn nieuwe strandoutfit me stond. Wel nee, zei ze, je hebt nog 2 weken voor we weg gaan. Even een klein crashdieet en dan zit hij als gegoten.

Met die goede raad in gedachten keek ik op mijn laptop op de site van mijn favoriete mannenblad Men’sHealth. Ik bekeek diverse workouts, die me te veel moeite gingen kosten, las even de borsthaargids door, waar ik in dit geval natuurlijk helemaal niets aan had. Bovendien ging dit over mannen die meer borstharen hebben dan die 10 die bij mij rond iedere tepel groeien. Ik las ook nog een stukje over sport BH’s voor mannen, over wat je moet doen als je een luie minnaar bent en bekeek een aantal zwembadbilfies. Dat zijn selfies van damesbillen,voor wie dat nog niet weet.

Maar uiteindelijk vond ik wat ik zocht. MH laat me eigenlijk nooit in de steek. Intermittent Fasting. 18 uren lang per dag niks eten, de andere 6 wel. Nou ja, een beetje langer in je bed blijven, een paar uurtjes werken en dan in 6 uurtjes een paar maaltijden wegstouwen. Niks geen dieet, alles mag gegeten worden en mijn lovehandles zouden verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dat moest ik toch 2 weken vol kunnen houden. De weegschaal gaf 79.2 kilo aan. Ik ga voor 75, zei ik tegen mijn vrouw toen ik later in bed stapte. Het was even afzien, de eerste ochtend, maar met veel koffie was het lijden te overzien. Bovendien lokten einde middag de wijn en de maaltijden. De tweede dag was erger omdat mijn vrouw ’s ochtends een gevulde koek bij haar koffie nam en ook het voor mij bestemde exemplaar opat, omdat ik die toch niet mocht eten. Toen werd het afzien. De vierde dag ben ik afgehaakt, nadat de weegschaal 79.3 aangaf. Ook na uitgebreid toiletbezoek bleef de weegschaalwijzer op hetzelfde gewicht staan.

Ik ga die zwembroek ruilen, zei ik tegen mijn vrouw. die moet groter. Ik kan me niet op het strand vertonen met zulke lovehandles. Mijn vrouw kreeg een ietwat eigenaardige glimlach op haar gezicht. Misschien ga ik ze binnenkort gebruiken, zei ze.

 

spiegeltjes, kralen en een safaritent

IMG_4808

Voor een tent is het wel een mooi onderkomen. Er staat een 2 persoonsbed in met een boxspring en een stapelbed voor de kinderen. In het voorste gedeelte staat een tafel met stoelen, bekleed met antilopenhuid en zelfs over de koelkast hangt een dierenvelletje. Voor het espressoapparaat is er een apart kastje waar ook een dingetje staat waar je de i-pod in kan duwen. Een overdekt terras met verwarming, een buitenkeuken en een loungebank met stoelen die ook bekleed zijn met dierenhuiden. Dit is een safaritent, zei mijn vrouw. Ik had me eigenlijk voorgenomen om nooit meer te kamperen, zei ik. Dit is geen kamperen, als je in een safaritent slaapt heet dat ‘glamping’, zei mijn vrouw. Ik hoop niet dat die dierenvellen vol vlooien zitten, zei ik, toen ik me met een glas koele rosé op de loungebank met de antilopenhuid liet zakken. De mevrouw van de camping kwam nog even langs om te horen of alles naar wens was en gaf tegelijkertijd ook de code voor de wi-fi door, want ik had aangegeven dat ik nog wel even een stukje voor dit prachtige blad moest versturen. Waarom heet dit nou een safaritent, vroeg ik de eigenaresse om iets aardigs te zeggen. Het bleek dat ze in Zuid Afrika tenten als deze gebruiken om mensen die een dure wildsafari maken te herbergen. Daarna begon ze een verhandeling van een half uur over alle diertjes die op, maar vooral rond de camping in het wild leefden. Ze stopte pas toen ik begon te gapen en een nieuwe fles rosé ontkurkte. Mijn vrouw en de kinderen gingen met de auto naar het dichts bijzijnde dorp om de dingen te kopen die niet meer in onze bestelbus pasten. Ik blijf hier om een beetje naar het wild te turen, zei ik, tenslotte zit ik nu voor een safaritent. Ik zette mijn verrekijker naast de fles rosé. Die verrekijker was overigens niet zo’n goed idee, want binnen een half uur kwam er al een mede kampeerder met een rode kop naar me toe die vroeg waarom ik naar zijn vrouw zat te gluren met een verrekijker. Ik begon eerst nog even over dat ik in een safaritent zat en nu naar het wild en de inboorlingen aan het speuren was en dat ik al een olifant in de verte gezien had. Hij werd nog roder en dacht even dat ik met die olifant zijn vrouw bedoelde, wat maar zo gekund had. Dat had ik door de kijker al gezien. Toen ik hem, bij gebrek aan spiegeltjes en kralen, een koud biertje in de hand duwde kalmeerde hij een beetje. Binnen vijf minuten had ik daarna een uitnodiging om de volgende dag het biertje terug te komen halen. Ik moest wel iets meenemen om op te zitten, want zijn vrouw en hij hadden slechts twee klapstoeltjes bij de tent. Ondertussen kwam mijn eigen vrouw met beide dochters bepakt en bezakt aanlopen. Tot morgen, zei de man tegen mijn vrouw toen ze elkaar passeerden. Wat was dat, vroeg mijn vrouw. Ja, ik maak snel vrienden, antwoordde ik. Nadat we een biefstukje op de gril van de buitenkeuken hadden geroosterd en ik net mijn vrouw wilde voorzien van toastjes met Franse geitenkaas, klonk er geschreeuw achter uit de tent. Mijn oudste dochter stond op een antilopenkrukje naar de grond te wijzen. Twee kleine bruine padden hipten door de tent. Jaag ze weg, riep mijn vrouw panisch, half verscholen achter mijn rug. Waar is mijn geweer, brulde ik. Per slot van rekening woonde ik nu in een safaritent. Het schietgerei was even niet te vinden, maar met een lege roséfles had ik de beide minimonsters er binnen de kortste keren uit. Dankbaar keken de beide dames naar de grote jager. Met een fles ben ik niet te verslaan, zei ik met gepaste trots. De volgende dag kreeg ik opnieuw te maken met de ontberingen die het ‘glamping’ op zo’n kampeerterrein met zich meebrengt. ’s Ochtends om half zes draaide ik me even om op mijn boxspring en merkte dat het al licht was. Ergens zaten er twee verliefde duiven in een boom. Wat leuk, dat koeren, dacht ik nog. Samen koeren met mijn vrouw had ik allang niet meer gedaan, dus gun je dat zo’n duivenpaartje. Maar na een kwartier dacht ik al van het moet niet veel langer duren en nog een kwartier later was ik er helemaal klaar mee. Wat denken zulke duiven wel, dat ze langer kunnen koeren dan ik met mijn vrouw? Bovendien was ik nog niet van plan om op te staan en ze hielden me met hun gekoer wel uit de slaap. Woest wilde ik de tent uit rennen, daarbij even vergetend dat zelfs een safaritent is vergeven van de ritsen. Bovendien raakte ik verstrengeld in de klamboe die de muskieten en ander stekend spul moesten tegen houden. De duiven koerden, niet onder de indruk van een blote man met een klamboe om zich heen, rustig door. Tot ik een van de met antilopenhuid bekleedde krukjes uit de tent de boom in smeet. Toen waren de duiven verdwenen. Het krukje niet, dat bleef gewoon boven in de boom tussen twee takken hangen. Mijn vrouw vond later die ochtend dat ik er wel moest voor zorgen dat het antilopenkrukje weer naar beneden kwam. Het was best een hoge boom. Misschien kunnen we hem kappen, opperde ik, maar mijn vrouw dacht dat de campingbaas het misschien geen goed idee zou vinden. Na de strubbelingen van zo’n eerste dag was het verblijf in de safaritent niet onaangenaam. Het beviel mijn vrouw zo goed dat ze me vroeg om volgend jaar echt op safari te gaan. Ergens in Afrika. Moet je luisteren, vertelde ik haar. We zitten nu in Opende, dat is vijf kilometer voorbij Drachten. Ik heb in ruim twee weken tussen Opende en Liwwadden achthonderd kilometer gereden voor de dingen die jij allemaal vergeten was. Hoe denk je dat van uit Afrika te regelen. Daarna komt het moment dat ik dan weer voor haar smelt. ‘Tijgertje van me, zei ze, dat los jij toch zo op? En tot de volgende vakantie leven we weer lang en gelukkig. Zeker als ik af en toe het onderbroekje aantrek met het luipaarddessin dat ze voor me heeft gekocht in Surhuisterveen.

 

 

detox en wasmachines zonder Arie Boomsma

Op de site van mijn favoriete mannenblad Men’s Health stond een recept voor chili con carne. Nu ben ik beroepshalve uiteraard geïnteresseerd in recepten en deze chili kon detoxsapjes vervangen. Sinds ik zo stom geweest ben om mijn dochter het kookboek van Rens Kroes te geven, ja ja, de lelijke zus van Doutzen, offer ik me regelmatig op en drink geperste sapjes tarwegras, kool en wortel, al dan niet vermengd met het sap van een verschrikkelijk bittere grapefruit en lichtelijk bij gebonden met gebroken lijnzaad. Dat is goed voor oudere mensen, zegt mijn dochter en met een samengeknepen mond beaam ik dat dan maar. Je wilt zo’n kind ook niet teleurstellen. Maar diep in mijn hart kan ik mezelf wel voor de kop slaan dat ik dat boek ooit voor haar gekocht heb. Maar ontgiften doen de drankjes wel denk ik, gezien de geuren die een uurtje later het lichaam verlaten. Net als na een bord chili con carne dus. En het recept in Men’s Health leek een aardige afwisseling van de sapjes van Rens Kroes. Het recept vermeldde ook dat je van het eten van deze chili een bonusdosis eiwitten binnen krijgt die dan een boost aan je seksleven kan geven. Misschien is het toch niet zo’n goed idee deze chili, dacht ik toen ik dat las. Maar ook hier had de on-line versie van dit mannenblad iets op gevonden. Naast het artikel over de chili en de detox stond met grote letters: Anti-sleur standjes; vijf standjes voor buiten de slaapkamer. Ik opende het artikel in de hoop dat Arie Boomsma ze niet voor zou doen. Die figureert nogal eens in filmpjes met work-outs op deze site en die klik ik dan meteen weer weg om toch nog een leuke dag te hebben. Maar Arie was gelukkig weg bezuinigd. Hoe krijg ik mijn vrouw zo gek, dacht ik toen ik de getekende standjes bekeek. Maar de oplossing deed zich vanzelf voor toen mijn vrouw een bad nam en daar halverwege even met haar badjas aan even uitstapte om een kopje thee te halen. Ik had de standjes nog eens goed bestudeerd en greep haar halverwege de trap. Ik weet wat leuks, zei ik, terwijl ik mijn onderbroek uit trok en net als op het plaatje in de Men’s Health op een traptrede ging zitten. Nou moet jij op me komen zitten en een voet op de leuning leggen, zei ik. Mijn vrouw keek me zo eens aan van: moet ik een dokter bellen, maar ze houdt van me en gunt me af en toe wel een pleziertje. Helaas zijn de traptreden niet al te breed en daarom heb ik er plaatjes van traanplaat op geschroefd om niet uit te glijden. Maar toen mijn vrouw op me klom gleed ik door haar gewicht met mijn blote kont een trede naar beneden. Het bloede niet eens zo erg, maar er moest wel een pleister op, zei mijn vrouw toen ze de schrammen op mijn billen bekeek. Standje twee dan nu maar, dacht ik. Daarvoor moest ik volgens het artikel op een draaiende wasmachine gaan zitten, weer met mijn vrouw boven op me. De machine op de centrifugeerstand en dan ging de sleur ons seksleven verdwijnen. Toen de machine op volle toeren draaide voelde het niet eens onaardig. Niet erg gemakkelijk maar het trilde wel lekker. Tot dat na vier minuten de machine stopte en mijn vrouw op de grond ging staan. Wat doe je, zei ik. Ja hij is klaar, antwoordde mijn vrouw, ik doe er eventjes een nieuwe was in. Ik stapte er ook maar af, want anders kon het deurtje van de wasmachine niet open. Is er nog wat leuks op tv, vroeg mijn vrouw toen de wasmachine aan de voorwas begon. Eva Jinek begint zo, zei ik. Mooi antwoordde mijn vrouw, daar wordt je tenminste niet overstuur van.

buurvrouwen, rucola en A F Th

IMG_1885Vorig jaar ben ik een keertje op visite geweest bij een kennis die een volkstuintje heeft. Vol trots werd ik door de eigenaar langs rijtjes wormstekige kromme wortels, doorgeschoten slakroppen en door rupsen aangevreten rode kolen geleid. Daarna dronken we een wijntje op het terrasje van een piepklein tuinhuisje dat hij op de tuin gebouwd had. Het huisje was voorzien van een koelkastje op gas, een boekenplankje, een butagaspitje en een luie stoel. Al die groente is niks voor mij, dat ik wist ik zeker, maar een stukje grond met een huisje er op waar verder niemand van de familie naar toe wil, dat is wel fantastisch. Nu snapte ik ook waarom die slakroppen doorgeschoten waren. Voor de man bij wie ik op visite was, was het tuinieren ook een dekmantel om even weg te zijn bij vrouw en kinderen. Even in alle rust te genieten van een boek en een borrel zonder gestoord te worden door gezeur om zakgeld en totaal oninteressante verhalen zonder einde van je vrouw. Thuis gekomen hield ik een enthousiast betoog over plukverse groenten en fruit uit eigen tuin en dat het misschien wel leuk zou zijn om ook een volkstuintje te hebben. Sinds wanneer heb jij groene vingers, zei mijn vrouw. Die heb je helmaal niet nodig, zei ik en vertelde verder over de prachtige boontjes, de schitterende kroppen sla en de keiharde rode zomerkooltjes. Weet je, zei ik, je stopt een zaadje in de grond en na een paar weken heb je al een rode kool. Het is een fluitje van een cent, dat tuinieren. Toen was mijn vrouw om en voortvarend als ze is belde ze naar de Vereniging van Nutstuinen. Ik had geluk, zei ze, er was nog een strookje grond vrij en dat had ze dus meteen maar gehuurd. Een paar weken later stond ik te zweten op mijn eigen 160 vierkante meter kleigrond. Het huisje dat er stond moest wat opgeknapt maar dat was van latere zorg, zei mijn vrouw. Eerst spitten en zaaien. Dat was niet helemaal wat ik voor ogen had, maar goed, soms moet je eerst even investeren voordat je krijgt wat je graag wilt hebben. Ik had geluk, na een paar weken hadden zowel mijn vrouw als de kinderen hun belangstelling voor de tuin verloren en werd de uitdrukking ‘papa is naar de tuin’ gemeengoed in het gezin Kasma. Ik had de hele tuin vol rucola en maïs gezaaid. Daar hoef je daarna niks meer aan te doen. Af en toe nam ik een bosje rucola mee voor mijn vrouw en zei dan met gespeelde trots , kijk eens meid uit onze eigen tuin’ en de rest maaide ik een keer in de veertien dagen kort met de grasmaaier van de tuinbuurvrouw aan mijn linkerkant. De buurvrouw had wel groene vingers, want ieder keer als ze me in mijn luie stoel op het terrasje van het tuinhuisje zag zitten, kwam ze met waarschuwingen dat ik nu toch wel wat aan het onkruid moest doen en dat de maïs bijgemest moest worden. Ze kwam ook met allerlei stekjes en zaadjes aan zetten die ik moest planten als ik eerst even een stuk van de rucola omspitte. Op de tuin aan de rechterkant stond geen huisje en werd bewerk door een struise blonde mevrouw die van alles verbouwde en mij daar lang en gedegen uitleg over gaf, zeker als ze de het geluid van een ploppende kurk van een wijnfles had gehoord. En als ik dan opstond om een glaasje voor haar te pakken ging ze in de enige stoel op mijn terrasje zitten. Af en toe hadden de buurvrouwen mij ook niet nodig en gingen ze met elkaar kletsen over hun overgangsproblemen en ander vrouwelijk ongemak. Dat deden ze dan wel ieder op hun eigen tuin. Met mij en een dik boek van A F Th van der Heijden er tussen. Ik wou dat ik een eindje verder op had gezeten met mijn tuintje, dacht ik vaak als ik een hoofdstuk voor de derde keer over moest lezen omdat ik de draad kwijt was geraakt door verhalen over opvliegers en dikke benen die heen en weer over mijn tuintje vlogen. Dit voorjaar heb ik de tuin weer opgezegd. Er had net in de krant gestaan dat zeven van de tien volkstuinen verhuurd worden aan vrouwen. Dat werd me te veel. Ik zei al dat je geen groene vingers hebt, zei mijn vrouw. Je hebt helemaal gelijk schat, antwoordde ik. Maar ik denk dat ik deze zomer onderzoek ga doen om een boek te schrijven over terrassen en stadscafés. Wel jammer dat we nu niet meer regelmatig verse rucola van je krijgen, zei mijn vrouw.

picknick kleedjes

Picknicken? Ik keek mijn vrouw, die broodjes aan het belegmeegen was, vol afgrijzen aan. Weet je wat picknicken is? Zand tussen je broodjes, honden die met hun poten in de kipsalade staan, een zwerm bijen om je kop en het allerergste: mensen die je aanstaren omdat we midden op de dag al aan de prosecco zitten. Stel je niet aan, zei mijn vrouw, terwijl ze een fles citroenwater in een grote tas duwde. De tas waar ik waarschijnlijk mee zou moeten sjouwen. Dat was in jou tijd misschien zo.  We gaan lekker een middagje naar de Prinsentuin. Gelukkig zei ik, daar zijn tenminste bankjes; dan hoef ik niet met mijn kont in het natte gras te zitten. Dat hoeft niet, zei mijn vrouw, want we lopen even door de Kleine Kerkstraat en daar kun je gratis picknickkleedjes ophalen. Gratis? Wie heeft dat geregeld. De gemeente, zei mijn vrouw. Hein de Haan van de PvdA heeft het bedacht en voorgesteld aan de gemeente en de wethouder Friso Douwstra was meteen enthousiast. Mijn god, kreunde ik. wat treffen wij Liwwadders het toch weer met zulke bestuurders. Ze weten wel boven te halen wat er in onze stad leeft onder de bevolking. Straks gaan ze net als in Utrecht nog bakkeleien over de vegetarische hapjes op de ambtenarenfeestjes. Jij bent altijd negatief, hou daar mee op, zei mijn vrouw. Maar gratis kleedjes, zei ik, als ze dat geld in het potje van City Jazz hadden gestopt had dat misschien wel door kunnen gaan. Dat is een ander potje, zei mijn vrouw en duwde me een zware tas in mijn handen. De fles citroenwater zag ik wel zitten, de prosecco niet. Die zou wel onderin zitten. Het gratis kleedje gingen we nog halen.

boerka’s en kilts

 

Met mijn vrouw heb ik een weddenschap over wat een boerkadraagster nou onder zo’n boerka aan heeft. Gewoon een rokje en bloesje en wat ondergoed, zegt mijn vrouw. Maar ik heb mijn twijfels. De meeste Boerkadragende vrouwen, een enkele daar gelaten, zijn afkomstig uit landen waar het gemiddeld een 20 graden warmer is dan bij ons. Al die kleren onder zo’n alles bedekkend gewaad is dan wel erg benauwd. Volgens mij doen ze net als de Schotse mannen die een rokje dragen, gewoon niets er onder. Maar mijn vrouw denkt dat die mannen gewoon een boxershort onder het geruite rokje aan hebben. Dus hebben we gewed. Als ik win mag ik een avondje met mijn laatste 2 vrienden die ik sinds mijn huwelijk nog heb, de kroeg in. Als zij wint moet ik stoppen met mijn online jodelcursus, waarvoor ik iedere ochtend en avond een half uurtje in de huiskamer oefen. Nu zitten we met het probleem, hoe komen we er achter wie gelijk heeft. Als ik een Schot in een rokje tegenkom vraag ik het hem, zei mijn vrouw. Dank je de koekoek, antwoordde ik. Je weet nooit of zo’n man de waarheid vertelt. Je zult moeten voelen. Dan moet jij dat bij zo’n boerka mevrouw doen, vond mijn vrouw. Maar dat vond ik wel een heel verschil. Nee dan doen we geen weddenschap, dan jodel ik wel gewoon door, zei ik. Ik zeker de gevangenis in wegens aanranding en waarschijnlijk wordt daar mijn keel afgesneden en die arme mevrouw wordt gestenigd. En zo’n Schot is misschien wel gecharmeerd van jou zoekende handen. Nee we moeten wat anders bedenken. Ik ben trouwens nog nooit iemand in een boerka tegengekomen en bovendien zijn de boerkas zo goed als verboden in ons gastvrije landje. De kans dat het lukt om onder een boerka te voelen is veel kleiner dan een greep onder een Schots rokje. We moeten wat anders proberen. Ga eens staan, zei ik. Uit een stapel was van het kookatelier die klaar lag om gestreken te worden haalde ik een zwarte statafel hoes. En even later stond mijn vrouw in de kamer van top tot teen gehuld in die zelfde statafel hoes. Ik zie niets, klonk er onder de hoes vandaan. Ik knip er wel even 2 gaatjes in voor je ogen. Maar aan het geproest onder de hoes begreep ik dat ik dat uit mijn kop moest laten. Ik stik hier, klonk het daarna, terwijl er van binnen uit lukraak aan de hoes getrokken werd. Zie je nou wel, zei ik, ik heb gewonnen. Zo’n gewaad is veel te warm om er wat onder te dragen. Met een rood hoofd kwam mijn vrouw weer te voorschijn en gooide het ding weer op de stapel was. Wacht even, je moet hem ook nog even op mijn manier proberen, zei ik. Maar bloot in een statafelhoes vond mijn vrouw wel wat erg veel huwelijksgeluk. Toch is het niet een raar kledingstuk, zei ik toen we aan een glaasje witte wijn zaten. Stel je voor dat je iets uitgehaald hebt dat eigenlijk niet door de beugel kan en je wilt niet herkent worden in de stad. Bijvoorbeeld iemand van het gemeentebestuur geeft een paar miljoen euro meer uit aan bijvoorbeeld een voetbalstadion, een Culturele Hoofdstad of een superrotonde dan dat hij aan de bevolking plechtig beloofd heeft. Dan kun je een hoop gezeik krijgen als je door de stad loopt. Maar sla je een boerka over je heen dan weet niemand op straat dat jij het bent. De burgemeester zou dan eigenlijk een kilt aan moeten, zei mijn vrouw die al aan haar tweede glaasje zat en dan vaak wat onzin uit begint te kramen. Nee dat doen we niet zei ik, want als er dan iemand wil weten of hij er wel wat onder draagt, dan jodelt hij misschien beter dan ik en dat moeten we niet hebben.

lust, liefde & corine koole

Het leukste van de zaterdagse Volkskrant vind ik de rubriek Lust & Liefde van Corine Koole. Zullen wij ons er ook voor opgeven, vroeg ik mijn vrouw. Er staat namelijk een e-mail adres onder waar je heen kunt mailen en dan komt Corine je interviewen. Daar zijn wij niet interessant genoeg voor, zei mijn vrouw, die wel fan is van deze rubriek. En waarschijnlijk verzint dit allemaal zelf. Nou, zei ik, deze aflevering gaat over een vrouw van wie de relatie bijna mislukte omdat haar man het aanrecht niet goed schoonmaakte en de vaatwasser niet volgens haar systeem inruimde. En dat vind ik wel heel herkenbaar. Als je wilt scheiden, dan kan dat, zei mijn vrouw. Nee, antwoordde ik, maar wij hebben toch ook wel iets in de relationele sfeer waardoor we in aanmerking komen om geïnterviewd te worden. Het gaat ook regelmatig over vrouwen die stiekem een keertje met hun beste vriendin vrijen en dan een paar weken lesbisch zijn voordat ze dat opbiechten. Of over mannen die een paar keer per week naar een homo-ontmoetingsplaats langs een snelweg gaan. En die stommelingen gaan dat dan opbiechten aan hun vrouw. Maar die heeft er meestal begrip voor en koopt een voorbinddildo. Wil jij dat, vroeg mijn vrouw. Nee, zei ik, jij toch ook niet? Maar als ik het zou doen en jij ook, komen we misschien wel in aanmerking voor een interview  in een serieuze krant. Misschien moet ik je tegen je zin meesleuren naar een parenclub, of ik doe perverse seks met een vriendin, wat jij dan ook wilt, als ik het je verteld heb. Maar je kunt natuurlijk ook er voor kiezen om verliefd te worden op de buurman en stiekem naar hem toe glippen als ik aan het werk ben. Jij werkt niet en de buurman houdt niet van vrouwen, zei mijn vrouw. Nou ja, dan doe je het op de keukentafel met de melkboer. Doe niet zo achterlijk, zei mijn vrouw.  Ik koop altijd melk bij de supermarkt en bovendien bestaan melkboeren niet eens meer. Nou dan de je een pizzakoerier of een de bezorger van Post.nl. Kappen nou, zei mijn vrouw. Ze raakte wat geïrriteerd merkt ik. Ja, maar het lijkt me zo leuk om eens geïnterviewd te worden door Corinne en dan onder een gefingeerde naam in een serieuze krant als de Volkskrant te staan. Corinne zuigt alles uit haar duim, zei mijn vrouw en ging naar bed.