VW GOLF

Eigenlijk dacht ik dat hij me wel kon helpen, de man van de stichting Groene Ster Duurzaam. Hij is voor het natuurbehoud en tegen overlast. Nu niet meteen zeggen, Klaas jij woont toch in de binnenstad, daar heb je geen natuur en overlast hoort er af en toe bij. Jullie hebben gelijk natuurlijk, maar ik zal het even uitleggen. Het verschil tussen de binnenstad en de Groene Ster is niet zo groot. Net als in de Groene Ster hebben wij waterpartijen, alleen noemen wij binnenstedelingen die grachten. En net als in de Groene Ster is er gras, in plantsoenen, parken en dergelijke. We hebben ook bankjes en verharde fietspaden, we hebben zelfs een strandje op het terrein van de Leeuwarder Courant. Toen ik dat voor de eerste keer zag, moest ik zo verschrikkelijk lachen, maar dat is weer een ander verhaal. En net als in de Groene Ster zijn er ook in de binnenstad ruimschoots parkeer- en afwerkplekken. En de fauna? Nou ja, in de binnenstad zijn er misschien wel wat minder bedreigde diersoorten, maar we hebben wel veel muizen, ratten, meeuwen en kauwtjes. En natuurlijk veel studentes die altijd voor een leuk stukje natuur zorgen, hoewel dat misschien persoonlijk is.
Door al deze overeenkomsten meen ik dus dat de stichting Groene Ster Duurzaam me wel kan helpen. Wij hebben namelijk ook overlast. Maar zoals jullie al zeiden, overlast in de binnenstad hoort er bij. Ik heb dan ook geen enkele moeite mee om een verkeersregelaar te molesteren die, ook al heb ik een ontheffing, me er met mijn auto niet door wil laten om een catering weg te brengen. Ik heb ook geen enkele moeite als de binnenstad vanwege een hardloop wedstrijd wordt afgesloten. Ik heb zelfs een oplossing gevonden voor het irritante uurtje op vrijdagmiddag als een of andere bezeten beiaardier met alle klokken van het carillon van het stadhuis meent te moeten variëren op preludes van Bach. Dat uurtje speelt mijn vrouw tegenwoordig op mijn klokkenspel. Jullie merken wel, mijn tweede naam is tolerantie.
Maar waarvoor ik de steun van Groene Ster Duurzaam hoop te krijgen, is het volgende. Sinds een jaar of 12 zijn alle coffeeshops gevestigd in de binnenstad. Nu heb ik beslist geen hekel aan coffeeshops, in tegendeel. Met een blowtje schrijf je zo’n stukje als dit een stuk relaxeter dan zonder. Een glas wijn helpt ook wel, maar dan tik ik zo vaak naast de toetsen die ik bedoel te raken. Maar alle coffeeshops in de binnenstad is natuurlijk een slechte zaak. Zeker voor de flora en fauna in de binnenstad. Veel klanten voor die coffeeshops komen van buiten de stad. En bijna allemaal komen ze met een auto. Nu heb ik een onderzoekje gedaan bij de cliënten van de coffeeshop bij mij in de straat. Het populairste automerk van de coffeeshopbezoekers is een VW, Golf of Polo. Maar wel eentje met een dieselmotor. Ongeveer 10% van deze bezoekers woont in 1 van de buitenwijken van de stad. De rest, 90% dus woont, ruim genomen, in de omgeving van Dokkum of de Westereen. Die mensen, heb ik onderzocht, vinden het vervelend dat er geen parkeerruimte voor hen is in onze straat en dat ze dan na de straat ingereden te zijn er achteruit weer uit moeten scheuren waar bij allerlei lantaarnpalen, bloembakken en geparkeerde fietsen in de weg staan. Ook vinden de kortstondige gasten van deze coffeeshop het vervelen dat ze af en toe op hun parkeergedrag worden aangesproken door een buurbewoonster omdat ze de motor laten draaien of de bassen van de geluidsinstallatie extra hard aan zetten. Vervelend allemaal dus voor hen. Maar ook voor de katten, kinderen en aangeschoten studentes in de straat. Bovendien laat de buurman ieder jaar zijn pand schilderen omdat er zoveel aanslag van de langs scheurende dieselautootjes op de kozijnen komt.
Het is dus veel beter om een coffeeshop te situeren aan de rand van de stad. Bij een benzinestation bijvoorbeeld. Of op een van de parkeerterreinen van de Groene Ster. Maar ik heb begrepen van een insider dat dat niet mogelijk is. Het besluit dat jaren geleden door het toenmalige college van B en W is genomen valt niet terug te draaien. Tenzij, en daar hoop ik dus op, als de Stichting Groene Ster Duurzaam mij wil helpen een juridische procedure te starten. Zij hebben de ervaring en ik de wil om het voor iedereen plezieriger te maken.
page01-image02-marijuana-leaves

oesters rapen

IMG_0084

Vanochtend wilde ik na het lezen van de krant weer een keertje emigreren. Voor dit soort momenten heb ik altijd een koffertje klaar staan. Gelukkig wordt ik door de familie tegen gehouden, want ik wil helemaal niet emigreren. En de familie gaat sowieso dan niet met me mee. Maar vanochtend was het weer eens zover toen ik het stukje over de Japanse oester in de Waddenzee las. Regels zijn regels. Er moet kunnen worden gehandhaafd. Woorden van een ambtenaar van het ministerie van LNV. Kijk en dan krijg ik de kriebels en wil ik vluchten. Want dat is dat emigreren van mij natuurlijk. Bij zulke woorden krijg ik visioenen van een politiestaat met mensen in uniform en hoge petten op. Ik had bij wijze van spreken mijn emigratiekoffertje al weer in de hand.
Nu weet ik wel dat hoge petten met grote kleppen een beetje uit zijn bij de Nederlandse ambtenaren, maar toch maak ik me vaak een voorstelling van hoe een man, die deze woorden in de mond durft te nemen zal zijn. Ik stel mij dan zo voor iemand die de Waddenzee alleen van de aardrijkskunde les op de basisschool kent, nog nooit een oester heeft willen proeven, laat staan eten en ’s ochtends op zijn e-bike met een tas en broodtrommeltje naar het ministerie rijdt. Zijn vrouw heeft thuis de broek aan en zijn trommeltje gevuld met volkoren boterhammen met kaas en jam.
Misschien heb ik het helemaal mis, maar alleen iemand die thuis niets te zeggen heeft wil zich op zijn werk graag laten gelden, weet ik uit ervaring.
Maar hij heeft nu 12 vissers van oesters geselecteerd die de oesters op de Waddenzee mogen rapen. Ieder ander moet er afblijven, nou ja ze mogen 10 kilo, inclusief schelp, meenemen per jaar. Dat zijn ongeveer 60 oesters. Voor een liefhebber is dat niet natuurlijk. Zelf eet ik rustig 24 stuks voor de lunch. Maar dat is weer een ander verhaal.
De Waddenoester is van oorsprong een Japanse oester die via Portugal en Zeeland in de Waddenzee terecht gekomen is. En waar alle exoten in de Vaderlandse flora en fauna met vuur en zwaar bestreden worden, is heeft deze ambtenaar tussen de boterham met jam en die met kaas beslist dat er niet door iedereen zomaar oesters geraapt mogen worden.
Eén van de eigenschappen van de Waddenoester is dat hij zich ongeveer 4 keer zo snel vermenigvuldigd als een platte Zeeuwse oester. Dus als het een beetje uit de hand loopt zoals bijvoorbeeld bij de Japanse duizendknoop, dan kunnen rederij Doeksen en Wagenborg hun schepen wel in de verkoop doen en een aantal touringcars kopen. De Waddenzee is dan voor het grootste gedeelte een oesterbank geworden, waarvan sommige stukken misschien wel geasfalteerd kunnen worden.
Met ander woorden, beste ambtenaren van het LNV, ga een keertje met Flang het wad op en slobber daar een aantal oesters leeg. En laat hem en alle anderen die oesters willen rapen hun gang gaan, want ik wil niet met de bus naar Terschelling. En alsjeblieft, hou op met onzinnige regels en handhaven, want ik wil helemaal niet emigreren.

oesters rapen

IMG_0084

Vanochtend wilde ik na het lezen van de krant weer een keertje emigreren. Voor dit soort momenten heb ik altijd een koffertje klaar staan. Gelukkig wordt ik door de familie tegen gehouden, want ik wil helemaal niet emigreren. En de familie gaat sowieso dan niet met me mee. Maar vanochtend was het weer eens zover toen ik het stukje over de Japanse oester in de Waddenzee las. Regels zijn regels. Er moet kunnen worden gehandhaafd. Woorden van een ambtenaar van het ministerie van LNV. Kijk en dan krijg ik de kriebels en wil ik vluchten. Want dat is dat emigreren van mij natuurlijk. Bij zulke woorden krijg ik visioenen van een politiestaat met mensen in uniform en hoge petten op. Ik had bij wijze van spreken mijn emigratiekoffertje al weer in de hand.
Nu weet ik wel dat hoge petten met grote kleppen een beetje uit zijn bij de Nederlandse ambtenaren, maar toch maak ik me vaak een voorstelling van hoe een man, die deze woorden in de mond durft te nemen zal zijn. Ik stel mij dan zo voor iemand die de Waddenzee alleen van de aardrijkskunde les op de basisschool kent, nog nooit een oester heeft willen proeven, laat staan eten en ’s ochtends op zijn e-bike met een tas en broodtrommeltje naar het ministerie rijdt. Zijn vrouw heeft thuis de broek aan en zijn trommeltje gevuld met volkoren boterhammen met kaas en jam.
Misschien heb ik het helemaal mis, maar alleen iemand die thuis niets te zeggen heeft wil zich op zijn werk graag laten gelden, weet ik uit ervaring.
Maar hij heeft nu 12 vissers van oesters geselecteerd die de oesters op de Waddenzee mogen rapen. Ieder ander moet er afblijven, nou ja ze mogen 10 kilo, inclusief schelp, meenemen per jaar. Dat zijn ongeveer 60 oesters. Voor een liefhebber is dat niet natuurlijk. Zelf eet ik rustig 24 stuks voor de lunch. Maar dat is weer een ander verhaal.
De Waddenoester is van oorsprong een Japanse oester die via Portugal en Zeeland in de Waddenzee terecht gekomen is. En waar alle exoten in de Vaderlandse flora en fauna met vuur en zwaar bestreden worden, is heeft deze ambtenaar tussen de boterham met jam en die met kaas beslist dat er niet door iedereen zomaar oesters geraapt mogen worden.
Eén van de eigenschappen van de Waddenoester is dat hij zich ongeveer 4 keer zo snel vermenigvuldigd als een platte Zeeuwse oester. Dus als het een beetje uit de hand loopt zoals bijvoorbeeld bij de Japanse duizendknoop, dan kunnen rederij Doeksen en Wagenborg hun schepen wel in de verkoop doen en een aantal touringcars kopen. De Waddenzee is dan voor het grootste gedeelte een oesterbank geworden, waarvan sommige stukken misschien wel geasfalteerd kunnen worden.
Met ander woorden, beste ambtenaren van het LNV, ga een keertje met Flang het wad op en slobber daar een aantal oesters leeg. En laat hem en alle anderen die oesters willen rapen hun gang gaan, want ik wil niet met de bus naar Terschelling. En alsjeblieft, hou op met onzinnige regels en handhaven, want ik wil helemaal niet emigreren.

KIP, EI EN EEN VARKEN

article-2290760-0E8AF14D00000578-621_468x372_popup
Eigenlijk zou er volgende week een stille tocht gehouden moeten worden. Net als er voor doodgeschopte honden, verdronken paarden en vaak ook voor mensen die hetzelfde is overkomen een stille tocht wordt gehouden, zou ik graag zien dat er een stille tocht komt voor de verbrande legkippen in Niawier. Natuurlijk moeten er niet te veel mensen meelopen want dan is Niawier te klein. Dan zijn de eersten al terug voordat ze achteraan in de optocht al een stap gedaan hebben. Nee een klein tochtje. Bijvoorbeeld voor iedere 500 kippen 1 persoon. Dan heb je een voor Niawier behapbare stille tocht. Onze commissaris Arno Brok samen met Marianne Thieme van de PvdD gearmd voorop. Daarachter de gedupeerde kippenboeren en daarna de rest.
Maar het zal er wel niet van komen. In het nieuws ging het vooral over de gedupeerde kippenboeren, die vertelden dat ze goed verzekerd waren en zeker de boel weer gingen opbouwen. En de 42 duizend kippen waren wel vervangbaar. ’t Is klote, maar het leven gaat door. Behalve voor de kippen dan. Die hadden nog wel anderhalf jaar gezellig met zijn allen in een hok kunnen zitten en iedere dag een eitje leggen. Natuurlijk hadden ze daarna een carrièreswitch moeten maken en waren ze soepkip geworden waardoor hun leven waarschijnlijk ook vrij snel eindig geweest zou zijn, maar toch.
Mocht de stille tocht voor de legkippen van Niawier er nog komen, dan loop ik zeker mee. En als ik dan tussen de mensen loop met een brandend waxinelichtje in mijn hand, dan denk ik misschien wel dat het wel eens te veel zou kunnen zijn, 21 duizend dieren in een hok. Misschien moet het wat kleiner allemaal. Net als bij de buurman van mijn ouders vroeger. Die had een stuk of 10 kippen en een haan die op ze paste. Daar was nooit brand. En een eindje buiten het dorp waar ik opgroeide had een boer 20 varkens lopen, daar was ook nooit brand. Net als bij de geitenboer, 15 geiten in een weilandje en van Q-koorts had hij nog nooit gehoord. Misschien worden de dierendrama’s van tegenwoordig veroorzaakt door te veel dieren in een te kleine ruimte.
De oplossing is er weer een feestje van te maken. Dat je uitkijkt naar je wekelijks gekookt eitje op zondagochtend en dat je met zijn vieren smult van zo’n mooie dikke varkenskarbonade van een varken dat wat langer en gelukkiger mocht leven dan de biggen die na hun geboorte continu in een stal opgesloten zijn geweest na 8 maanden naar het slachthuis gaan.
En omdat feestjes meestal niet goedkoop zijn moeten we wel in de buidel tasten. De leveranciers die ons feestje mogelijk maken, moeten ook verdienen. Maar dat dat maag de feestvreugde niet drukken.

boerka’s en peniskokers

peniskoker

Sinds ik heb rondgereisd in Nieuw Guinea, heb ik iets met klederdrachten. En daarom ben ik vandaag uit de bus gezet. Of eigenlijk kreeg ik op straffe van politie inschakeling, geen toestemming om de bus in te gaan.  Af en toe hul ik mij  in de klederdracht van 1 van de primitieve stammen die je in Nieuw Guinea nog nog vindt. Dan trek ik een gedroogde open gesperde haaienkop over mijn hoofd en doe ik een originele peniskoker aan. Niks mis mee toch? In Papoea Nieuw Guinea lopen zat mannen zo rond. Die gaan dan wel niet zo gekleed met de bus, maar dat is alleen maar omdat daar geen bussen zijn.

Toen ik de bus achterna keek, hoorde ik een sirene van een politieauto. De buschauffeur had ze klaarblijkelijk ingeseind. Ik werd gesommeerd de haaienkop af te doen en er werd een dekentje om me heen geslagen. dit is schennis van de openbare eerbaarheid, vertelden de agenten.

Op het bureau probeerde ik het uit te leggen. Ik vertelde over mijn fascinatie voor klederdrachten uit Nieuw Guinea. Dat daar heel veel mannen zo de bus zouden nemen, tenminste als er dan een bus was geweest. Mijnheer, u loopt in uw blootje met een griezelig haaienmasker op. Ik zei dat het geen masker was, maar de kop van een echte haai die gedroogd was. Bovendien is een peniskoker in Nieuw Guinea ongeveer hetzelfde als een lichtblauw maatkostuum met een stropdas bij ons, vertelde ik.

Nadat er een proces-verbaal was gemaakt, brachten de agenten me weer naar huis. De haaienkop en de peniskoker werden in beslag genomen.  Vertel me nog even, vroeg ik van de achterbank van de politieauto, ik zag toen ik de bus in wilde stappen zo’n mevrouw met een boerka in de bus zitten. Dat is een klederdracht uit het Midden- Oosten. En ik weet dat zulke gewaden die het hele gezicht bedekken sinds een paar dagen verboden zijn. Mijnheer, gezichtsbedekkende gewaden zijn inderdaad verboden. Maar omdat er maar zo weinig vrouwen in ons land dat dragen, wordt er niet op gehandhaafd. En ik ben de enige man die de bus neemt met een haaienkop en een peniskoker aan in Nederland. Bovendien was mijn gezicht wel te zien tussen de tanden van die haaienkop. Waarom handhaven jullie hier dan wel op? De agenten zwegen, want we stonden voor de deur van mijn huis. Ik werd uit de auto gezet. Het dekentje wilden ze terug.

 

 

 

Ik moest even kotsen

Vanochtend moest ik even kotsen. Daar heb ik op zondagochtend eigenlijk nooit last van. Ook niet als de zaterdagavond laat en uiterst nat is geweest. Maar vanochtend had ik sterk het gevoel dat de espressootjes en het croissantje waarmee ik de dag begonnen was weer op de terugweg waren. Dat kwam door de bijlage van de Volkskrant img_6712van gisteren.
Een van mijn favoriete bezigheden is op zondagochtend uitgebreid de zaterdagkranten en uiteraard de bijlagen lezen. De PS van het parool, Sneon en Snein van de LC en het Volkskrantmagazine. En bij die laatste ging het mis vanochtend. Het was een reisbijlage. En daardoor weet ik nu dat Volkskrantlezers als ze op vakantie gaan een omweg nemen. Dat is beter voor je brein, stelde psycholoog Ap Dijksterhuis. En om die omwegen goed te bereizen stond er een lijst in van tips, slimme websites, originele reisaanbieders en alternatieve bloggers, zodat je niet op de toeristische plekken komt waar het klootjesvolk heen gaat. Want zeg nou zelf, als je naar een sneeuwluipaard opzoek gaat in Kirgizié dan wil je toch niet Piet en Mien uit Purmerend tegenkomen. Als je de kinderen in Indonesië wilt leren dat wanneer je oog in oog met een komovodoraan staat, dat je dan iets heel ouds ziet, dan zit je niet op kinderen uit de buurt te wachten die zeggen dat ze zoiets al eens zo’n beest in Aquazoo in Leeuwarden gezien hebben. En als je in een hutje bij een Indianenfamilie in Zuid Amerika gaar logeren moet er eigenlijk geen plantsoenenmedewerker uit Assen mee aan tafel zitten. Ook voor mensen die leerplichtige kinderen mee willen nemen op wereldreis staan er tips in deze bijlage. Laat je kind uitschrijven uit je gezin, bijvoorbeeld. Dan kun je de leerplichtwet omzeilen. Nuttige tips dus als je vakantie niet wilt doorbrengen in een huisje op de Veluwe, niet 14 dagen een caravan gaat huren in Limburg of met een tentje naar de Ardennen gaat.
Maar ik moest er een beetje van kotsen. Een linkse krant met een elitaire bijlage voor elitaire linkse mensen. Maar die kunnen er ook niets aandoen. Ze hebben het niet eens door waarschijnlijk omdat ze de rest van de week zo milieubewust en duurzaam leven, biologisch eten en een linkse krant lezen.

STICHTING AAP HAD TOCH OOK GEKUND

Stadhuis_Leeuwarden_001

huren of zo.

Stichting AAP, zwerfhonden uit Roemenië en de opvang van overbodig geworden circusdieren bij Fileda in Nijerberkoop, ze verdienen allemaal onze steun vind ik. Daar mogen best wat euro’tjes heen. Net als naar projecten in Afrika waardoor kinderen naar school kunnen en een kans op een beter toekomst krijgen. Giro 555 waar je geld kunt storten bij grote natuurrampen moet zeker gesteund worden. En dichter bij huis zou ik willen dat zeehondenopvangen, bejaarde koeientehuizen en rusthuizen voor pensioen gerechtigde manegepaarden en pony’s met enige regelmaat een financiële injectie krijgen. En dan heb ik het nog niet over de laatste zelfslachtende slagers die failliet gegaan zijn omdat er steeds meer vegetariërs komen. Bovendien moet buitendijks ook nog het Wad beschermt worden en zo’n beschermende Waddenvereniging kan best wat centjes gebruiken. Daarom beste bestuurders van het Sint Anthonie Gasthuis jullie hadden je geld best wel ergens goed kunnen besteden. En waar voor hebben jullie gekozen? De Stadsbeiaardier.

Ieder vrijdag bespeelt deze door het Gasthuis gefinancierde musicus een uur lang de klokken van het Leeuwarder Stadhuis. Nu was dit aanvankelijk bedoeld om de Culturele Hoofdstad luister bij te zetten. Maar vorige week stond in de krant dat de beiaardier ook in 2019 iedere vrijdag een uur op de klokken gaat pingelen. Toen ik het las dacht ik, ze hadden toch wel iets anders kunnen bedenken, een zigeunerorkestje of wat blowende jongeren met een hangdrum op de trappen van het stadhuis. Maar nee, beste Gasthuisbestuurders, jullie wilden de beiaardier terug. Ik snap het ook wel. Jullie zitten op vrijdag middag lekker in de bestuurskamer en uit de verte klinken zachte carillongeluiden door de dichte ramen. Variaties op preludes van Bach, Johann Sebastiaan, schatten jullie zo in met een glaasje port in de hand.
Zelf meen ik meer Wagner te herkennen in het klokgeluid. Maar ook ik hoor dat natuurlijk door potdichte ramen, dus ik weet het niet zeker. Ik heb het daarvoor ook te druk als de beiaardier aan het spelen is. Eerst moet ik een rondje huis doen om alle deuren en ramen dicht te trekken, ouwe kranten in kieren en scheuren te stoppen en het kattenluik op slot te doen. Een van mijn lievelingskatten is hem namelijk al gepeerd na het eerste half uurtje door jullie gesponsorde carillionpreludes. En als ik dat dan gedaan heb moet ik mijn vrouw vastbinden. Meestal aan haar bureaustoel, maar soms ook wel eens aan ons 600 kilo zware AGAfornuis. De laatste tijd raakt ze van het carilliongeklingel regelmatig buitenzinnen en wil ze daar een eind aan maken. Niets kan haar stoppen om zo’n klokkenprelude te stoppen. Zelf niet als ik zeg dat al haar oplossingen zoals een bom op, in of onder het stadhuis op praktische bezwaren stuiten. Ze heeft ook al op het Darkweb geneusd hoeveel euro’s er met de aanschaf van een granaatwerper gemoeid zijn.
Maar goed, voor een fijne Culturele Hoofdstad had ik al deze kleine ongemakken nog wel over. Maar ik weet niet of ik dit nog een jaar red. Het zware fornuis heeft ze al een eindje van haar plek getrokken toen ik mijn vrouw daar de laatste keer aan vastgemaakt had. En nu gaat onze burgervader ons ook nog verlaten omdat hij gek werd van dat getingel. Daar heb ik dus ook geen steun meer aan. En hij regelde het nog vaak op vrijdag in Den Haag te zijn. Ik denk ook dat de raadsleden en de vertrouwenscommissie moeten vragen om een slechthorende tot dove nieuwe burgemeester.
En alsjeblieft beste Sint Anthoniebestuurders, sponsor 1n 2020 alsjeblieft zielige zeehondjes of vergeten pony’s. En uit ervaring weet ik dat zo’n zigeunerorkestje op de trappen van het stadhuis het ook heel goed doet.
.

Niet Klagen Maar Dragen

Lieve mensen, als jullie na het eten van bepaalde voedingsmiddelen jeuk, uitslag, galbulten, ophoping van vocht in lippen, mond of oogleden, een prikkelend gevoel in de mond, misselijkheid, buikpijn, diarree of juist verstoppingen krijgen, jullie bloeddruk daalt, duizelig worden, flauwvallen of een anafylactische shock krijgen, hoofdpijn, gedragsklachten, vermoeidheid of concentratieproblemen ondervinden, dan is de kans groot dat jullie een voedselallergie hebben. Dat is heel vervelend. Dan moet je bepaalde dingen laten staan. Je voedingspatroon aanpassen en een diëtiste in de arm nemen. Er valt mee te leven, maar ik geef het toe, wel op bepaalde voorwaarden. En dat is natuurlijk knap stom als je met vrienden uit eten bent en die bijvoorbeeld lekker aan de oesters en garnalen zitten terwijl jij dan je moet behelpen met een chipolataworstje, je weet wel, zo’n nietszeggend en naar niets smakend velletje met onbestemde inhoud. Maar je waagt je niet aan schaal en schelpdieren omdat je weet dat je er ziek van wordt want dat is na die eerste keer ook vastgesteld door de huisarts.

Thuis is leven met een allergie onhandig, misschien zelfs knap lastig, maar als je een keer in een restaurant wilt eten, ronduit beroerd. Dat weet ik als kok. Ik weet ook dat er steeds meer mensen en dan vooral, sorry dames, vrouwen met een of meerdere allergieën te maken krijgen.

Lieve mensen, ik zal jullie uitleggen hoe dat komt. Het is allemaal begonnen een jaar of 10 geleden met de glutenintolerantie. Daar kun je verschrikkelijk ziek van worden. Maar nadat een of andere kuttekop in de Libelle, Margriet of een ander blad had geschreven dat je door geen gluten te eten slank wordt, was het hek van de dam. Duizenden vrouwen en meisjes met een te dikke reet hadden ineens als ze uit eten gingen een glutenallergie. Daarna is er een tsunami van allergieën ontstaan. Mensen die ooit een keertje dun gepoept hebben omdat ze in een slechte tent een verkeerde mossel gegeten hebben, zijn voor de rest van hun leven allergisch voor mosselen. Vrouwen bij wie na het eten van een stuk kiloknallervarkensvlees een pukkel op de wang verschijnt zijn tot hun dood allergisch voor varkensvlees. Dan zijn er ook nog mensen die dingen als kreeften, kikkers en varkensstaartjes griezelig vinden en dus niet durven eten en vervolgens daar een allergie voor ontwikkeld hebben als ze in een restaurant eten. Niet te vergeten ook degenen die geen pastinaken, schorseneren, bloemkool, spruitjes, spinazie, alle soorten vis, kalfslever, linzen en kruidkoek lusten en daar nu allergisch voor zijn. En dat is allemaal begonnen met die trut die in de Libelle schreef dat je door geen gluten te eten, slank wordt. Maar gelukkig, en dat maakt het leven van deze mensen met een fake-allergie toch wel een stukje aangenamer, hebben ze bijna nooit een allergie gekregen voor chips, hamburgers van McDonalds, kipnuggets van de KFC, cola, kant-en-klare spaghettisaus, bouillonblokjes, frikandellen, fristi, stukjes smeltkaas van vache qui rit, vlammetjes, voorgedraaide gehaktballen, lapjes vlees met gekleurd paneermeel en kipfilet van een twee maanden oud kuiken. Maar lieve mensen, wie echt een allergie heeft zal ook deze dingen niet eten.

En ik? Nou ja, ik heb een klein allergietje. Het stelt eigenlijk niet zoveel voor maar ik wil het toch wel even kwijt in dit stukje. Ik ben allergisch voor bier. En die allergie speelt meestal aan het einde van de middag of het begin van de avond op. Als ik veel bier drink, dan krijg ik last van mijn blaas. Die zit dan continu vol. Dus moet ik telkens pissen. En naarmate de avond vordert en ik meer bier drink, moet ik steeds vaker pissen. Aan het eind van de avond soms al na ieder glas. En het ergste is dat ook het lopen steeds moeilijker wordt. Daarbij ga ik er ook nog onsamenhangend van praten. Dat zeggen ze dan de volgende dag. Maar goed, mijn vader zei vroeger al, Klaas, niet klagen maar dragen. En gelukkig heb ik niet iedere dag last van deze allergie.

Ik heb nog wel een euro

Stadhuis_Leeuwarden_001

Er moet gehandhaafd worden in deze stad, vertelde onze burgervader en sloot weer een drugspand omdat de bewoner een minieme voorraad van een halve gram drugs in bezit had. Er komen zo wel veel daklozen, zei ik. Man ik ben nu al iedere dag bijna een tientje kwijt aan mensen die euro’s vragen om in de daklozenopvang te kunnen slapen. Als je nog meer mensen die af en toe een pilletje of een blowtje op straat zet, kan ik straks mijn hypotheek niet meer betalen en moet ik ook naar de daklozenopvang. Misschien kun je beter advies geven om een kastje aan de muur te bevestigen of een hokje op de stoep waar ze hun voorraadje drugs kunnen bewaren. Dan hoeven zij hun huis niet uit, ben ik niet zoveel geld kwijt als ik op straat loop en hoef jij niet altijd in touw te komen om voordeuren dicht te timmeren. Ook op de stoep mag het niet, dan gaat ook het pand dicht. Een stoep is onderdeel van het pand of van de gemeente. Deze burgemeester is een man uit 1 stuk, bleek wel door dit gesprek. Een paar dagen later zag ik veel mensen met dozen het prachtige oude stadhuis uit komen. Wat is er aan de hand vroeg ik aan een van de bodes die ook aan het sjouwen was en waar ik in de kroeg wel eens een biertje mee had gedronken. Ja de burgemeester heeft het pand gesloten. Ik geloofde mijn oren niet. Het stadhuis dicht? Waarom? Drugs, zei mijn kroegkennis. Al meer dan een half jaar zitten er iedere middag blowende minderjarigen op het bordes van het stadhuis. Wij zien dat niet, want we komen niet achter onze balie vandaan. Maar de burgemeester heeft het gisteren vanuit het raam van de burgemeesterskamer gezien en nu wordt ook dit pand dicht getimmerd. Maar die kinderen zijn toch geen bewoners, zei ik. Nee maar de gebruiker van het pand, en dat is in dit geval de gemeente, is verantwoordelijk en daarom gaat het stadhuis op last van de gemeente enkele maanden dicht. Het is wel een man uit één stuk, vond ik. Als ik hem zwervend op straat tegen kom, krijgt hij ook een euro van me. Om een vergaderruimte te huren of zo.

 

Dankbaarheid en schapenkeutels

Ik heb een onaangenaam trekje in mijn karakter. Nu niet meteen reageren van je hebt er veel meer, dat weet ik zelf ook wel. Maar wat ik niet leuk van mezelf vind is dat ik veel vage kennissen en soms ook vage vrienden op straat voor bij loop zonder ze te groeten. Soms reageer ik wel, maar pas nadat ze mij gegroet hebben. En vaak weet ik niet wie de persoon in kwestie is.
Ik ben slecht in het herkennen van mensen en soms vinden mensen je dan onaangenaam of arrogant. Maar ik mezelf dus ook. Vorige week had ik nog een bloedhekel aan mezelf, toen onze burgemeester over het Herenwaltje liep, terwijl ik buiten de illegale geveltuintjes water gaf. Ik had hem zo graag de hand geschud om te groeten, maar hij was al tientallen meters verder voordat ik er erg in had dat het onze burgervader was. Nu had ik er achteraan kunnen rennen, maar daar heeft zo’n man natuurlijk geen enkele behoeft aan; mensen die hem achterna rennen. Maar ik had hem graag willen bedanken dat hij zo goed voor onze stad en haar inwoners zorgt.
Wanneer iedereen, de pers incluis, zeurt dat het bezoek van de reuzen een paar ton duurder uitvalt dan begroot was, stelt hij ons gerust dat hij er wel rekening mee had gehouden en dat dat geld er heus wel is. Dat wij daar beslist niet over in hoeven te zitten. Wat ik ook fijn vind is dat wanneer de raad vergadert over ernstige tekorten in het gemeentelijk huishoudboekje, onze burgervader er voor zorgt dat ze dat in het geheim doen. Besloten vergadering dus. Waar niemand iets van naar buiten mag brengen. Want het is niet de bedoeling dat wij Liwwadders daar ongerust over worden.
Nu weet ik dat er ook Liwwadders zijn die vinden dat dat niet mag, zo’n besloten vergadering. Maar ik vind het juist fijn. Ik ben ook altijd vol bewondering als ik lees dat er enorm door de gemeente op jeugdzorg bespaart wordt en dat ik dan zie dat onze burgemeester er voor gezorgd heeft dat ontspoorde jongeren nu een leuke en veilige hangplek hebben op het bordes van het stad huis. Daar kunnen ze in alle rust drinken en blowen, zonder dat ze lastig gevallen worden. Zeg nou zelf, in welke stad vind je een burgemeester die blowende kinderen figuurlijk omarmt bij hem op de stoep.
Vanmiddag dacht ik ook nog met warme gevoelens aan onze eerste burger toen er een stuk of veertig schapen voor het stadhuis liepen. Toen ik het zag, wist ik dat ik over al die schapenkeutels op het plein niet in hoefde te zitten. Ik wist eigenlijk wel zeker dat als de schapen weer weg waren de burgemeester vast met een bezem en een vuilniszak alle drollen op ging vegen.

En daarom vind ik het zo rot als ik hem dan te laat herken als hij langsloopt. Wat moet hij wel niet van me denken.