IK ZAL HET EVEN UITLEGGEN

mcl

Ik had het nog zo gezegd tegen mijn collega’s van de Raad van Commissarissen van het MCL en nog wat regionale zorginstellingen; probeer te voorkomen dat dit naar de pers gelekt wordt. Daar krijgen we alleen maar gedonder mee. Maar toch is er een lokale journalist achter gekomen dat we onze vergoedingen hebben verdubbeld afgelopen jaar.  En uiteraard hebben we nu gezeik. Maar ik zal proberen hier de boel weer een beetje glad te strijken.

Voor het Corona tijdperk was er nauwelijks aandacht voor mensen in de zorg. Nou ja af en toe een protestje hier en een manifestatietje daar, maar wij als commissarissen en toezichthouders hadden besloten die te negeren. Als je als RvC iets doodzwijgt, verdwijnt het meestal vanzelf. Bovendien zijn mensen in de noordelijke 3 provincies loyaal aan hun werk en werkgevers. Daarom had ik ook geregeld dat de accountant onze dubbele vergoeding een beetje had verstopt tussen de andere vaste kosten. Dat is niet zo erg, zeker als niemand er erg in heeft.

Maar toen kwam die verdomde Corona crisis. Ineens stonden de mensen in de zorg in de schijnwerpers. Met gevaar voor eigen leven verzorgden zij de Coronaslachtoffers. En meteen begon ook de het volk te blèren dat die mensen toch wel meer geld verdienden voor hun eindeloze inspanningen. Geld dat eigenlijk wel voor ons als toezichthouders bestemd was. Laten we een avondje voor ze applaudisseren, heb ik nog voor gesteld. Nou ja, dat hielp 1 week en toen begon het gezeur om meer geld voor de zorg opnieuw.

En toen heb ik maar toegegeven. Ik kon niet anders mensen. Het water stond me tot de lippen. Ik heb lopen soebatten in Den Haag tot Hugo eindelijk met een eenmalige bonus van 1000 euro voor iedere zorgverlener kwam. Dat was een fijn moment. Mijn collega toezichthouders hebben me meteen gefeliciteerd. Dat ik het voor elkaar gekregen had iedereen tevreden te houden. De mensen in de zorg die van de minister geld kregen en dat er nog genoeg geld was om onze vergoeding voor een paar uurtjes werk per maand toch te kunnen verdubbelen naar 238.000 eurootjes. Kan mijn vrouw in ieder geval weer een paar nieuwe schoenen kopen zonder dat mijn creditkaart geplunderd wordt.

Jullie zien dus mensen, wij als Raad van Commissarissen zorgen er gewoon voor dat er op ieder vlak in de zorg genoeg geld is. Ik hoop jullie hiermee van onze goede bedoelingen te hebben overtuigd en niet meteen alles te geloven wat zo’n azijnpisser van de krant opschrijft. ,et vriendelijke groet, Marcel W.

VLUCHTEN

boland_pet_generaal_unisex_zwart_one_size_252614-1

De kans dat dit mijn laatste bijdrage is, is redelijk aanwezig. Niet dat ik ontslagen wordt bij dit fantastische blad, ook niet omdat ik tegen mijn zin gekort wordt op mijn riante vergoeding voor deze stukjes en zeker niet omdat ik na een klein kriebelhoestje als nog voor niets op de Intensive Care  van het MCL terecht kom en daarna de keus heb, of als een kasplantje verder te leven, of samen met een stuk of 4 engelen in de hemel wat smartlappen te zingen. Nee, niets van dat alles. Nee, ik ben bang dat ik door de stukjes in deze krant misschien wel onvrijwillig verdwijn na 1 juli.

Dan treed namelijk zo goed als zeker de Noodwet Corona in werking. Dan mag de overheid mensen volgen via hun mobieltje om zo te zien of je niet met teveel mensen op 1 plek bent geweest. De politie mag je huis binnenvallen als je een feestje hebt. Heb je dan buren die niet uitgenodigd zijn en dit melden bij de politie omdat ze een buurvrouw, die wel was uitgenodigd naar binnen hebben zien gaan, kan het zijn dat je voordeur wordt ingeramd omdat je met teveel mensen op de bank zit. Ook mogen BOA’s die nu met een wapenstok en pepperspray kunnen worden uitgerust mensen in elkaar slaan die de Coronaregels negeren of een mondkapje dragen dat eigenlijk voor mensen in de zorg bestemd was. Het gewone volk zoals jij en ik moeten niet werkende mondkapjes dragen. Zelf heb ik trouwens via mijn kapper een werkend, dus illegaal mondkapje kunnen kopen, stiekem verpakt in een doosje met haargroeimiddel.

 Zo’n Noodwet had je vroeger ook in het Argentinië van de generaals in de jaren ’70. Het zou me dan ook niet verbazen als de nieuwe drones die op het vliegveld van Liwwadden gestationeerd worden, gebruikt worden om militante tegenstanders van het regime Rutte en De Jonge boven de Noordzee te droppen. En, omdat de meeste Nederlanders goed kunnen zwemmen, het liefst boven een windmolenpark in zee, zodat de lichamen worden vermalen door de molenwieken. Dat die wet er komt is wel bijna zeker want ze zijn al bezig om rookgordijnen aan te leggen. Je laat een politieman een knie in iemands nek zetten en overal ter wereld wordt daar tegen geprotesteerd. De bevolking let even niet op omdat ze het te druk hebben met protesteren en de politici drukken hun wetjes er door die er voor zorgen dat wij in toom gehouden kunnen worden.

 Af en toe wordt door het regime een maatregeltje iets versoepeld zodat het volk denkt wat fijn, we mogen dan wel niet met zijn allen naar binnen in het café maar we kunnen nu wel in de regen op het terras zitten. Hoera, joechei! Zelfs de horecaondernemers zijn blij omdat ze hun faillissement met een paar weken hebben kunnen uitstellen.

Ook heeft het regime besloten, om de bevolking dom te houden, dat de colleges op de universiteiten ook na de zomer alleen online te volgen zijn voor de studenten. En iedereen weet hoe zo iets gaat. Na een avondje bieren komen de dames en heren ladderzat thuis uit de sociëteit op het moment dat de colleges te zien zijn op hun laptopje. Geeft niet, ze kunnen het zo terughalen als ze ‘s middags weer uit hun alcoholcoma ontwaakt zijn. Een enkeling zal dan met zijn broek op de enkels en een laptop op schoot op de wc een poging doen om het juiste college op hun schermpje te krijgen, maar voor het merendeel is het al weer bijna tijd om het eerste biertje te tappen en vergeten de lessen helemaal.

Waarschijnlijk wordt, als de Noodwet Corona in werking is getreden ook deze krant, met toch wel regelmatig stevige kritiek op de overheid, verboden. Medewerkers en journalisten worden eerst gewaterboard in het watertje rondom Us Heit op het Hofplein en daarna samengebonden door meelopers van het regime zoals Sybrand Buma  en door een drone opgepikt om vanaf 100 meter hoogte in zee te worden gesmeten.

Ik zal proberen er aan te ontkomen als het zover is. Misschien vlucht ik naar een veiliger land als Syrië of zo. Om vandaar het kritische geluid op het regime Rutte uit te dragen. Beste Liwwadders, houdt moed! 

 

CLAIRVOYANT

article-2290760-0E8AF14D00000578-621_468x372_popupZou ik soms helderziende zijn, vroeg ik mijn vrouw. Maar die antwoordde niet. Ze had het te druk met voedselpakketten samen te stellen voor hobbykoks die klaar waren met de recepten uit de Allerhande en boodschappen doen in de Aldi vanwege het besmettingsrisico te gevaarlijk vonden. Toen ik even later achter mijn bureautje zat en er nog even over nadacht, vond ik dat het best weleens zo zou kunnen zijn. Ik had deze crisis, waarin we nu zitten, immers al jaren geleden voorzien. Niet dat ik precies de dag wist wanneer we met zijn allen intelligent zouden worden opgesloten in een anderhalve meter economie, maar ik gedroeg me er al jaren naar. Mijn kapsel ziet er al jaren uit alsof ik in 8 weken niet naar de kapper geweest ben, ik drink al jarenlang glaasjes wijn op mijn eigen terrasje en niet bij een café en thuis is tussen mijn vrouw en mij anderhalve meter afstand houden bijna tot kunst verheven. Toen mijn oudste dochter een paar weken gelden in verband met de crisis ook weer thuis kwam wonen hadden we even een klein probleem omdat het logeerbed voor mij niet meer beschikbaar was. Het echtelijke bed is namelijk niet groot genoeg om er met zijn tweeën op gepaste afstand in te liggen. En mijn voorstel om dan maar een groter bed te kopen werd door mijn vrouw meteen afgeblazen omdat de voedselpakketten dat niet toelieten. Maar gelukkig was er uit een financieel royalere tijd nog een opblaasbed dat ik kon gebruiken, zodat in ons huis iedereen nu toch volgens de richtlijnen van de RIVM kan slapen.
Toch liet de gedachte dat ik mij al jaren gedraag als wat nu het nieuwe normaal is mij niet los. Misschien kan ik mensen met mijn gave helpen deze pandemie door te komen. Ik zag me al als een Amerikaanse televisiedominee een grote zaal vol juichende mensen hun toekomst vertellen en hoe daar mee om te gaan. Maar meteen wist ik ook dat dit uiteraard niet kon. Ten eerste zouden de mensen niet juichen, als ik hen zou vertellen hoe hun toekomstig leven er uitziet. Ten tweede heeft de minister-president zulke bijeenkomsten verboden en dan komt er ook nog eens bij dat er wel, net als bij de Amerikaanse televisiedominees, een gospelkoortje bij moet. En die zijn allemaal bezet omdat ze in tuinen van verpleeghuizen moeten optreden. Ik moest iets anders verzinnen.
Gelukkig kwam mijn vrouw met de oplossing. Ik mocht de culinaire helpdesk bemannen voor mensen die moeite hadden de recepten te lezen bij haar voedselpakketten en tijdens het koken daarvan de mist in gingen. Als je maar niet denkt dat ik een mondkapje voor doe, zei ik. Maar mijn vrouw vond dat ik me aanstelde omdat het telefonisch ging. Het was natuurlijk wel een uitgelezen kans om mijn gave als clairvoyant te gebruiken. Ik wist namelijk precies hoe die gerechten die mijn vrouw in de pakketten stopte er uit gingen zien. Helemaal verheugd zat ik daarna op de telefoontjes te wachten. Maar toen ik daarna om middernacht mijn luchtbed had opgeblazen om te gaan slapen, had er nog niemand gebeld. Die recepten zijn te goed, zei ik de volgende ochtend tegen mijn vrouw. Zo heb je helemaal niets aan een helpdesk. Maar die avond was het wel raak. Om 6 uur kreeg ik het eerste telefoontje. Een mevrouw had per ongeluk 2 keer zout op de vis gestrooid en hoe ze dat kon verhelpen. Nou dat wist ik. Een extra flesje Chablis opentrekken mevrouw en dan voor het slapen gaan een groot glas water. Want ik wist uiteraard dat ze anders de volgende dag een kater zou hebben. Je bent helderziende of niet. Daarna kwamen er nog wat onnozele vragen over ongekookte aardappeltjes, garnalenkoppen en of het kontje van een asperge op 1 of op 2 centimeter moest worden afgesneden. Het laatste telefoontje was van een mevrouw die me toevertrouwde dat ze dacht dat haar man vreemd ging. Ze baseerde dat op het feit dat hij het toetje uit ons pakket niet had afgewacht, maar na het hoofdgerecht de deur was uitgelopen. Zogenaamd voor een ommetje, zei ze. Mevrouw, zei ik, u hoeft zich geen zorgen te maken. Wij mannen zijn door de anderhalve meter regel flink gehandicapt. Ook bij het vreemdgaan. Ik weet zeker dat hij bij u terugkomt, al was het alleen maar voor het toetje.

 

brief aan de redactie van Liwwadders

Geachte reIMG_2561dactie
Ook deze keer heeft mij uw verzoek om een aantal regels voor dit fantastische blad te schrijven, mij bereikt. En natuurlijk zou ik daar, net als anders graag aan voldoen. Ware het niet, dat u geheel voorbij gaat aan het virus dat deze wereld in een diepe crisis heeft gestort. Daarom vind ik het eigenlijk niet gepast om, net als anders hier over zaken te schrijven die mij persoonlijk bezig houden.
Wat me ook weerhoud is het feit dat er nogal wat toiletpapier ie gehamsterd, waardoor er vast ook gezinnen zijn die deze krant in handen krijgen die hun laatste rolletje al verbruikt hebben en daarom deze krant misschien als zodanig zullen gebruiken. En om mijn zieleroerselen nu in een mij onbekende bilnaad laten te eindigen, lijkt me toch wel wat erg cru. Misschien is het een idee om in deze krant alleen de advertenties af te drukken en de plekken van de redactionele stukken en de columnisten blanco te houden zodat die dan voor toiletgebruik kunnen worden benut. Ook omdat deze krant zo populair is dat hij vaak al gelezen wordt voordat de inkt goed en wel is gedroogd en er kans is op met drukinkt besmeurde bilpartijen.
Natuurlijk begrijp ik uw standpunt dat het lezen van deze krant een ontsnapping biedt aan het ziekelijke gedrag dat het C virus heeft veroorzaakt. Namelijk de onontkoombare samenhorigheid. Alles moeten we nu samen doen. Mits er natuurlijk anderhalve meter tussen zit. Als ik door de uitgestorven stad loop, zie ik de spaarzame medewandelaars elkaar van afstand groeten en naar elkaar glimlachen, waarom in godsnaam. Dat deden ze 3 weken gelden toch ook niet. En overal van die verdomde teddyberen voor het raam, simultaan geklap voor mensen in de zorg en op de televisie zag ik zelfs mensen die zoveel geld hebben dat ze in Amsterdam kunnen wonen, samen zingen vanaf hun Franse balkonnetjes aan de gracht. Ik heb ook al gehoord dat er opgeroepen is, om op zaterdagavond om 9 uur, voor het open raam in de hele stad tegelijkertijd het Woanskip te zingen om die arme Cambuursupporters een hart onder de riem te steken omdat ze niet meer met zijn allen het stadion in mogen. Waar overigens niets te zien is, omdat er ook niet gevoetbald wordt. Zelf kreeg ik als amateur trompettist via Facebook het verzoek om op 4 mei, het duurt nog even maar degene houdt er al rekening mee dat we nog steeds in deze crisis zitten, om 2 minuten voor 8 met alle trompettisten van het land The Last Post te spelen voor de dodenherdenking. Hij had de bladmuziek zelfs mee gestuurd, zodat we kunnen oefenen. Nu weet ik dat er op de redactie van deze krant niet veel aandacht is voor muziek, maar u kunt zich misschien voorstellen hoe dit gaat. Het wordt uiteraard een brij van trompetgeschal. Want het is wel de bedoeling dat je dit buiten op straat doet. Ik ga niet meedoen en heb online al oordopjes voor dat moment besteld. De kans dat duizenden trompettisten exact om 2 minuten voor 8 beginnen met de last Post acht ik erg klein.
Een bijkomstigheid die ik wel heel aardig vind is dat gezinnen zo close zijn nu iedereen school en werk thuis moet doen. Je ziet het bij de supermarkt bijvoorbeeld. Als pa, ma en de kinderen aankomen voor hun dagelijkse boodschappen en moeder een ontsmet winkelkarretje pakt, 1 persoon per karretje, blijft de vader met het kroost niet wachten, maar pakt ook een winkelkarretje zodat mama de boodschappen niet alleen hoeft te doen. Toen ik dit voor het eerst zag dacht ik meteen dit is beter dan een mediator of een relatietherapeut. Het aantal scheidingen zal in ons land door deze crisis zo wel flink dalen.
Maar geachte redactie, ik hoop met deze uiteenzetting dat u zult begrijpen dat er van mij geen bijdrage is voor deze krant deze keer. Zodra ik gecontroleerd besmet ben geraakt met het virus zoals de overheid heeft geadviseerd en dit dan ook heb overleefd, kunt u rustig weer een beroep op mij doen. Tot dan wens ik u veel succes, kracht en uiteraard gecontroleerde besmetting.
PS
Misschien is het ook een idee om sowieso de middenbladen van de krant onbedrukt te laten. U weet waarom.
Vriendelijke groeten Klaas Kasma

Tranen en chocolademelk

 

Mijn dochter had zin in warme chocolademelk en daarom stapten we samen het Oranje Bierhuis binnen. Ze had natuurlijk ook gewoon thuis chocolademelk kunnen drinken, maar ergens anders is warme chocolademelk altijd lekkerder. Het bier ook trouwens. De hele middag hadden we lopen kleumen op de kerstmarkt tussen mensen die er uitzagen alsof ze in de Efteling thuis hoorden.

Later begreep ik dat ze personen uit de tijd van Charles Dickens moesten voorstellen. Mijn dochter vroeg er naar en ik vertelde haar dat mensen er inderdaad zo bij liepen in het Victoriaanse tijdperk. De gegoede burgers tenminste vertelde ik haar want als je je Dickens mag geloven liepen de meeste mensen in die tijd toch in lompen en was de voedselbank ook nog niet uitgevonden. Was iedereen zo arm dan, vroeg mijn dochter. Ook bij ons? Nou niet iedereen. Alleen de mensen die moesten werken om te leven. Er waren ook een aantal mensen die bakken geld verdienden door arme mensen en ook kinderen voor bijna niets in fabrieken en mijnen 12 uren per dag te laten zwoegen. Ik nam nog een biertje en mijn dochter probeerde een slokje van haar hete chocolademelk te drinken. Dat is toch hartstikke oneerlijk, zei ze. Nou ja, antwoordde ik, maar dan kon je er wel zo bij lopen als die verklede mensen die nu hier op straat lopen. En dat ziet er toch gezellig en feestelijk uit. Het hoort echt bij kerst. En omdat ik nu toch aan het opvoeden was, vertelde ik dat de rijke mensen uit die tijd vaak rijk geworden waren door onze koloniën.

Toen ik uitgelegd had wat koloniën waren, zag Udo gelukkig dat mijn glas leeg was. Heel veel dingen die wij gebruiken komen uit landen rond de evenaar die vroeger een kolonie waren. Engeland had de meeste koloniën, maar ons land had er ook een paar. En daar kwamen alle dingen vandaan die wij nodig hadden, zoals cacao, gember, peper, nootmuskaat, kruidnagels en kaneel. Ook wel andere spullen maar ik noem nu even wat dingen waar ik verstand van heb. De Multatuli in mij werd wakker en ik ging verder vertellen aan mijn ademloos luisterende dochter. Die spullen werden daar niet gekocht, maar er werden soldaten heen gestuurd die slaven van de dorpelingen maakten zodat we al die spullen voor niks konden meenemen. De chocolademelk was eindelijk genoeg afgekoeld zodat mijn dochter er een slok van kon nemen. Toen zei ze dat ze het gemeen vond en dat het zielig was. Maar wierp ik tegen, wij bouwden voor hen dan weer kerken waar ze heen konden zodat ze ook Kerstmis konden vieren. Bovendien, wij hadden die specerijen echt nodig. Zonder de spullen uit de koloniën hadden we nooit Friese oranjekoek kunnen maken, geen Friese dùmkes, geen Friese droge worst, geen chocolademelk. Mijn dochter schoof de halflege beker van zich af. En ook geen Friese kruidkoek, geen kruidnagelkaas, geen komijnekaas, geen Friese mosterd en zeker geen Friese Beerenburg. We moeten deze mensen die begonnen zijn die landen leeg te roven dus dankbaar zijn. Zonder hen was er nooit er nooit een Friese en ook geen Nederlandse eetcultuur gekomen. En met die uitspraak maakte ik een eind aan het lesje geschiedenis. Ook omdat ik een traan zag bengelen bij mijn dochter. Kop op lieverd, zei ik. We hebben vroeger dan wel de koloniën leeggeroofd, maar we hebben er ook iets moois mee gedaan. Ik nam nog een biertje en mijn dochter een appelsapje. Omdat dat gewoon uit Nederland kwam. Dat er geen slaven aan te pas waren gekomen en ook omdat ze het gezellig vond met mij in het Bierhuis.

IMG_0207[8214]

 

 

 

VW GOLF

Eigenlijk dacht ik dat hij me wel kon helpen, de man van de stichting Groene Ster Duurzaam. Hij is voor het natuurbehoud en tegen overlast. Nu niet meteen zeggen, Klaas jij woont toch in de binnenstad, daar heb je geen natuur en overlast hoort er af en toe bij. Jullie hebben gelijk natuurlijk, maar ik zal het even uitleggen. Het verschil tussen de binnenstad en de Groene Ster is niet zo groot. Net als in de Groene Ster hebben wij waterpartijen, alleen noemen wij binnenstedelingen die grachten. En net als in de Groene Ster is er gras, in plantsoenen, parken en dergelijke. We hebben ook bankjes en verharde fietspaden, we hebben zelfs een strandje op het terrein van de Leeuwarder Courant. Toen ik dat voor de eerste keer zag, moest ik zo verschrikkelijk lachen, maar dat is weer een ander verhaal. En net als in de Groene Ster zijn er ook in de binnenstad ruimschoots parkeer- en afwerkplekken. En de fauna? Nou ja, in de binnenstad zijn er misschien wel wat minder bedreigde diersoorten, maar we hebben wel veel muizen, ratten, meeuwen en kauwtjes. En natuurlijk veel studentes die altijd voor een leuk stukje natuur zorgen, hoewel dat misschien persoonlijk is.
Door al deze overeenkomsten meen ik dus dat de stichting Groene Ster Duurzaam me wel kan helpen. Wij hebben namelijk ook overlast. Maar zoals jullie al zeiden, overlast in de binnenstad hoort er bij. Ik heb dan ook geen enkele moeite mee om een verkeersregelaar te molesteren die, ook al heb ik een ontheffing, me er met mijn auto niet door wil laten om een catering weg te brengen. Ik heb ook geen enkele moeite als de binnenstad vanwege een hardloop wedstrijd wordt afgesloten. Ik heb zelfs een oplossing gevonden voor het irritante uurtje op vrijdagmiddag als een of andere bezeten beiaardier met alle klokken van het carillon van het stadhuis meent te moeten variëren op preludes van Bach. Dat uurtje speelt mijn vrouw tegenwoordig op mijn klokkenspel. Jullie merken wel, mijn tweede naam is tolerantie.
Maar waarvoor ik de steun van Groene Ster Duurzaam hoop te krijgen, is het volgende. Sinds een jaar of 12 zijn alle coffeeshops gevestigd in de binnenstad. Nu heb ik beslist geen hekel aan coffeeshops, in tegendeel. Met een blowtje schrijf je zo’n stukje als dit een stuk relaxeter dan zonder. Een glas wijn helpt ook wel, maar dan tik ik zo vaak naast de toetsen die ik bedoel te raken. Maar alle coffeeshops in de binnenstad is natuurlijk een slechte zaak. Zeker voor de flora en fauna in de binnenstad. Veel klanten voor die coffeeshops komen van buiten de stad. En bijna allemaal komen ze met een auto. Nu heb ik een onderzoekje gedaan bij de cliënten van de coffeeshop bij mij in de straat. Het populairste automerk van de coffeeshopbezoekers is een VW, Golf of Polo. Maar wel eentje met een dieselmotor. Ongeveer 10% van deze bezoekers woont in 1 van de buitenwijken van de stad. De rest, 90% dus woont, ruim genomen, in de omgeving van Dokkum of de Westereen. Die mensen, heb ik onderzocht, vinden het vervelend dat er geen parkeerruimte voor hen is in onze straat en dat ze dan na de straat ingereden te zijn er achteruit weer uit moeten scheuren waar bij allerlei lantaarnpalen, bloembakken en geparkeerde fietsen in de weg staan. Ook vinden de kortstondige gasten van deze coffeeshop het vervelen dat ze af en toe op hun parkeergedrag worden aangesproken door een buurbewoonster omdat ze de motor laten draaien of de bassen van de geluidsinstallatie extra hard aan zetten. Vervelend allemaal dus voor hen. Maar ook voor de katten, kinderen en aangeschoten studentes in de straat. Bovendien laat de buurman ieder jaar zijn pand schilderen omdat er zoveel aanslag van de langs scheurende dieselautootjes op de kozijnen komt.
Het is dus veel beter om een coffeeshop te situeren aan de rand van de stad. Bij een benzinestation bijvoorbeeld. Of op een van de parkeerterreinen van de Groene Ster. Maar ik heb begrepen van een insider dat dat niet mogelijk is. Het besluit dat jaren geleden door het toenmalige college van B en W is genomen valt niet terug te draaien. Tenzij, en daar hoop ik dus op, als de Stichting Groene Ster Duurzaam mij wil helpen een juridische procedure te starten. Zij hebben de ervaring en ik de wil om het voor iedereen plezieriger te maken.
page01-image02-marijuana-leaves

oesters rapen

IMG_0084

Vanochtend wilde ik na het lezen van de krant weer een keertje emigreren. Voor dit soort momenten heb ik altijd een koffertje klaar staan. Gelukkig wordt ik door de familie tegen gehouden, want ik wil helemaal niet emigreren. En de familie gaat sowieso dan niet met me mee. Maar vanochtend was het weer eens zover toen ik het stukje over de Japanse oester in de Waddenzee las. Regels zijn regels. Er moet kunnen worden gehandhaafd. Woorden van een ambtenaar van het ministerie van LNV. Kijk en dan krijg ik de kriebels en wil ik vluchten. Want dat is dat emigreren van mij natuurlijk. Bij zulke woorden krijg ik visioenen van een politiestaat met mensen in uniform en hoge petten op. Ik had bij wijze van spreken mijn emigratiekoffertje al weer in de hand.
Nu weet ik wel dat hoge petten met grote kleppen een beetje uit zijn bij de Nederlandse ambtenaren, maar toch maak ik me vaak een voorstelling van hoe een man, die deze woorden in de mond durft te nemen zal zijn. Ik stel mij dan zo voor iemand die de Waddenzee alleen van de aardrijkskunde les op de basisschool kent, nog nooit een oester heeft willen proeven, laat staan eten en ’s ochtends op zijn e-bike met een tas en broodtrommeltje naar het ministerie rijdt. Zijn vrouw heeft thuis de broek aan en zijn trommeltje gevuld met volkoren boterhammen met kaas en jam.
Misschien heb ik het helemaal mis, maar alleen iemand die thuis niets te zeggen heeft wil zich op zijn werk graag laten gelden, weet ik uit ervaring.
Maar hij heeft nu 12 vissers van oesters geselecteerd die de oesters op de Waddenzee mogen rapen. Ieder ander moet er afblijven, nou ja ze mogen 10 kilo, inclusief schelp, meenemen per jaar. Dat zijn ongeveer 60 oesters. Voor een liefhebber is dat niet natuurlijk. Zelf eet ik rustig 24 stuks voor de lunch. Maar dat is weer een ander verhaal.
De Waddenoester is van oorsprong een Japanse oester die via Portugal en Zeeland in de Waddenzee terecht gekomen is. En waar alle exoten in de Vaderlandse flora en fauna met vuur en zwaar bestreden worden, is heeft deze ambtenaar tussen de boterham met jam en die met kaas beslist dat er niet door iedereen zomaar oesters geraapt mogen worden.
Eén van de eigenschappen van de Waddenoester is dat hij zich ongeveer 4 keer zo snel vermenigvuldigd als een platte Zeeuwse oester. Dus als het een beetje uit de hand loopt zoals bijvoorbeeld bij de Japanse duizendknoop, dan kunnen rederij Doeksen en Wagenborg hun schepen wel in de verkoop doen en een aantal touringcars kopen. De Waddenzee is dan voor het grootste gedeelte een oesterbank geworden, waarvan sommige stukken misschien wel geasfalteerd kunnen worden.
Met ander woorden, beste ambtenaren van het LNV, ga een keertje met Flang het wad op en slobber daar een aantal oesters leeg. En laat hem en alle anderen die oesters willen rapen hun gang gaan, want ik wil niet met de bus naar Terschelling. En alsjeblieft, hou op met onzinnige regels en handhaven, want ik wil helemaal niet emigreren.

oesters rapen

IMG_0084

Vanochtend wilde ik na het lezen van de krant weer een keertje emigreren. Voor dit soort momenten heb ik altijd een koffertje klaar staan. Gelukkig wordt ik door de familie tegen gehouden, want ik wil helemaal niet emigreren. En de familie gaat sowieso dan niet met me mee. Maar vanochtend was het weer eens zover toen ik het stukje over de Japanse oester in de Waddenzee las. Regels zijn regels. Er moet kunnen worden gehandhaafd. Woorden van een ambtenaar van het ministerie van LNV. Kijk en dan krijg ik de kriebels en wil ik vluchten. Want dat is dat emigreren van mij natuurlijk. Bij zulke woorden krijg ik visioenen van een politiestaat met mensen in uniform en hoge petten op. Ik had bij wijze van spreken mijn emigratiekoffertje al weer in de hand.
Nu weet ik wel dat hoge petten met grote kleppen een beetje uit zijn bij de Nederlandse ambtenaren, maar toch maak ik me vaak een voorstelling van hoe een man, die deze woorden in de mond durft te nemen zal zijn. Ik stel mij dan zo voor iemand die de Waddenzee alleen van de aardrijkskunde les op de basisschool kent, nog nooit een oester heeft willen proeven, laat staan eten en ’s ochtends op zijn e-bike met een tas en broodtrommeltje naar het ministerie rijdt. Zijn vrouw heeft thuis de broek aan en zijn trommeltje gevuld met volkoren boterhammen met kaas en jam.
Misschien heb ik het helemaal mis, maar alleen iemand die thuis niets te zeggen heeft wil zich op zijn werk graag laten gelden, weet ik uit ervaring.
Maar hij heeft nu 12 vissers van oesters geselecteerd die de oesters op de Waddenzee mogen rapen. Ieder ander moet er afblijven, nou ja ze mogen 10 kilo, inclusief schelp, meenemen per jaar. Dat zijn ongeveer 60 oesters. Voor een liefhebber is dat niet natuurlijk. Zelf eet ik rustig 24 stuks voor de lunch. Maar dat is weer een ander verhaal.
De Waddenoester is van oorsprong een Japanse oester die via Portugal en Zeeland in de Waddenzee terecht gekomen is. En waar alle exoten in de Vaderlandse flora en fauna met vuur en zwaar bestreden worden, is heeft deze ambtenaar tussen de boterham met jam en die met kaas beslist dat er niet door iedereen zomaar oesters geraapt mogen worden.
Eén van de eigenschappen van de Waddenoester is dat hij zich ongeveer 4 keer zo snel vermenigvuldigd als een platte Zeeuwse oester. Dus als het een beetje uit de hand loopt zoals bijvoorbeeld bij de Japanse duizendknoop, dan kunnen rederij Doeksen en Wagenborg hun schepen wel in de verkoop doen en een aantal touringcars kopen. De Waddenzee is dan voor het grootste gedeelte een oesterbank geworden, waarvan sommige stukken misschien wel geasfalteerd kunnen worden.
Met ander woorden, beste ambtenaren van het LNV, ga een keertje met Flang het wad op en slobber daar een aantal oesters leeg. En laat hem en alle anderen die oesters willen rapen hun gang gaan, want ik wil niet met de bus naar Terschelling. En alsjeblieft, hou op met onzinnige regels en handhaven, want ik wil helemaal niet emigreren.

KIP, EI EN EEN VARKEN

article-2290760-0E8AF14D00000578-621_468x372_popup
Eigenlijk zou er volgende week een stille tocht gehouden moeten worden. Net als er voor doodgeschopte honden, verdronken paarden en vaak ook voor mensen die hetzelfde is overkomen een stille tocht wordt gehouden, zou ik graag zien dat er een stille tocht komt voor de verbrande legkippen in Niawier. Natuurlijk moeten er niet te veel mensen meelopen want dan is Niawier te klein. Dan zijn de eersten al terug voordat ze achteraan in de optocht al een stap gedaan hebben. Nee een klein tochtje. Bijvoorbeeld voor iedere 500 kippen 1 persoon. Dan heb je een voor Niawier behapbare stille tocht. Onze commissaris Arno Brok samen met Marianne Thieme van de PvdD gearmd voorop. Daarachter de gedupeerde kippenboeren en daarna de rest.
Maar het zal er wel niet van komen. In het nieuws ging het vooral over de gedupeerde kippenboeren, die vertelden dat ze goed verzekerd waren en zeker de boel weer gingen opbouwen. En de 42 duizend kippen waren wel vervangbaar. ’t Is klote, maar het leven gaat door. Behalve voor de kippen dan. Die hadden nog wel anderhalf jaar gezellig met zijn allen in een hok kunnen zitten en iedere dag een eitje leggen. Natuurlijk hadden ze daarna een carrièreswitch moeten maken en waren ze soepkip geworden waardoor hun leven waarschijnlijk ook vrij snel eindig geweest zou zijn, maar toch.
Mocht de stille tocht voor de legkippen van Niawier er nog komen, dan loop ik zeker mee. En als ik dan tussen de mensen loop met een brandend waxinelichtje in mijn hand, dan denk ik misschien wel dat het wel eens te veel zou kunnen zijn, 21 duizend dieren in een hok. Misschien moet het wat kleiner allemaal. Net als bij de buurman van mijn ouders vroeger. Die had een stuk of 10 kippen en een haan die op ze paste. Daar was nooit brand. En een eindje buiten het dorp waar ik opgroeide had een boer 20 varkens lopen, daar was ook nooit brand. Net als bij de geitenboer, 15 geiten in een weilandje en van Q-koorts had hij nog nooit gehoord. Misschien worden de dierendrama’s van tegenwoordig veroorzaakt door te veel dieren in een te kleine ruimte.
De oplossing is er weer een feestje van te maken. Dat je uitkijkt naar je wekelijks gekookt eitje op zondagochtend en dat je met zijn vieren smult van zo’n mooie dikke varkenskarbonade van een varken dat wat langer en gelukkiger mocht leven dan de biggen die na hun geboorte continu in een stal opgesloten zijn geweest na 8 maanden naar het slachthuis gaan.
En omdat feestjes meestal niet goedkoop zijn moeten we wel in de buidel tasten. De leveranciers die ons feestje mogelijk maken, moeten ook verdienen. Maar dat dat maag de feestvreugde niet drukken.

boerka’s en peniskokers

peniskoker

Sinds ik heb rondgereisd in Nieuw Guinea, heb ik iets met klederdrachten. En daarom ben ik vandaag uit de bus gezet. Of eigenlijk kreeg ik op straffe van politie inschakeling, geen toestemming om de bus in te gaan.  Af en toe hul ik mij  in de klederdracht van 1 van de primitieve stammen die je in Nieuw Guinea nog nog vindt. Dan trek ik een gedroogde open gesperde haaienkop over mijn hoofd en doe ik een originele peniskoker aan. Niks mis mee toch? In Papoea Nieuw Guinea lopen zat mannen zo rond. Die gaan dan wel niet zo gekleed met de bus, maar dat is alleen maar omdat daar geen bussen zijn.

Toen ik de bus achterna keek, hoorde ik een sirene van een politieauto. De buschauffeur had ze klaarblijkelijk ingeseind. Ik werd gesommeerd de haaienkop af te doen en er werd een dekentje om me heen geslagen. dit is schennis van de openbare eerbaarheid, vertelden de agenten.

Op het bureau probeerde ik het uit te leggen. Ik vertelde over mijn fascinatie voor klederdrachten uit Nieuw Guinea. Dat daar heel veel mannen zo de bus zouden nemen, tenminste als er dan een bus was geweest. Mijnheer, u loopt in uw blootje met een griezelig haaienmasker op. Ik zei dat het geen masker was, maar de kop van een echte haai die gedroogd was. Bovendien is een peniskoker in Nieuw Guinea ongeveer hetzelfde als een lichtblauw maatkostuum met een stropdas bij ons, vertelde ik.

Nadat er een proces-verbaal was gemaakt, brachten de agenten me weer naar huis. De haaienkop en de peniskoker werden in beslag genomen.  Vertel me nog even, vroeg ik van de achterbank van de politieauto, ik zag toen ik de bus in wilde stappen zo’n mevrouw met een boerka in de bus zitten. Dat is een klederdracht uit het Midden- Oosten. En ik weet dat zulke gewaden die het hele gezicht bedekken sinds een paar dagen verboden zijn. Mijnheer, gezichtsbedekkende gewaden zijn inderdaad verboden. Maar omdat er maar zo weinig vrouwen in ons land dat dragen, wordt er niet op gehandhaafd. En ik ben de enige man die de bus neemt met een haaienkop en een peniskoker aan in Nederland. Bovendien was mijn gezicht wel te zien tussen de tanden van die haaienkop. Waarom handhaven jullie hier dan wel op? De agenten zwegen, want we stonden voor de deur van mijn huis. Ik werd uit de auto gezet. Het dekentje wilden ze terug.